Multatuli.online

Een en ander over Pruisen en Nederland

Een en ander over Pruisen en Nederland

Aantekeningen


775.

Er ligt in dit aanhangen van 't onbegrepene, een blyk hoe overtuigd velen zyn van hun geestelyke onwaarde. By uitbreiding immers kan men daaruit besluiten dat de menigte, minder ingenomen met de zaken die ze wél begrypt, haar eigen bevattingsvermogen laag schat: ‘wat onder 't bereik van myn verstand valt, kan niet veel byzonders wezen.’ De inkonsekwentie waaraan zy die - soms onbewust! - aldus redeneren, zich schuldig maken door aanmatigende verheffing op eigen oordeel in andere zaken, is geen andere dan die welke wy aantreffen by élke nederigheid. Ze komt overeen met de moeite die de kleinstedeling heeft, zich 'n gewezen buurjongen als uitstekend man voor te stellen. Het: ‘hy woonde by ons in de straat, ik heb hem perfekt gekend’ enz. is eens voor al een tegenwerping, als deze of gene zo'n bekende pryst. De indruk: ‘hy dien gy verheft, behoorde tot myn kring, was myn gelyke, en kan dus geen uitstekend persoon zyn’, ligt voor de hand. Smaadt men echter het dorp, de stad, het landje waartoe de aangesprokene behoort, of liever nog hemzelf in verband met die nationaliteit, dan keert op eenmaal de zaak om, en hy neemt u euvel dat ge hem, zyn kring, of z'n dorp, geringschat.