Multatuli.online

Volledige Werken. Deel 12. Brieven en dokumenten uit de jaren 1867-1868

Voorbericht

Nota

[2 januari 1867 Van den Rijn (I)]

[3 januari 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[8 januari 1867 Van den Rijn (II)]

[9 januari 1867 Brief van Multatuli aan Tine]

[9 januari 1867 Advertentie Handelsblad]

[9 januari 1867 Brief van Huet aan Multatuli]

[10 januari 1867 Bericht in het Nieuwsblad voor den Boekhandel]

[10 januari 1867 Brief van d'Ablaing aan Multatuli]

[10 januari 1867 Brief van d'Ablaing aan Lebègue]

[11 januari 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[15 januari 1867 Van den Rijn (III)]

[16 januari 1867 Brief van d'Ablaing aan Multatuli]

[17 januari 1867 Bericht in het Nieuwsblad voor den Boekhandel]

[18 januari 1867 Van den Rijn (IV)]

[20 januari 1867 Uitnodiging van De Geyter aan Multatuli]

[23 januari 1867 Van den Rijn (V)]

[24 januari 1867 Brief van Multatuli aan De Geyter]

[26 januari 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[28 januari 1867 Brief van Baron van Dedem aan Van Vloten]

[29 januari 1867 Van den Rijn (VI)]

[3 februari 1867 Brief van Tine aan Potgieter]

[5 februari 1867 Van den Rijn (VII)]

[8 februari 1867 Brief van Multatuli aan Tine]

[8 februari 1867 Brief van Multatuli aan De Geyter]

[8 februari 1867 Van den Rijn (VIII)]

[11 februari 1867 Brief van d'Ablaing aan Van Gelder Zonen]

[12 februari 1867 Van den Rijn (IX)]

[12 februari 1867 Brief van d'Ablaing aan Van Bommel]

[13 februari 1867 Brief van Multatuli aan Ris]

[15 februari 1867 Brief van Multatuli aan De Geyter]

[19 februari 1867 Van den Rijn (X)]

[20 februari 1867 Brief van Multatuli aan De Geyter]

[22 februari 1867 Brief van Kallenberg vd Bosch aan Potgieter]

[23 februari 1867 Brief van Multatuli aan De Geyter]

[25 februari 1867 Van den Rijn (XI)]

[25 februari 1867 Circulaire voordracht te Antwerpen]

[25 februari 1867 Aankondiging in Le Précurseur]

[27 februari 1867 Aankondiging in Het Handelsblad]

[27 februari 1867 Aankondiging in De Koophandel]

[27 februari 1867 Bericht in Le Précurseur]

[27 februari 1867 Ingezonden Stuk in de Sneeker Courant]

[28 februari 1867 Brief van A. de Vos aan Multatuli]

[28 februari 1867 Voordracht van Multatuli te Antwerpen]

[28 februari 1867 Bericht in het Nieuwsblad voor den Boekhandel]

[28 februari 1867 Verslag in de De Koophandel]

[2 maart 1867 Brief van Multatuli aan De Vos]

[2 maart 1867 Artikel in De Vlinder]

[2 maart 1867 Tweede voordracht van Multatuli in Antwerpen]

[2 maart 1867 Ingezonden stuk in de Sneeker Courant]

[3 maart 1867 Mededeling over Multatuli's voordrachten]

[4 maart 1867 Van den Rijn (XII)]

[6 maart 1867 Ingezonden stuk in de Sneeker Courant]

[7 maart 1867 Van den Rijn (XIII)]

[9 maart 1867 Van den Rijn (XIV)]

[9 maart 1867 Ingezonden stuk in de Sneeker Courant]

[12 maart 1867 Brief van Multatuli aan De Geyter]

[12 maart 1867 Brief van d'Ablaing aan Van Helden]

[13 maart 1867 Van den Rijn (XV)]

[14 maart 1867 Brief van Tine aan Potgieter]

[16 maart 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[16 maart 1867 Rond den Heerd over Multatuli]

[17 maart 1867 Artikel in De Vooruitgang]

[20 maart 1867 Van den Rijn (XVI)]

[21 maart 1867 Brief van Multatuli aan De Geyter]

[22 maart 1867 Bericht over derde voordracht]

