Multatuli.online

Volledige Werken. Deel 12. Brieven en dokumenten uit de jaren 1867-1868

Voorbericht

Nota

[2 januari 1867 Van den Rijn (I)]

[3 januari 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[8 januari 1867 Van den Rijn (II)]

[9 januari 1867 Brief van Multatuli aan Tine]

[9 januari 1867 Advertentie Handelsblad]

[9 januari 1867 Brief van Huet aan Multatuli]

[10 januari 1867 Bericht in het Nieuwsblad voor den Boekhandel]

[10 januari 1867 Brief van d'Ablaing aan Multatuli]

[10 januari 1867 Brief van d'Ablaing aan Lebègue]

[11 januari 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[15 januari 1867 Van den Rijn (III)]

[16 januari 1867 Brief van d'Ablaing aan Multatuli]

[17 januari 1867 Bericht in het Nieuwsblad voor den Boekhandel]

[18 januari 1867 Van den Rijn (IV)]

[20 januari 1867 Uitnodiging van De Geyter aan Multatuli]

[23 januari 1867 Van den Rijn (V)]

[24 januari 1867 Brief van Multatuli aan De Geyter]

[26 januari 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[28 januari 1867 Brief van Baron van Dedem aan Van Vloten]

[29 januari 1867 Van den Rijn (VI)]

[3 februari 1867 Brief van Tine aan Potgieter]

[5 februari 1867 Van den Rijn (VII)]

[8 februari 1867 Brief van Multatuli aan Tine]

[8 februari 1867 Brief van Multatuli aan De Geyter]

[8 februari 1867 Van den Rijn (VIII)]

[11 februari 1867 Brief van d'Ablaing aan Van Gelder Zonen]

[12 februari 1867 Van den Rijn (IX)]

[12 februari 1867 Brief van d'Ablaing aan Van Bommel]

[13 februari 1867 Brief van Multatuli aan Ris]

[15 februari 1867 Brief van Multatuli aan De Geyter]

[19 februari 1867 Van den Rijn (X)]

[20 februari 1867 Brief van Multatuli aan De Geyter]

[22 februari 1867 Brief van Kallenberg vd Bosch aan Potgieter]

[23 februari 1867 Brief van Multatuli aan De Geyter]

[25 februari 1867 Van den Rijn (XI)]

[25 februari 1867 Circulaire voordracht te Antwerpen]

[25 februari 1867 Aankondiging in Le Précurseur]

[27 februari 1867 Aankondiging in Het Handelsblad]

[27 februari 1867 Aankondiging in De Koophandel]

[27 februari 1867 Bericht in Le Précurseur]

[27 februari 1867 Ingezonden Stuk in de Sneeker Courant]

[28 februari 1867 Brief van A. de Vos aan Multatuli]

[28 februari 1867 Voordracht van Multatuli te Antwerpen]

[28 februari 1867 Bericht in het Nieuwsblad voor den Boekhandel]

[28 februari 1867 Verslag in de De Koophandel]

[2 maart 1867 Brief van Multatuli aan De Vos]

[2 maart 1867 Artikel in De Vlinder]

[2 maart 1867 Tweede voordracht van Multatuli in Antwerpen]

[2 maart 1867 Ingezonden stuk in de Sneeker Courant]

[3 maart 1867 Mededeling over Multatuli's voordrachten]

[4 maart 1867 Van den Rijn (XII)]

[6 maart 1867 Ingezonden stuk in de Sneeker Courant]

[7 maart 1867 Van den Rijn (XIII)]

[9 maart 1867 Van den Rijn (XIV)]

[9 maart 1867 Ingezonden stuk in de Sneeker Courant]

[12 maart 1867 Brief van Multatuli aan De Geyter]

[12 maart 1867 Brief van d'Ablaing aan Van Helden]

[13 maart 1867 Van den Rijn (XV)]

[14 maart 1867 Brief van Tine aan Potgieter]

[16 maart 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[16 maart 1867 Rond den Heerd over Multatuli]

[17 maart 1867 Artikel in De Vooruitgang]

[20 maart 1867 Van den Rijn (XVI)]

[21 maart 1867 Brief van Multatuli aan De Geyter]

[22 maart 1867 Bericht over derde voordracht]

[23 maart 1867 Brief van Multatuli aan Van Vloten]

[24 maart 1867 Derde voordracht van Multatuli in Antwerpen]

[25 maart 1867 Van den Rijn (XVII)]

[26 maart 1867 Van den Rijn (XVIII)]

[28 maart 1867 Multatuli naar Kinderdijk]

[31 maart 1867 Multatuli keert terug naar Keulen]

