Multatuli.online

Artikelen in Volledige Werken

[3 augustus 1869
Van den Rijn (LXXVI)]

3 augustus 1869

Bijdrage van Multatuli in de Opregte Dingsdagsche Haarlemsche Courant, no. 180. (Stadsbibliotheek Haarlem; fotokopie M.M.)

den 120sten verjaardag: Goethe was op 28 augustus 1749 te Frankfurt geboren; het standbeeld zou op de herdenkingsdatum worden onthuld.

Van den Rijn, 31 Julij.

Men leest in de Rhein- und Ruhr-Zeitung: ‘In de gelederen der socialisten heeft eene volslagen wanorde zoodanig de overhand genomen, dat de kracht dier partij als gebroken kan worden beschouwd. De hoofdpersonen zijn oneenig, beschuldigen elkander over en weder van verraad, van veilheid en zulke zaken meer, die zij elkander in vliegende blaadjes om strijd naar het hoofd werpen. Alles wat sedert jaren door de heeren Schweitzer, Mende, Fritzsche en Liebknecht den arbeiders is geleeraard over de theorien van emancipering van den arbeid, over de tyrannie van het kapitaal, blijkt nu eindelijk zich in nevelen optelossen. Die heeren hebben als werkelijkheid zaken voorgespiegeld, die, ook al keerde men de gansche maatschappij onderst boven, niet bestaanbaar zijn, en ieder hunner zint nu op middelen om de half-ontwaakte bedrogenen nog een tijd lang aan de verwezenlijking zijner plannen te doen gelooven. Dewijl zij het nu echter over de keuze dezer middelen niet eens kunnen worden, beschimpen zij elkander onderling, en maken elkander wederkeerig voor verraders uit. Ieder beschuldigt den ander, wegens het mislukken van plannen, die onmogelijk tot een goed einde leiden konden.’ - Volgens de Neue Stettiner-Zeitung, is eene groote vergadering van werklieden, die zich voorstelde te beraadslagen over de werkstaking der arbeiders in de suikerraffinaderijen in die stad, rustig afgeloopen, hoewel men in den aanvang eenige onaangenaamheden voorzag, wegens het weigeren van toegang aan vrouwen, die, naar aanleiding eener oproeping in de couranten, aldaar verschenen waren. Er was, volgens genoemd blad, als conclusie aangenomen, ‘dat de arbeiders in de raffinaderijen volkomen in hun regt waren, en dat derhalve de directien en aandeelhouders van die inrigtingen namens de vergadering zouden worden uitgenoodigd, de eischen der werklieden intewilligen.’ Bij deze conclusie was als eene soort van bedreiging gevoegd, dat ingeval van weigering het geheele publiek van Stettin en omliggende streken de arbeiders bij de eerstvolgende werkstaking ondersteunen zou. Van andere zijden echter wordt aan de Kölnische-Zeitung medegedeeld, dat de bedoelde grève niet den minsten billijken grond had, en dan ook volstrekt zonder gevolg is gebleven. Zoo verneemt men dan ook thans, dat door bemiddeling van den directeur Dohrn - en geenszins ten gevolge eener inmenging der Algemeene Duitsche Arbeiders-Vereeniging, nog minder uit vrees voor bedreigingen - aan de arbeiders in de suikerfabrieken, en wel op hun eigen verzoek, is toegestaan, hunnen arbeid te mogen voortzetten op dezelfde voorwaarden als vroeger. Alles zou vergeven en vergeten zijn, zoo luidde de conditie, waarop het werk weder aanvaard werd. Daaruit blijkt, dat de weder-aanneming eerder als gunstbetoon te beschouwen is, dan als eene door dwangmiddelen teweeggebragte noodzakelijkheid.

- Men verneemt uit Hannover, dat de metselaars in die stad nog altijd weigeren, arbeid te verrigten, en uit sommige aangeplakte oproepingen is het te voorzien, dat de verwers- en verlakkersgezellen weldra dat voorbeeld zullen volgen. Ten aanzien der metselaars houdt men het voor zeker, dat hunne werkstaking een door de partij van dr Schweitzer als laatste middel in het werk gestelde maatregel is om zich, zoo mogelijk, een sterkeren aanhang te verschaffen. Dit zou moeten blijken uit de gelijktijdigheid van andere grèves op vele plaatsen. En de metselaars zelven schijnen daarvan overtuigd te zijn, want zij maken in eene dezer dagen gepubliceerde oproeping melding van afspraken, waaruit zij de hoop putten om door gezamenlijk streven hun doel te bereiken.

- Uit Munchen wordt geschreven, dat de gewezen Koning van Hannover in die stad is aangekomen, met het voornemen om zich naar Frankfort te begeven. - Op kosten des Konings is eerstgenoemde stad met een monument ter eere van Göthe verrijkt, waarvan de inhuldiging op den 120sten verjaardag des dichters heeft plaats gehad.

- Dezer dagen is, namens het ministerie van Oorlog, een nieuw reglement gepubliceerd, volgens hetwelk jongelieden kunnen worden aangenomen bij het koninklijk pruissische kadetten-corps. In afwijking van vorige bepalingen op dat stuk, zullen voortaan zoons van burgers uit alle standen der maatschappij in de gelegenheid gesteld worden, zich op het instituut tot marine-officier te bekwamen. Onder degenen, die aanspraak maken, bij den staf te worden geplaatst, zullen voortaan ook worden opgenomen zoons van onder-officieren, die in den strijd gesneuveld zijn, of van dezulken, die ten gevolge van in den oorlog bekomen wonden zijn overleden. Ook de kinderen van onder-officieren, die 25 jaren het land dienden, zullen worden toegelaten, benevens van zulke civile beambten, welke zich door de eene of andere uitstekende daad aanspraken op de erkentelijkheid van den Staat hebben verworven. De ouderdom der jongelieden wordt op 10 tot 15 jaren gesteld. Wie gedurende één jaar de kadetteninrigting bezocht heeft, kan zonder verder examen als één-jarig vrijwilliger worden toegelaten.


Uit: Volledige Werken. Deel 13. Brieven en dokumenten uit de jaren 1868-1869, (1980)