[23 maart 1867 Brief van Multatuli aan Van Vloten]

[24 maart 1867 Derde voordracht van Multatuli in Antwerpen]

[25 maart 1867 Van den Rijn (XVII)]

[26 maart 1867 Van den Rijn (XVIII)]

[28 maart 1867 Multatuli naar Kinderdijk]

[31 maart 1867 Multatuli keert terug naar Keulen]

[1 april 1867 Brief van Multatuli aan De Geyter]

[3 april 1867 Van den Rijn (XIX)]

[4 april 1867 Van den Rijn (XX)]

[4 april 1867 Brief van Multatuli aan Flemmich]

[4 april 1867 Brief van Multatuli aan Flemmich]

[5 april 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[5 april 1867 Van den Rijn (XXI)]

[6 april 1867 Brief van Multatuli aan mevrouw Flemmich]

[7 april 1867 Kritiek op Multatuli's derde voordracht]

[8 april 1867 Brief van Kallenberg vd Bosch aan Potgieter]

[Bijlage Kopie van brief aan Multatuli, november 1866]

[april 1867 Nederland publiceert Huets beoordeling]

[9 april 1867 Mededeling postbeambte]

[9 april 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[10 april 1867 Van den Rijn (XXII)]

[11 april 1867 Brief van Multatuli aan Tine]

[12 april 1867 Brief van Multatuli aan Flemmich]

[14 april 1867 Brief van Multatuli aan mevrouw Flemmich]

[17 april 1867 Van den Rijn (XXIII)]

[20 april 1867 Van den Rijn (XXIV)]

[23 april 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[24 april 1867 Van den Rijn (XXV)]

[26 april 1867 Brief van Tine aan Potgieter]

[28 april 1867 Artikel over Multatuli in Het Vrije Woord]

[30 april 1867 Van den Rijn (XXVI)]

[1 mei 1867 Van den Rijn (XXVII)]

[2 mei 1867 Brief van De Vos aan Multatuli]

[6 mei 1867 Van den Rijn (XXVIII)]

[7 mei 1867 Van den Rijn (XXIX)]

[11 mei 1867 Brief van Multatuli aan De Geyter]

[11 mei 1867 Van den Rijn (XXX)]

[14 mei 1867 Van den Rijn (XXXI)]

[16 mei 1867 Van den Rijn (XXXII)]

[17 mei 1867 Van den Rijn (XXXIII)]

[21 mei 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[22 mei 1867 Van den Rijn (XXXIV)]

[27 mei 1867 Van den Rijn (XXXV)]

[28 mei 1867 Van den Rijn (XXXVI)]

[29 mei 1867 Van den Rijn (XXXVII)]

[31 mei 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[1 juni 1867 Artikel in The North British Review]

[3 juni 1867 Van den Rijn (XXXVIII)]

[6 juni 1867 Brief van Rooses aan De Geyter]

[7 juni 1867 Brief van J. van Lennep aan Multatuli]

[8 juni 1867 Van den Rijn (XXXIX)]

[10 juni 1867 Brief van Multatuli aan Van Lennep]

[14 juni 1867 Brief van Multatuli aan De Geyter]

[14 juni 1867 Brief van Multatuli aan Rooses]

[14 juni 1867 Brief van Tine aan Potgieter]

[17 juni 1867 Van den Rijn (XL)]

[21 juni 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[22 juni 1867 Van den Rijn (XLI)]

[22 juni 1867 Brief van Rooses aan Multatuli]

[24 juni 1867 Brief van d'Ablaing aan Van Hall]

[25 juni 1867 Brief van d'Ablaing aan Koorn]

[28 juni 1867 Van den Rijn (XLII)]

[1 juli 1867 Van Vloten krijgt ontslag als hoogleraar]

[4 juli 1867 Van den Rijn (XLIII)]

[5 juli 1867 Brief van Multatuli aan Rooses]

[6 juli 1867 Brief van Rooses aan De Geyter]

[10 juli 1867 Van den Rijn (XLIV)]

[22 juli 1867 Van den Rijn (XLV)]

[26 juli 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[27 juli 1867 Van den Rijn (XLVI)]

[29 juli 1867 Van den Rijn (XLVII)]