[1 april 1867 Brief van Multatuli aan De Geyter]

[3 april 1867 Van den Rijn (XIX)]

[4 april 1867 Van den Rijn (XX)]

[4 april 1867 Brief van Multatuli aan Flemmich]

[4 april 1867 Brief van Multatuli aan Flemmich]

[5 april 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[5 april 1867 Van den Rijn (XXI)]

[6 april 1867 Brief van Multatuli aan mevrouw Flemmich]

[7 april 1867 Kritiek op Multatuli's derde voordracht]

[8 april 1867 Brief van Kallenberg vd Bosch aan Potgieter]

[Bijlage Kopie van brief aan Multatuli, november 1866]

[april 1867 Nederland publiceert Huets beoordeling]

[9 april 1867 Mededeling postbeambte]

[9 april 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[10 april 1867 Van den Rijn (XXII)]

[11 april 1867 Brief van Multatuli aan Tine]

[12 april 1867 Brief van Multatuli aan Flemmich]

[14 april 1867 Brief van Multatuli aan mevrouw Flemmich]

[17 april 1867 Van den Rijn (XXIII)]

[20 april 1867 Van den Rijn (XXIV)]

[23 april 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[24 april 1867 Van den Rijn (XXV)]

[26 april 1867 Brief van Tine aan Potgieter]

[28 april 1867 Artikel over Multatuli in Het Vrije Woord]

[30 april 1867 Van den Rijn (XXVI)]

[1 mei 1867 Van den Rijn (XXVII)]

[2 mei 1867 Brief van De Vos aan Multatuli]

[6 mei 1867 Van den Rijn (XXVIII)]

[7 mei 1867 Van den Rijn (XXIX)]

[11 mei 1867 Brief van Multatuli aan De Geyter]

[11 mei 1867 Van den Rijn (XXX)]

[14 mei 1867 Van den Rijn (XXXI)]

[16 mei 1867 Van den Rijn (XXXII)]

[17 mei 1867 Van den Rijn (XXXIII)]

[21 mei 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[22 mei 1867 Van den Rijn (XXXIV)]

[27 mei 1867 Van den Rijn (XXXV)]

[28 mei 1867 Van den Rijn (XXXVI)]

[29 mei 1867 Van den Rijn (XXXVII)]

[31 mei 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[1 juni 1867 Artikel in The North British Review]

[3 juni 1867 Van den Rijn (XXXVIII)]

[6 juni 1867 Brief van Rooses aan De Geyter]

[7 juni 1867 Brief van J. van Lennep aan Multatuli]

[8 juni 1867 Van den Rijn (XXXIX)]

[10 juni 1867 Brief van Multatuli aan Van Lennep]

[14 juni 1867 Brief van Multatuli aan De Geyter]

[14 juni 1867 Brief van Multatuli aan Rooses]

[14 juni 1867 Brief van Tine aan Potgieter]

[17 juni 1867 Van den Rijn (XL)]

[21 juni 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[22 juni 1867 Van den Rijn (XLI)]

[22 juni 1867 Brief van Rooses aan Multatuli]

[24 juni 1867 Brief van d'Ablaing aan Van Hall]

[25 juni 1867 Brief van d'Ablaing aan Koorn]

[28 juni 1867 Van den Rijn (XLII)]

[1 juli 1867 Van Vloten krijgt ontslag als hoogleraar]

[4 juli 1867 Van den Rijn (XLIII)]

[5 juli 1867 Brief van Multatuli aan Rooses]

[6 juli 1867 Brief van Rooses aan De Geyter]

[10 juli 1867 Van den Rijn (XLIV)]

[22 juli 1867 Van den Rijn (XLV)]

[26 juli 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[27 juli 1867 Van den Rijn (XLVI)]

[29 juli 1867 Van den Rijn (XLVII)]

[29 juli 1867 Brief van d'Ablaing aan Scheurleer]

[1 augustus 1867 Artikel in de Revue Britannique]

[2 augustus 1867 Brief van Multatuli aan Rooses]

[2 augustus 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[2 augustus 1867 Brief van Multatuli aan Van Lennep]

[2 augustus 1867 Brief van Tine aan Potgieter]

[2 augustus 1867 Van den Rijn (XLVIII)]

[3 augustus 1867 Van den Rijn (XLIX)]

[9 augustus 1867 Van den Rijn (L)]

[10 augustus 1867 Van den Rijn (LI)]

[11 augustus 1867 Brief van J. van Lennep aan Multatuli]

[12 augustus 1867 Rondschrijven Van Crombrugghe's Genootschap]

