751.
Wat al lauweren zullen er gevlochten worden in zinneloos rym! Wat al verrekte pogingen om iets nieuws te zeggen, staan ons te wachten! Wat al dankbare Vaderlanden zullen de doodslagers dragen op de handen, in lustwaranden, om te watertanden...
Ei? In 1866 temidden van de geestdrift die toen aan de orde was, heb ik te Keulen duitse vaderlandredders van 1815 zien bedelen. Zy wendden zich tot het stadsbestuur, en werden met 'n kleine aalmoes afgescheept. Het door die stumperds geredde Vaderland had weliswaar veel geld byeen gebracht ‘für patriotischen Zwecken’ maar de geestdrift was van koers veranderd. De brave, edele, dappere, enz. Oostenrykers van 1815, waren nu gemeen, slecht, eerloos, enz. en dus was 't besef van de reddery te Waterloo enigszins beschimmeld. De armoed van die veteranen, en de wyze waarop ze door 't dankbare Vaderland werden behandeld, stond heel nuchter vermeld in dezelfde couranten die gouden bergen beloofden ter opwekking van nieuwe geestdrift. Men rekende er op dat Publiek niet lezen kan, en dáárin had men gelyk.
Over twintig, vyftig, jaar, zullen de vaderlanden heel vreemd opzien, als 'n oud held van 1870, met verzoek om wat deernis - billyke betaling slechts! - op den stomp wyst van 't been dat hem straks zal worden afgeschoten.
Och, als men lezen kon!