[29 juli 1867 Brief van d'Ablaing aan Scheurleer]

[1 augustus 1867 Artikel in de Revue Britannique]

[2 augustus 1867 Brief van Multatuli aan Rooses]

[2 augustus 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[2 augustus 1867 Brief van Multatuli aan Van Lennep]

[2 augustus 1867 Brief van Tine aan Potgieter]

[2 augustus 1867 Van den Rijn (XLVIII)]

[3 augustus 1867 Van den Rijn (XLIX)]

[9 augustus 1867 Van den Rijn (L)]

[10 augustus 1867 Van den Rijn (LI)]

[11 augustus 1867 Brief van J. van Lennep aan Multatuli]

[12 augustus 1867 Rondschrijven Van Crombrugghe's Genootschap]

[13 augustus 1867 Van den Rijn (LII)]

[14 augustus 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[14 augustus 1867 Van den Rijn (LIII)]

[14 augustus 1867 Programma van de feesten in Gent]

[17 augustus 1867 Brief van Multatuli aan Rooses]

[17 augustus 1867 Aankondiging letterkundig feest]

[17 augustus 1867 Artikel in Het Volksbelang]

[19 augustus 1867 Brief van Multatuli aan Rooses]

[19 augustus 1867 Programma feestavond]

[20 augustus 1867 Toespraak van Multatuli in het congres]

[20 augustus 1867 Verslag van Multatuli's toespraak]

[20 augustus 1867 Van den Rijn (LIV)]

[20 augustus 1867 Bericht in de Beurzencourant]

[21 augustus 1867 Multatuli op de derde Algemene Zitting]

[21 augustus 1867 Multatuli verdedigt De Geyter]

[21 augustus 1867 Multatuli aan het banket]

[21 augustus 1867 Van den Rijn (LV)]

[21 augustus 1867 Ingezonden brief van Rolin-Jaequemyns]

[21 augustus 1867 Verslag in Le commerce de Gand]

[21 augustus 1867 Bericht in Le Bien Public]

[21 augustus 1867 Bericht in Het Vlaemsche Land]

[22 augustus 1867 Brief van Multatuli aan Rooses]

[22 augustus 1867 Verslag in de Gentsche Mercurius]

[22 augustus 1867 Artikel in Le Bien Public]

[23 augustus 1867 Bericht in de Beurzencourant]

[24 augustus 1867 Brief van Multatuli aan Tine]

[24 augustus 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[24 augustus 1867 Artikel in de Beurzencourant]

[24 augustus 1867 Artikel in Le Bien Public]

[26 augustus 1867 Brief van Multatuli aan De Geyter]

[26 augustus 1867 Brief van Multatuli aan Vreede]

[26 augustus 1867 Brief van Multatuli aan Te Winkel]

[27 augustus 1867 Brief van Vreede aan Multatuli]

[27 augustus 1867 Van den Rijn (LVI)]

[27 augustus 1867 Ingezonden brief van Rolin-Jaequemyns]

[27 augustus 1867 Bericht Utrechtsch Dagblad]

[28 augustus 1867 Van den Rijn (LVII)]

[28 augustus 1867 Bericht Utrechtsch Dagblad]

[30 augustus 1867 Brief van Multatuli aan De Geyter]

[31 augustus 1867 Hoofdartikel in Het Volksbelang]

[augustus 1867 Brief van Multatuli aan Rooses]

[3 september 1867 Van den Rijn (LVIII)]

[10 september 1867 Van den Rijn (LIX)]

[10 september 1867 Brief van d'Ablaing aan Koning]

[13 september 1867 Van den Rijn (LX)]

[september 1867 Brief van Multatuli aan redactie Handelingen]

[17 september 1867 Van den Rijn (LXI)]

[19 september 1867 Van den Rijn (LXII)]

[20 september 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[23 september 1867 Van den Rijn (LXIII)]

[24 september 1867 Van den Rijn (LXIV)]

[26 september 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[28 september 1867 Van den Rijn (LXV)]

[2 oktober 1867 Brief van Tine aan Potgieter]

[3 oktober 1867 Van den Rijn (LXVI)]

[4 oktober 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[8 oktober 1867 Van den Rijn (LXVII)]