[13 augustus 1867 Van den Rijn (LII)]

[14 augustus 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[14 augustus 1867 Van den Rijn (LIII)]

[14 augustus 1867 Programma van de feesten in Gent]

[17 augustus 1867 Brief van Multatuli aan Rooses]

[17 augustus 1867 Aankondiging letterkundig feest]

[17 augustus 1867 Artikel in Het Volksbelang]

[19 augustus 1867 Brief van Multatuli aan Rooses]

[19 augustus 1867 Programma feestavond]

[20 augustus 1867 Toespraak van Multatuli in het congres]

[20 augustus 1867 Verslag van Multatuli's toespraak]

[20 augustus 1867 Van den Rijn (LIV)]

[20 augustus 1867 Bericht in de Beurzencourant]

[21 augustus 1867 Multatuli op de derde Algemene Zitting]

[21 augustus 1867 Multatuli verdedigt De Geyter]

[21 augustus 1867 Multatuli aan het banket]

[21 augustus 1867 Van den Rijn (LV)]

[21 augustus 1867 Ingezonden brief van Rolin-Jaequemyns]

[21 augustus 1867 Verslag in Le commerce de Gand]

[21 augustus 1867 Bericht in Le Bien Public]

[21 augustus 1867 Bericht in Het Vlaemsche Land]

[22 augustus 1867 Brief van Multatuli aan Rooses]

[22 augustus 1867 Verslag in de Gentsche Mercurius]

[22 augustus 1867 Artikel in Le Bien Public]

[23 augustus 1867 Bericht in de Beurzencourant]

[24 augustus 1867 Brief van Multatuli aan Tine]

[24 augustus 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[24 augustus 1867 Artikel in de Beurzencourant]

[24 augustus 1867 Artikel in Le Bien Public]

[26 augustus 1867 Brief van Multatuli aan De Geyter]

[26 augustus 1867 Brief van Multatuli aan Vreede]

[26 augustus 1867 Brief van Multatuli aan Te Winkel]

[27 augustus 1867 Brief van Vreede aan Multatuli]

[27 augustus 1867 Van den Rijn (LVI)]

[27 augustus 1867 Ingezonden brief van Rolin-Jaequemyns]

[27 augustus 1867 Bericht Utrechtsch Dagblad]

[28 augustus 1867 Van den Rijn (LVII)]

[28 augustus 1867 Bericht Utrechtsch Dagblad]

[30 augustus 1867 Brief van Multatuli aan De Geyter]

[31 augustus 1867 Hoofdartikel in Het Volksbelang]

[augustus 1867 Brief van Multatuli aan Rooses]

[3 september 1867 Van den Rijn (LVIII)]

[10 september 1867 Van den Rijn (LIX)]

[10 september 1867 Brief van d'Ablaing aan Koning]

[13 september 1867 Van den Rijn (LX)]

[september 1867 Brief van Multatuli aan redactie Handelingen]

[17 september 1867 Van den Rijn (LXI)]

[19 september 1867 Van den Rijn (LXII)]

[20 september 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[23 september 1867 Van den Rijn (LXIII)]

[24 september 1867 Van den Rijn (LXIV)]

[26 september 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[28 september 1867 Van den Rijn (LXV)]

[2 oktober 1867 Brief van Tine aan Potgieter]

[3 oktober 1867 Van den Rijn (LXVI)]

[4 oktober 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[8 oktober 1867 Van den Rijn (LXVII)]

[10 oktober 1867 Van den Rijn (LXVIII)]

[12 oktober 1867 Brief van Multatuli aan Rooses]

[14 oktober 1867 Van den Rijn (LXIX)]

[14 oktober 1867 Brief van Kallenberg vd Bosch aan Potgieter]

[16 oktober 1867 Van den Rijn (LXX)]

[17 oktober 1867 Van den Rijn (LXXI)]

[19 oktober 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[19 oktober 1867 Bericht Sneeker Courant]

[23 oktober 1867 Van den Rijn (LXXII)]

[24 oktober 1867 Van den Rijn (LXXIII)]

[29 oktober 1867 Van den Rijn (LXXIV)]

[30 oktober 1867 Van den Rijn (LXXV)]

[1 november 1867 De Revue moderne publiceert Max Havelaar]

[5 november 1867 Van den Rijn (LXXVI)]

[8 november 1867 Brief van d'Ablaing aan De Mol van Otterloo]

[12 november 1867 Brief van Multatuli aan Tine]

[12 november 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[12 november 1867 Van den Rijn (LXXVII)]

[14 november 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[18 november 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[18 november 1867 Van den Rijn (LXXVIII)]

