Multatuli.online


1023.

Ik blyf er by, dat het onnodig is den heer Post, of wien ook, in deze kleine studie den weg te wyzen. Eén voorbeeldjen echter, dat me juist onder 't schryven van 't vorig nummer in 't oog viel, wil ik noemen. Het komt voor in 't verslag van de Kamerzitting, waarin Thorbecke's kappelmanisme: Kunst is geen Regeringszaak, werd behandeld. [*] In die zitting werden zes of zeven muzen mir nichts dir nichts doodgezwegen. De heren schenen in zake: Kunst, niet veel anders te kennen dan schilderen en muziek.
(1872)
De heer Wintgens viel dit barbaars dogma hevig aan, en eindigde met het slagwoord: ‘als Kunst geen Regeringszaak is, zouden we tot het besluit komen dat Regeren geen kunst is’.

Ik verzoek den lezer m'n Idee 459 op te slaan, liefst in den laatsten druk met noten, en durf vragen of er niet iets... Bogowontisch ligt - op de piëteit na! - in dat verzwygen van m'n naam by 't letterlyk aanhalen van myn woorden? De Fransen noemen dit démarquer le linge d'autrui...

Welnu, gierig ben ik niet. M'n middelen veroorloven my, als Boas, 'n oog te sluiten voor 't sprokkelen op myn akker. Doch ik vraag of 't Ruth mooi staat, zich aan te stellen of ze den eigenaar niet kende? Daarop komt hier de zaak neer. En gedeeltelyk om-haarzelfs-wille maak ik deze opmerking. 't Zou me smarten als ze - overigens 'n goed werk doende - 'n gek figuur maakte by haar gespelen en de omstanders, die toch weten op welk veld de halmen werden gegaard, waarmee ze Naomi in 't leven hield. Dergelyke voorbeelden nu komen my elken dag onder de ogen. Zelden slechts - gelyk nu en dan, byv. in de noten op de laatste uitgave - maak ik daarop uitdrukkelyk opmerkzaam.

Zyn ze den heer Post niet in 't oog gevallen? Dit kan ik niet geloven: ça saute aux yeux!

Hoe is 't dan mogelyk - tenzy men aanneme dat nooit enige Natie iemand gekend heeft - te beweren dat de Natie my niet kennen zou?