[10 oktober 1867 Van den Rijn (LXVIII)]

[12 oktober 1867 Brief van Multatuli aan Rooses]

[14 oktober 1867 Van den Rijn (LXIX)]

[14 oktober 1867 Brief van Kallenberg vd Bosch aan Potgieter]

[16 oktober 1867 Van den Rijn (LXX)]

[17 oktober 1867 Van den Rijn (LXXI)]

[19 oktober 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[19 oktober 1867 Bericht Sneeker Courant]

[23 oktober 1867 Van den Rijn (LXXII)]

[24 oktober 1867 Van den Rijn (LXXIII)]

[29 oktober 1867 Van den Rijn (LXXIV)]

[30 oktober 1867 Van den Rijn (LXXV)]

[1 november 1867 De Revue moderne publiceert Max Havelaar]

[5 november 1867 Van den Rijn (LXXVI)]

[8 november 1867 Brief van d'Ablaing aan De Mol van Otterloo]

[12 november 1867 Brief van Multatuli aan Tine]

[12 november 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[12 november 1867 Van den Rijn (LXXVII)]

[14 november 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[18 november 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[18 november 1867 Van den Rijn (LXXVIII)]

[19 november 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[21 november 1867 Brief van Multatuli aan De Geyter]

[22 november 1867 Van den Rijn (LXXIX)]

[23 november 1867 Feuilleton van H. de Pène]

[27 november 1867 Brief van Multatuli aan Rochussen]

[28 november 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[29 november 1867 Van den Rijn (LXXX)]

[30 november 1867 Brief van Multatuli aan Tine]

[3 december 1867 Van den Rijn (LXXXI)]

[6 december 1867 Brief van Multatuli aan Tine]

[7 december 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[7 december 1867 Van den Rijn (LXXXII)]

[10 december 1867 Van den Rijn (LXXXIII)]

[12 december 1867 Van den Rijn (LXXXIV)]

[13 december 1867 Rekest van Multatuli aan de Koning]

[13 december 1867 Van den Rijn (LXXXV)]

[14 december 1867 Brief van Multatuli aan Tine]

[15 december 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[15 december 1867 Huet schrijft een voorbericht]

[18 december 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[Bijlage De verkladde blaadjes]

[Bijlage Mededeling van C.Th. van Deventer]

[18 december 1867 Brief van Tine aan Potgieter]

[19 december 1867 De Minister van Justitie schrijft de Proc. Gen.]

[20 december 1867 Van den Rijn (LXXXVI)]

[21 december 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[23 december 1867 Brief van Huet aan Multatuli]

[24 december 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[24 december 1867 Brief van Multatuli aan Tine]

[24 december 1867 President Rechtbank schrijft Off. v. Justitie]

[27 december 1867 Van den Rijn (LXXXVII)]

[30 december 1867 Advies van de Officier van Justitie inzake rekest]

[31 december 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[31 december 1867 Brief van Multatuli aan Tine]

[31 december 1867 Van den Rijn (LXXXVII)]

[1 januari 1868 De Revue moderne publiceert Max Havelaar]

[3 januari 1868 Brief van Multatuli aan Huet]

[3 januari 1868 Besluit tot Kamerontbinding]

[4 januari 1868 Wintgens minister van Justitie]

[7 januari 1868 Rappel van de Minister van Justitie]

[8 januari 1868 Brief van Multatuli aan Huet]

[8 januari 1868 Van den Rijn (I)]

[8 januari 1868 Advies van de Rechtbank te Amsterdam]

[9 januari 1868 Brief van Huet aan Multatuli]

[9 januari 1868 Rapport van de Procureur-generaal]

[10 januari 1868 Rapport van de Minister van Justitie]

[11 januari 1868 Van den Rijn (II)]

[11 januari 1868 Besluit van de koning inzake gratie]

[11 januari 1868 Bericht aan de Procureur-generaal]

[12 januari 1868 Brief van Nahuijs aan d'Ablaing]

[13 januari 1868 Brief van Multatuli aan Huet]

[14 januari 1868 Brief van d'Ablaing aan Nahuijs]

[16 januari 1868 Brief van Multatuli aan Tine]

[16 januari 1868 Van den Rijn (III)]