[19 november 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[21 november 1867 Brief van Multatuli aan De Geyter]

[22 november 1867 Van den Rijn (LXXIX)]

[23 november 1867 Feuilleton van H. de Pène]

[27 november 1867 Brief van Multatuli aan Rochussen]

[28 november 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[29 november 1867 Van den Rijn (LXXX)]

[30 november 1867 Brief van Multatuli aan Tine]

[3 december 1867 Van den Rijn (LXXXI)]

[6 december 1867 Brief van Multatuli aan Tine]

[7 december 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[7 december 1867 Van den Rijn (LXXXII)]

[10 december 1867 Van den Rijn (LXXXIII)]

[12 december 1867 Van den Rijn (LXXXIV)]

[13 december 1867 Rekest van Multatuli aan de Koning]

[13 december 1867 Van den Rijn (LXXXV)]

[14 december 1867 Brief van Multatuli aan Tine]

[15 december 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[15 december 1867 Huet schrijft een voorbericht]

[18 december 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[Bijlage De verkladde blaadjes]

[Bijlage Mededeling van C.Th. van Deventer]

[18 december 1867 Brief van Tine aan Potgieter]

[19 december 1867 De Minister van Justitie schrijft de Proc. Gen.]

[20 december 1867 Van den Rijn (LXXXVI)]

[21 december 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[23 december 1867 Brief van Huet aan Multatuli]

[24 december 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[24 december 1867 Brief van Multatuli aan Tine]

[24 december 1867 President Rechtbank schrijft Off. v. Justitie]

[27 december 1867 Van den Rijn (LXXXVII)]

[30 december 1867 Advies van de Officier van Justitie inzake rekest]

[31 december 1867 Brief van Multatuli aan Huet]

[31 december 1867 Brief van Multatuli aan Tine]

[31 december 1867 Van den Rijn (LXXXVII)]

[1 januari 1868 De Revue moderne publiceert Max Havelaar]

[3 januari 1868 Brief van Multatuli aan Huet]

[3 januari 1868 Besluit tot Kamerontbinding]

[4 januari 1868 Wintgens minister van Justitie]

[7 januari 1868 Rappel van de Minister van Justitie]

[8 januari 1868 Brief van Multatuli aan Huet]

[8 januari 1868 Van den Rijn (I)]

[8 januari 1868 Advies van de Rechtbank te Amsterdam]

[9 januari 1868 Brief van Huet aan Multatuli]

[9 januari 1868 Rapport van de Procureur-generaal]

[10 januari 1868 Rapport van de Minister van Justitie]

[11 januari 1868 Van den Rijn (II)]

[11 januari 1868 Besluit van de koning inzake gratie]

[11 januari 1868 Bericht aan de Procureur-generaal]

[12 januari 1868 Brief van Nahuijs aan d'Ablaing]

[13 januari 1868 Brief van Multatuli aan Huet]

[14 januari 1868 Brief van d'Ablaing aan Nahuijs]

[16 januari 1868 Brief van Multatuli aan Tine]

[16 januari 1868 Van den Rijn (III)]

[17 januari 1868 Van den Rijn (IV)]

[18 januari 1868 Brief van Multatuli aan Tine]

[18 januari 1868 Brief van Nahuijs aan d'Ablaing]

[18 januari 1868 Brief van Nahuijs aan d'Ablaing]

[19 januari 1868 Brief van d'Ablaing aan Nahuijs]

[21 januari 1868 Brief van Multatuli aan Tine]

[22 januari 1868 Brief van Multatuli aan Tine]

[22 januari 1868 Verkiezingen Tweede Kamer]

[24 januari 1868 Van den Rijn (V)]

[25 januari 1868 Brief van Multatuli aan Tine]

[25 januari 1868 Van den Rijn (VI)]

[25 januari 1868 Brief van Tine aan Stéphanie]

[29 januari 1868 Van den Rijn (VII)]

[30 januari 1868 Brief van Multatuli aan Tine]

[1 februari 1868 Van den Rijn (VIII)]

[februari 1868 De Engelse vertaling van de M.H. verschijnt]

[4 februari 1868 Van den Rijn (IX)]

[6 februari 1868 Brief van Tine aan Stéphanie]

[8 februari 1868 Brief van Multatuli aan Huet]

[8 februari 1868 Brief van Rochussen aan Multatuli]

[10 februari 1868 Brief van Multatuli aan Rochussen]

[10 februari 1868 Beoordeling in de Daily News]

[12 februari 1868 Brief van Multatuli aan Tine]

[12 februari 1868 Brief van Multatuli aan Huet]

