Multatuli.online

Lijst van correspondenten in alfabetische volgorde

A · B · C · D · E · F · G · H · I · J · K · L · M · N · O · P · Q · R · S · T · U · V · W · X · Y · Z

27 februari 1872

van

Multatuli

aan

S.E.W. Roorda van Eysinga (bio)

 

Volledige Werken. Deel 15. Brieven en dokumenten uit de jaren 1872-1873 (1983)

terug naar lijst

*27 februari 1872

Brief van Multatuli aan S.E.W. Roorda van Eysinga. (RvE, blz. 143-144.)

latitude: speelruimte; vrijheid van handelen (fr.)

Reeds in de Havelaar: zie V.W. I, blz. 175.

Wiesbaden, 27 Febr. 1872.

Beste Roorda, Myn zet is: 12) f 6 - h 5.

De party zal nu weldra of zeer pikant worden, of beslist zyn. Ik heb boosaardige plannen, pas op!

In die andere schaakparty, waarin ge geen deel wilt nemen, geloof ik goed te staan. Dit moet u vreemd schynen. Ik houd uw ‘neen’ voor ondoordacht, en wanhoop niet u tot een flink ‘ja’ te bewegen. Hoe dit zy ik wil winnen, en hoop u eenmaal te doen inzien 1o dat het kan, 2o dat het beproeven pligt is.

In 't stuk over Atjin heeft Marietjes vader den vinger op de juiste plek gelegd. Het is zeer aardig dat ik, toen me de behandeling der zaak voor den geest zweefde, aan gelyksoortige inkleeding dacht. Ook ik had Maurits en 't Atjinesche gezantschap er by gehaald. Maar ik smoorde myn indruk, gelyk ik zeer dikwyls doe, omdat het aanroeren van die plannen tegen Atjin noch dat rykje baat, noch de zaak waaraan ik my heb toegewyd. Dit alles neemt niet weg dat gy, daarover nu eenmaal sprekend, precies hebt gezegd waar de afstand van de goudkust op neerkomt.

Het immoreele nu eens daarlatend zult ge nu echter erkennen dat die transactie - van een Nederl. (roof-) standpunt beschouwd, - niet zoo dom was als de slecht ingelichte couranten (beh. & lib. beiden) meenden. Nog nooit heb ik door een hollandsch ministerie zoo'n slimmen handel zien sluiten. Ik weet namelyk wat Sumatra, en de latitude zich daar onbelemmerd uittebreiden, en 't reeds bezette deel te consolideren en te exploiteren, waard is. Java zinkt daarby in onbeduidendheid weg, of liever dat kan weldra 't geval zyn.

Gy weet dat ik reeds in den Havelaar 't verdrag van 1824 aanroerde, waarby bepaald was dat de Hollanders niet benoorden de rivier van Singkel mogten komen.

Nu ge eenmaal die zaak hebt aangeroerd is 't jammer voor uw pittig stukje dat het ‘de onafhankelykheid van’ er uitgelaten is. In die woorden zit het hem juist. Het is er om te doen om Atjin intepalmen. Het zal dan ook geschieden, maar niet zonder moeite, want de Atjinezen zyn strydbaar. Ik schreef u immers reeds: We zullen hooren van oorlog op Sumatra?

Enfin! Liever had ik het niet!

Wees zeer hartelyk met de uwen gegroet van

t.à.v.

D.D.