[17 januari 1868 Van den Rijn (IV)]

[18 januari 1868 Brief van Multatuli aan Tine]

[18 januari 1868 Brief van Nahuijs aan d'Ablaing]

[18 januari 1868 Brief van Nahuijs aan d'Ablaing]

[19 januari 1868 Brief van d'Ablaing aan Nahuijs]

[21 januari 1868 Brief van Multatuli aan Tine]

[22 januari 1868 Brief van Multatuli aan Tine]

[22 januari 1868 Verkiezingen Tweede Kamer]

[24 januari 1868 Van den Rijn (V)]

[25 januari 1868 Brief van Multatuli aan Tine]

[25 januari 1868 Van den Rijn (VI)]

[25 januari 1868 Brief van Tine aan Stéphanie]

[29 januari 1868 Van den Rijn (VII)]

[30 januari 1868 Brief van Multatuli aan Tine]

[1 februari 1868 Van den Rijn (VIII)]

[februari 1868 De Engelse vertaling van de M.H. verschijnt]

[4 februari 1868 Van den Rijn (IX)]

[6 februari 1868 Brief van Tine aan Stéphanie]

[8 februari 1868 Brief van Multatuli aan Huet]

[8 februari 1868 Brief van Rochussen aan Multatuli]

[10 februari 1868 Brief van Multatuli aan Rochussen]

[10 februari 1868 Beoordeling in de Daily News]

[12 februari 1868 Brief van Multatuli aan Tine]

[12 februari 1868 Brief van Multatuli aan Huet]

[14 februari 1868 Van den Rijn (X)]

[14 februari 1868 Beoordeling in de Evening Star]

[15 februari 1868 Brief van Huet aan Multatuli]

[17 februari 1868 Van den Rijn (XI)]

[19 februari 1868 Van den Rijn (XII)]

[20 februari 1868 Brief van Kallenberg vd Bosch aan Potgieter]

[25 februari 1868 Van den Rijn (XIII)]

[3 maart 1868 Brief van Multatuli aan Tine]

[3 maart 1868 Multatuli gaat naar Den Haag]

[4 maart 1868 Brief van Multatuli aan Huet]

[4 maart 1868 Van den Rijn (XIV)]

[6 maart 1868 Brief van Multatuli aan Tine]

[7 maart 1868 Artikel van Nahuijs in de Ned. Spectator]

[9 maart 1868 Brief van Multatuli aan Rochussen]

[9 maart 1868 Brief van Rochussen aan Van Zuylen]

[10 maart 1868 Brief van Multatuli aan Tine]

[10 maart 1868 Brief van Tine aan Stéphanie]

[11 maart 1868 Brief van Multatuli aan Huet]

[12 maart 1868 Koninklijk besluit inzake opdracht Huet]

[13 maart 1868 Brief van Multatuli aan Huet]

[14 maart 1868 Artikel in de Sneeker Courant]

[16 maart 1868 Artikel in de Friesche Courant]

[16 maart 1868 Brief van Tine aan Potgieter]

[18 maart 1868 Brief van Multatuli aan Hasselman]

[19 maart 1868 Brief van Multatuli aan Tine]

[22 maart 1868 Brief van De Geyter aan d'Ablaing]

[23 maart 1868 Brief van Multatuli aan Huet]

[23 maart 1868 Brief van Multatuli aan Hasselman]

[23 maart 1868 Artikel in de Friesche Courant]

[24 maart 1868 Van den Rijn (XV)]

[26 maart 1868 Onderhoud met Hasselman]

[26 maart 1868 Artikel in de Friesche Courant]

[27 maart 1868 Brief van Multatuli aan Hasselman]

[28 maart 1868 Brief van Multatuli aan Huet]

[29 maart 1868 Voordracht van Multatuli in Utrecht]

[31 maart 1868 Bericht over Multatuli's voordracht]

[31 maart 1868 Van den Rijn (XVI)]

[1 april 1868 Brief van Multatuli aan Huet]

[1 april 1868 Beoordeling in The British Quaterly Review]

[1 april 1868 Beoordeling in The Westminster Review]

[1 april 1868 Beoordeling in The Contemporary Review]

[3 april 1868 Brief van Huet aan Multatuli]