[14 februari 1868 Van den Rijn (X)]

[14 februari 1868 Beoordeling in de Evening Star]

[15 februari 1868 Brief van Huet aan Multatuli]

[17 februari 1868 Van den Rijn (XI)]

[19 februari 1868 Van den Rijn (XII)]

[20 februari 1868 Brief van Kallenberg vd Bosch aan Potgieter]

[25 februari 1868 Van den Rijn (XIII)]

[3 maart 1868 Brief van Multatuli aan Tine]

[3 maart 1868 Multatuli gaat naar Den Haag]

[4 maart 1868 Brief van Multatuli aan Huet]

[4 maart 1868 Van den Rijn (XIV)]

[6 maart 1868 Brief van Multatuli aan Tine]

[7 maart 1868 Artikel van Nahuijs in de Ned. Spectator]

[9 maart 1868 Brief van Multatuli aan Rochussen]

[9 maart 1868 Brief van Rochussen aan Van Zuylen]

[10 maart 1868 Brief van Multatuli aan Tine]

[10 maart 1868 Brief van Tine aan Stéphanie]

[11 maart 1868 Brief van Multatuli aan Huet]

[12 maart 1868 Koninklijk besluit inzake opdracht Huet]

[13 maart 1868 Brief van Multatuli aan Huet]

[14 maart 1868 Artikel in de Sneeker Courant]

[16 maart 1868 Artikel in de Friesche Courant]

[16 maart 1868 Brief van Tine aan Potgieter]

[18 maart 1868 Brief van Multatuli aan Hasselman]

[19 maart 1868 Brief van Multatuli aan Tine]

[22 maart 1868 Brief van De Geyter aan d'Ablaing]

[23 maart 1868 Brief van Multatuli aan Huet]

[23 maart 1868 Brief van Multatuli aan Hasselman]

[23 maart 1868 Artikel in de Friesche Courant]

[24 maart 1868 Van den Rijn (XV)]

[26 maart 1868 Onderhoud met Hasselman]

[26 maart 1868 Artikel in de Friesche Courant]

[27 maart 1868 Brief van Multatuli aan Hasselman]

[28 maart 1868 Brief van Multatuli aan Huet]

[29 maart 1868 Voordracht van Multatuli in Utrecht]

[31 maart 1868 Bericht over Multatuli's voordracht]

[31 maart 1868 Van den Rijn (XVI)]

[1 april 1868 Brief van Multatuli aan Huet]

[1 april 1868 Beoordeling in The British Quaterly Review]

[1 april 1868 Beoordeling in The Westminster Review]

[1 april 1868 Beoordeling in The Contemporary Review]

[3 april 1868 Brief van Huet aan Multatuli]

[3 april 1868 Tine int een wissel]

[5 april 1868 Brief van Multatuli aan Tine]

[5 april 1868 Brief van Multatuli aan Huet]

[6 april 1868 Brief van Multatuli aan Hasselman]

[6 april 1868 Brief van Huet aan Multatuli]

[11 april 1868 Het zwarte boek I in de Sneeker Courant]

[15 april 1868 Het zwarte boek II]

[april 1868 Opinions of the Press]

[17 april 1868 Van den Rijn (XVII)]

[17 april 1868 Brief van Huet aan Multatuli]

[18 april 1868 Het zwarte boek III in de Sneeker Courant]

[19 april 1868 Brief van Multatuli aan Huet]

[21 april 1868 Van den Rijn (XVIII)]

[22 april 1868 Brief van Multatuli aan Tine]

[24 april 1868 Brief van De Geyter aan d'Ablaing]

[24 april 1868 L.A. te Winkel overlijdt]

[25 april 1868 Van den Rijn (XIX)]

[25 april 1868 Het zwarte boek IV in de Sneeker Courant]

[28 april 1868 Begroting van Buitenlandse Zaken verworpen]

[29 april 1868 Van den Rijn (XX)]

Biografische aantekeningen


[31 december 1867
Brief van Multatuli aan Tine]

31 december 1867

Brief van Multatuli aan Tine. Drie dubbele en twee enkele velletjes postpapier, waarvan 15 blz. beschreven. (M.M.)

De eerste 5 blz. zijn geschreven op oudjaar 1867, de overige 10 blz. op 16 en 17 januarij 1868. De gehele brief is dus ook pas daarna verzonden.

De zin boven de aanhef is in potlood genoteerd. Multatuli nummerde in deze tijd zijn brieven aan Tine om te controleren of ze wel goed overkwamen.

raide: stug, stroef. (fr.)

baron Nahuys: van diens brieven is niets teruggevonden.

oribilmente: treurig, vreselijk. (ital.)