[3 april 1868 Tine int een wissel]

[5 april 1868 Brief van Multatuli aan Tine]

[5 april 1868 Brief van Multatuli aan Huet]

[6 april 1868 Brief van Multatuli aan Hasselman]

[6 april 1868 Brief van Huet aan Multatuli]

[11 april 1868 Het zwarte boek I in de Sneeker Courant]

[15 april 1868 Het zwarte boek II]

[april 1868 Opinions of the Press]

[17 april 1868 Van den Rijn (XVII)]

[17 april 1868 Brief van Huet aan Multatuli]

[18 april 1868 Het zwarte boek III in de Sneeker Courant]

[19 april 1868 Brief van Multatuli aan Huet]

[21 april 1868 Van den Rijn (XVIII)]

[22 april 1868 Brief van Multatuli aan Tine]

[24 april 1868 Brief van De Geyter aan d'Ablaing]

[24 april 1868 L.A. te Winkel overlijdt]

[25 april 1868 Van den Rijn (XIX)]

[25 april 1868 Het zwarte boek IV in de Sneeker Courant]

[28 april 1868 Begroting van Buitenlandse Zaken verworpen]

[29 april 1868 Van den Rijn (XX)]

Biografische aantekeningen


[25 februari 1867
Van den Rijn (XI)]

25 februari 1867

Bijdrage van Multatuli in de Opregte Maandagsche Haarlemsche Courant, no. 48.

Van den Rijn, 22 Februarij.

Te Dusseldorp heeft men, tot viering van de verloving der Prinses Marie von Hohenzollern, een grooten optogt bij fakkellicht gehouden, waaraan is deelgenomen door de burgerlijke en militaire autoriteiten, het St. Sebastiaan-schuttersgild, het corps van de brandwacht en een groot aantal burgers. Uit velerlei organen van de publieke meening, en ook uit sommige particuliere manifestatien, spreekt groote ingenomenheid met het voorgenomen huwelijk. - Naar men verneemt, hebben de Koning en de Koningin van Pruissen gezamenlijk eene som van 200 th. bijgedragen voor het monument, dat ter eere des dichters Friedrich Rückert zal worden opgerigt.

- In de Neue-Landwirthschaftliche Zeitung, geredigeerd door dr. Frühling, komt een artikel voor van dr. Krämer, waarin die landhuishoudkundige onder overlegging van vele statistische tabellen, het voordeel betoogt van het uitbreiden des veestapels boven de melk- en kaas-industrie. Hij noodigt alle belangstellenden uit, zijne opgaven, en de daarop gebouwde resultaten, naauwkeurig aan hunne eigene ondervinding te toetsen, en in geval van ander inzigt, hem daarvan mededeeling te doen, ten einde, op vaste gronden, deze voor den landbouw zoo belangrijke kwestie voor altijd te beslissen.

- Volgens den Kölnischen-Anzeiger, heeft de pastoor Thissen (de clericale candidaat, die zich met den regerings-candidaat Camphausen aan eene herstemming moet onderwerpen) op de hem door eene commissie van kiezers voorgelegde vragen, geantwoord: ‘dat hij was voor algemeen regtstreeksch stemregt, met geheime stemming; voor het publiek maken, door de pers, van het verhandelde op den Rijksdag; voor het handhaven van de door de pruissische Grondwet erkende regten des volks, en, eindelijk, voor eene vermindering der militaire begrooting.’

Het baart in sommige kringen nogal opzien, dat de heer Thissen juist dezer dagen, in het heetst van den verkiezingsstrijd, door den Keizer van Oostenrijk benoemd is tot ridder van de IJzeren Kroon. De kiezers, die voor den heer Bürgers gestemd hebben, zijn door het (liberale) kiescollegie uitgenoodigd, den heer Thissen hunne stemmen te geven. Een Keulsch blad maakt hierbij de opmerking, dat de afstand tusschen de liberalen en clericalen minder groot schijnt, dan tusschen eerstgenoemde partij en de Regering, daar de heer Camphausen, Thissens tegenstander, ministerieel is.

- Er is dezer dagen een begin gemaakt met het plaatsen, op den vasten Rijnbrug te Keulen, van het kolossale ruiterstandbeeld, voorstellende Z.M. den Koning van Pruissen.

- Uit Crefeld wordt geschreven, dat voor de nieuwe transport-assurantie-compagnie Rijnsch-Westfaalsche-Lloyd bijna voor drie millioen th. is ingeschreven; zoodat de ingeschreven sommen (dewijl het maatschappelijk kapitaal op slechts één millioen th. bepaald was) tot op één derde zullen moeten worden herleid.

- Men verneemt, dat eerstdaags eene bijeenkomst zal plaats hebben van de ondernemers der aanteleggen spoorwegen langs de Moezel, ten einde maatregelen te beramen om de hoogst gewigtige landstreek, welke die rivier doorsnijdt, niet langer verstoken te laten van de voordeelen eener betere communicatie. Tevens zou men bij die gelegenheid beraadslagen over een voorstel van het ministerie, betreffende eene gewenschte uitbreiding van het telegraafnet.

- Weder circuleert te Coblenz eene petitie tegen de speelbanken, door welke inrigtingen (naar luid van dat stuk) de stad en hare omstreken benadeeld worden. De Mainzer-Beobachter, dat feit mededeelende, voegt daarbij eenige beschouwingen en zegt onder anderen: ‘Voor den honderdsten keer verklaren wij, tegen de speelbanken te zijn. Indien ons ware opgedragen de bevoegdheid om concessien te verleenen tot het oprigten van dusdanige etablissementen, zou nooit één enkele gulden op de groene tafel geworpen zijn. Maar, er is verschil tusschen afkeuren en een vervolgziek fanatismus, gelijk dat, hetwelk zich dezer dagen openbaart. De speelbanken brengen ongeluk aan, zegt men. Toegestemd! Maar, zij roepen te gelijker tijd een vertier in het leven, dat zonder haar niet zou kunnen bestaan. Wat zou Homburg, Ems, Nauheim, ja zelfs, wat zou Wiesbaden zijn, zonder de Bank? Toch erkennen wij, dat zulke beschouwing geen grond mag opleveren om iets te verdedigen, dat uit een zedelijk oogpunt niet te verdedigen is. Dat dus Homburg te gronde ga, mits de beginselen bewaard blijven! Doch, van waar op eenmaal dat algemeen partijtrekken voor zedelijkheid? De colporteurs van petitien mogen het ons ten goede houden, indien wij, overigens volkomen bereid om het getal handteekeningen op hunne adressen met de onze te vermeerderen, een glimlach niet kunnen onderdrukken bij de vraag, die op onze lippen zweeft: of ook soms hier en daar broodnijd schuilt onder dat hardnekkig bestrijden van... verkeerde dingen? Het harder klinkend woord, dat misschien juister onze meening zou uitdrukken, willen wij liever niet uitspreken.’

- Men schrijft uit Bingen: ‘Reeds sedert lang was de katholieke bevolking der Rijnlanden verstoord over de aanhoudende aanvallen, waaraan zij blootstond van de zijde der Gustaaf-Adolf-Vereeniging, of van sommige personen, die, wij weten niet, met welk regt, voorgeven, de woordvoerders dier Vereeniging te zijn. Zeker protestantsch geestelijke alhier heeft dezer dagen aan die verstoordheid op nieuw voedsel gegeven door het schrijven van zekeren Gustaaf-Adolf Kalender, waarin ons geloof, onze begrippen en onze godsdienstige overtuiging op de snoodste wijze worden aangetast. Het bisschoppelijk bestuur te Mainz heeft zich genoodzaakt gezien, van onze grieven in het algemeen en van den inhoud van dien kalender kennis te nemen, en tevens maatregelen te beramen ter bestrijding van zulke aanvallen. Met groote vreugde vernemen wij, dat de Mainzer Curie eene, door alle geestelijken van het bisdom onderteekende petitie aan Z.M. den Koning heeft gerigt, waarin die Vorst, als Opperhoofd der Evangelische Landskerk, wordt verzocht, zijne katholieke onderdanen tegen zulke beledigingen en krenkingen in bescherming te willen nemen.’

- De cholera, die te Keulen in de maand Januarij slechts vier offers eischte, is weder aan het toenemen. Van den 12den tot den 17den dezer, zijn 23 lijders aan die ziekte bezweken.