Keulen 31 Dec 1867

6) wordt nu No. 7 omdat ik je voor twee dagen schreef

lieve beste tine, Ik kryg daar je brief (begonnen 23. maar verzonden 27. Er is een van non in). Jy had myn No. 5, maar nog niet No. 4, die toch een dag vroeger verzonden was en over Frankryk, wat sneller heet te zyn. No. 5 was over Oostenryk, om eens te proberen.

Ik schryf je om je niet vergeefs te laten uitzien, maar nieuws heb ik niet. Misschien komt er nog een brief van R. voor ik dezen verzend, want ik wacht al sedert 3 dagen tyding en geld, dat ik hoognoodig heb. Ik ben ongerust of er een brief weg is.

De zaak staat precies als in myn vorigen: ik wacht. R. klaagde zelf onlangs dat ‘alles in Holl. zoo langzaam gaat.’ Ik ben erg geagiteerd door dat eeuwige wachten! Sedert 14 dagen denk ik telkens: morgen vertrekken! R. kan het niet helpen, maar toch had ik gaarne gezien dat hy den minister van Justitie, en 't kabinet des konings wat had weten te jagten. Waarlyk, als ze my in den Haag zóó aan de praat willen houden, zal ik niet al te geduldig wezen, want ik ben zeker in Engeland weldra populair te zyn, en daarvan zou ik dan terstond gebruik maken om uit onze armoede te komen. Je moet begrypen dat de herstelling die ik vraag, wel dol prettig voor ons wezen zou, maar dat ook de Regering my noodig heeft. Dus moeten ze my niet plagen. Dat ik nu nog geduldig wacht op die vernietiging van dat vonnis, is omdat Justitie (de minister meen ik) niet in myn zaken gemengd is. Maar als daarna Koloniën of Buitenlandsche Zaken en ook Binnenlandsche zaken, raide zyn, zal ik waarlyk dreigen. Voor de opheffing van die gevangenis, en om nu hier vandaan te komen, laat ik my meer welgevallen, dan voor de hoofdzaak, omdat ik voor 't laatste een hefboom heb.

Als ik in den Haag ben, zal ik een ingewikkeld spel te spelen hebben. Je moet begrypen dat ik (in den toestand van Holland) de Regering indedaad helpen kan, 't geen R. volmondig erkend heeft. En dit gaat niet alleen Indië aan, maar ook de binnenl. zaken en vooral de verhouding met Pruissen. Ik schreef aan R. dat Holland als 't niet flink zich tot groeien zette, naar de maan was, en gaf reeds in een paar woorden een wenk, van wat er moest gedaan worden. (Belgie verdeelen tusschen Holl. & Frankryk, vlaamsche beweging & voormuur tegen Pruissen). Hy antwoordde my dat hy zelf reeds vroeger daaraan gedacht had, en my eene door hem geschrevene memorie zou laten lezen, zoodra ik in den Haag was. Ook schreef hy dat hy me aan den minister van Buitenl. zaken zou voorstellen. (dat is de graaf van Zuylen, de neef van zyn schoonzoon. De laatste is gezant te Parys.) Nu daaruit blykt dat myn voorstel niet verworpen is, anders had ik met buitenl. zaken niet uittestaan. En ook met binnenl. zaken kom ik in aanraking. De minister (Heemskerk) neemt pr. interim Justitie waar. Hy behandelt dus de zaak van dat malle vonnis, en moet dus nu al vóór my zyn. Later zal ik met hem te doen hebben over de verkiezingen. 't Is wel mogelyk dat ik myzelf candidaat stel. R. heeft volgens Huët (dien ik met hem in relatie bragt) over my gesproken ‘met belangstelling en onderscheiding’ en, schreef Huet verder: ‘het kwam my voor, dat alle maatregelen genomen zyn om U met eere te doen terug komen.’

Dus lieve beste, alles staat goed, als ze nu maar wat vlugger waren! En dat agitante wachten doet me zooveel kwaad! Ik heb moeielyke dingen te overpeinzen, en kan nu uit wrevel over 't lange wachten, niet naar myn zin denken. Ik ben uit myn humeur, doch heb tot nog toe gezorgd dat het niet bleek uit myn brieven.

Ik wachtte reeds sedert 3, 4 dagen geld. In verband met het opzeggen van de kamer op den laatsten, dat is: vandaag, heb ik absoluut noodig. Ik heb hier te doen met het gemeenste vee dat je je kunt voorstellen. En nu komt R's hulp niet! Van morgen keek ik uit naar den besteller, en toen hy kwam, moest ik, die zoo verlangde naar tyding van je, verdrietig zyn, dat de brief niet van R. en gerecommandeerd was! Dat maakte my bitter. Ik moet morgen verhuizen. Als er vandaag geen geld komt, kan ik nòch weg, nòch blyven. Juist nu de hoofdzaak zoo goed staat, ben ik kwaad, dat myn gedachten bedorven worden door zulke hindernissen. Dat heele verhuizen had niet noodig moeten zyn. Ik had vóór den laatsten moeten kunnen wegreizen. Nu moet ik, als het geld komt, weer ergens anders een verblyf zoeken.

Eens in den Haag zynde, laat ik me zóó niet ringelooren. Denk niet, dat ik als een dolleman het goede dat er kan bereikt worden, bederven zal, maar als ik merk dat ze me voor gek houden, of op de lange baan schuiven, dan zal ik de zaak brusqueren. Ministers die (nota bene: met welwillendheid!) zóólang werk hebben om een kort besluitje uit handen van den Koning te krygen, kunnen niet gebruikt worden voor wat er te doen valt. Die menschen gaan niet uit hun tred. De tydsomstandigheden in Holland (en Indië) zyn moeielyk! Het kon niet anders. Ik heb 't lang genoeg voorspeld. Ook wordt het nu algemeen erkend dat de zaken slecht staan.

't Is al heel aardig dat ik hier in Keulen, den 27n November aan R. schreef, dat de Kamer moest ontbonden worden, en dat ik hierin myn zin heb. Ook dring ik aan op verandering van grondwet. Daarop antwoordt R. niet Ik denk uit voorzigtigheid. Met een grondwet als de tegenwoordige, is er niet te regeren, noch in Indie, noch in Holland. De minister ligt overhoop met den G.G. (Ik zal aandringen op ontslag van den G.G.). Indien Holland my royaal aanneemt, zal ik 't trouw dienen. Zoo niet, dan ga ik naar Engeland. De schotsche uitgever is vurig voor myn zaak, en spreekt gedurig van ‘steam up!’ Hy neemt de zaak zeer à coeur. Ook myn vertaler in den Haag (baron Nahuys) een trouwe aanhanger, maakt er een levensdoel van. 't Is een jong mensch (27 jaar) die my steeds heeft aangehangen. Ik heb hem nooit gezien, maar zyn brieven zyn goed.

Huët heeft, van R. hoorende dat ik zou terugkomen, my te logeren gevraagd. Maar 't kòn zyn dat ik in den Haag moest blyven. t Is ook mogelyk dat ik juist liever schriftelyk de onderhandelingen voer. 't Zal een ware schaakparty zyn. Om jou te kunnen laten komen, moet ik niet alleen zeker zyn van een inkomen, maar ook geld in handen krygen. R. kent reeds myne eischen. Hy is op 't oogenblik niet in dienst, en kan dus niets beloven. Maar de toon zyner brieven klinkt als of hy denkt dat ik gedaan kryg wat ik vraag, anders kwam dat roepen naar den Haag niet te pas. Ook is het voorstel om die gevangenis opteheffen van hem uitgegaan. En dat ik het rekwestje aan den koning (waartoe hy me 't zegeltje zond), schreef, was om de zaken, niet om mynentwil. Myne heele toenadering is geweest om den toestand van Holland. Nu daarom ben ik kwaad, dat het zoo traîneert. Dat weet nu wel de min. van Justitie en 't Kabinet des Konings niet, maar R. wel, en die had het hun moeten uitleggen.-

Jou brief is heel lief, beste tine, en ik ben nu verdrietig dat ik je inplaats van een telegram, zoo moet vervelen met dat wachten! Je zegt dat je in myn brief weer myn hart voor je voelt. Hoor eens, dat is lelyk van je, maar je kunt het niet helpen, omdat je je niet kunt voorstellen hoe ik gedurig benepen zat! Een bewys is nu in dezen brief! Ik ben kwaad, omdat ik kwaad ben over dat wachten, en dan kryg jy ook niets vrindelyks. Dat ligt niet aan myn hart voor jou, maar aan myn stemming. Je weet niet, wat ik te tobben had. Alle liefelykheid vlugt weg. Ik ben zelfs kwaad dat ik je nog van hier schryven moet! Ook ben ik ongerust over je hoesten. Jy zegt dat het wat beter is, maar de lieve non schryft: oribilmente! Nu, en dat maakt me dan woedend op die haagsche menschen, die zoo langzaam zyn. Ik verbeeld me, als je by my bent, dat ik je wel zoo zou kunnen verzorgen dat het beterde! Ik zou goed zorgen voor warmte, en zelfkant aan alle ramen. En al kwam je dan niet voor July buiten de deur. Ik heb me de laatste dagen zoo dikwyls verdiept in alles, en nu ben ik gestoord door dat wachten. Vandaag is 't me zwaar, wyl ik hier te doen heb met gemeen volk. In de zekere hoop namelyk, dat R. my voor den laatsten zou helpen met geld, waren daarop afspraken gebouwd en tot nogtoe ½2 is er niets. Ik wachtte 't al voor 3, 4 dagen, en ben ongerust dat er een brief weg is. Zoolang ik nu daarmeê in myn maag zit, kan ik niet prettig denken. Je begrypt wel, dat er altyd nog veel moeielykheden blyven, al bereik ik myn doel. (de schulden zyn énorm, en aan betaling is eigenlyk voorloopig niet te denken) de hoofdzaak is, dat de vrees voor gebrek weg is, als ik een vast inkomen zal hebben. Ja, er blyven altyd moeielykheden, maar die zullen wy wel te boven komen.