- De aartsbisschop van Keulen, de heer Paulus, heeft openbare gebeden voorgeschreven voor de R. Katholieke Kerk in Polen en Rusland.

- De Provincial-Correspondenz beweert, dat de uitslag der verkiezingen de verwachting der Regering heeft overtroffen. Volgens dat blad, zal het ministerie in de oude provincien eene meerderheid bezitten van twee derden. Van de 167 definitief besliste verkiezingen zou men kunnen vaststellen, dat 87 tot de behoudende en 25 tot de oud-liberale partij behooren. Vervolgens zou het katholieke centrum 8, en de vooruitgangspartij 10 leden tellen; bovendien rekent men nog 10 Polen, en 2 leden, wier rigting twijfelachtig is. Wat de in de nieuwe provincien gekozen leden aangaat, beweert de Correspondenz, dat 21 daarvan tot de nationale partij, en 18 tot de oppositie behooren. De keuze van den heer Rothschild te Frankfort zou (volgens genoemd blad) een bewijs zijn van de gezindheid der Frankforters om zich met de Regering te verzoenen. Prins Frederik Karel heeft de op hem gevallen keuze aangenomen. Ten slotte berigt de meergemelde courant, dat de Koning de Frankforter deputatie met groote welwillendheid heeft ontvangen, en een herhaald onderzoek van de bezwaren der stad tegen de opgelegde oorlogscontributie heeft bevolen. Z.M. zou verklaard hebben, dat aan Frankfort geene lasten zouden opgelegd blijven, welke de krachten der stad inderdaad te boven gaan en hare welvaart in gevaar brengen. - Een Mainzer blad, al deze mededeelingen der Correspondenz besprekende, vraagt, sedert wanneer de keuze van den oostenrijkschgezinden heer Rothschild een blijk geworden is van Frankforts toenadering tot Pruissen? ‘En (aldus gaat het voort), wanneer de classificatie der Parlementsleden even naauwkeurig is als deze beoordeeling van de beteekenis der keuze van Rothschild, dan zullen wij latere berigten afwachten, voordat wij ons met de Correspondenz verheugen, of ons met hare tegenstanders bedroeven. Het papier, waarop die Correspondenz correspondeert, is van eene bijzonder geduldige soort. Wij gaan nu de allernaauwkeurigste splitsing der in de oude pruissische gewesten gekozen leden met stilzwijgen voorbij, om te doen in het oog vallen, hoe handig de Correspondenz omspringt met het classificeren der soorten, en hoe mild zij eene nieuw uitgevonden soort, als ware het eene ontdekte plant of insekt, van een passenden naam weet te voorzien. De in Hannover gekozen leden des Parlements, bij voorbeeld die, welke geacht worden, de integriteit van dat voormalige Koningrijk voortestaan, en die dus de pruissische veroveringen betreuren, worden oppositie-leden genoemd. Die Hannoveranen echter, welke zich schikken in de niet-hannoversche toestanden; zij, die met hart en ziel Pruissen zijn geworden, zullen nationaal heeten! Wij, voor ons, kiezen geene partij, of liever, wij kiezen partij voor juistheid van uitdrukking; wij kiezen partij voor opregtheid. En uit dien hoofde moeten wij betuigen, niet te behooren tot de partij der Provincial-Correspondenz. Vordert men van den Hannoveraan, van den Nassauer, van den Frankforter en den Keurhes, dat hij pruissischgezind zij, welnu, dat men dan de zaak bij den waren naam noeme; doch hem pruissischgezindheid optedringen als nationaliteit, is onwaar, onjuist, onregtvaardig, en derhalve uit den booze. De koningsgezindheid der Correspondenz schijnt verder te gaan, dan de wenschen des Konings zelven, daar Z.M. uitdrukkelijk verklaard heeft, de gehechtheid der bewoners van de geannexeerde landstreken aan vorige regeringsvormen en dynastien te eerbiedigen, mits slechts die gehechtheid zich niet openbare in daden. Z.M. heeft dus niet gewild, dat zijne nieuwe onderdanen huichelaars zouden zijn; en huichelarij is het, nationaal te noemen, wat niet-nationaal is.’