Myn plan was, je te gemoet te gaan tot Parys, Nu, dáárover had ik ook al zooveel illusies, en nu ben ik verdrietig dat ik nog niet eens van hier weg kan! En dat ik nu vandaag nog allerlei gemeenheid moet afwachten. Wat er aan hapert met R's brief, is my een raadsel. Dat schryven is ellendig. Nu had je myn No. 4 nog niet, en nu weet ik weer niet, of je die No 2 had, waar ik zoo naar vroeg? -

Het is goed dat ik by tyds weet, hoeveel geld jy noodig hebt om fatsoenlyk weg te komen? Bereken daarby warme dingen en 1e klasse. Maar aan Stéfanie terug te betalen (dat ik wel graag wil) zal niet kunnen, vrees ik. Ik heb je al verzocht, aan haar niet te hoog optegeven van de zaak, dan blyf je vryer. Er zal namelyk heel veel noodig zyn, en als men hoort dat ik hersteld ben, zal ieder over ons heen vallen. Al kryg ik dus geld in handen, zoo als ik eischen zal, dan zal er groot beleid noodig wezen, om alles goed gaande te houden. Ik had reeds een lystje klaar en wil wat in de hand houden. Nu, dit wou ik je alles in Parys uitleggen, dan rusten we daar drie dagen. Dat breekt meteen voor jou de lange reis, Schryf me nu reeds, wat je dus zult noodig hebben, als je Stéfanie uitstelt, tot ik myne carrière flink zal hersteld hebben. (Myne plannen zyn om dat te doen, en ik geloof dat het kàn). - 't Is te hopen, als ik eens in den Haag ben, dat de zaken daar gauwer marcheren dan nu met dat rekwestje! Maar in 't leiden van de hoofdzaak, zal ik pleizier hebben, en nu in dit doellooze wachten niet. - Die non zal myn oogappeltje zyn. Dat lieve kind schryft zoo verstandig! Nu ik hoop haar lief te behandelen, en toch zal myn beste Edu er niets by verliezen.-

Ja, moeielykheden zullen er altyd blyven. Ik zal alles zoo goed doen als ik kan, en te Parys hoop ik alles te bespreken. In den Haarlemmer lees ik soms advertenties van huizen in den Haag. Ik hoop en denk 500 gulden te kunnen verwonen.-

Het is me een raadsel dat je niets van Potgieter hebt ontvangen. Ik weet dat Huët hem heeft gezegd, dat alles goed stond, en dat het jammer wezen zou je nu in den steek te laten. Ik was er zoo gerust op! En nu blyft jou hulp uit, en de myne ook! Hoe ik hier zit, is niet te beschryven. Gelukkig dat ik R. vandaag niet spreek. Ik zou vreezen iets te bederven uit woede. De stoornis dat nu het geld niet komt, dat ik sedert 4 dagen wachtte, is my vreesselyk. Ik heb daarover vandaag al wat moeten verdragen! Ik kan niet weg, en ik kan niet blyven, en de menschen waarmeê ik te doen heb, gaan boven je begrip van gemeenheid. Had R. my niet zoo uitdrukkelyk hulp toegezegd, dan zou ik andere maatregelen hebben kunnen nemen. 't Is me een raadsel. Reeds gister heb ik hem geschreven, uit ongerustheid dat er een brief weg was. Daarop kryg ik eerst morgen antwoord, en ik heb 't absolut vandaag noodig. Juist omdat de hoofdzaak zoo goed staat, zyn me die byzaken zoo bitter. Ik heb myn gedachten noodig voor andere dingen.