Multatuli.online

Lijst van correspondenten in alfabetische volgorde

A · B · C · D · E · F · G · H · I · J · K · L · M · N · O · P · Q · R · S · T · U · V · W · X · Y · Z

20 december 1870

van

Multatuli

aan

H.H. Huisman (bio)

 

Volledige Werken. Deel 14. Brieven en dokumenten uit de jaren 1870-1871 (1982)

terug naar lijst

20 december 1870

Brief van Multatuli aan H.H. Huisman. Dubbel velletje postpapier, geheel beschreven. (U.B. Leiden; fotokopie M.M.)

dien zelfden Zaanlander: zie 26 november 1870.

Arnhemse Courant: zie 13 december 1870.

De annonce: zie 13 december 1870.

woordje van myne vrouw: zie 18 december 1870.

Wiesbaden 20 Decr 1870

beste Huisman, Ik schreef in lang niet. Uw laatste brief was van 7 dezer. Gy schreeft daarin o.a. van Kern. Gy hebt my al weer daarmede een groote dienst gedaan. gy!-

Ik schreef u in lang niet omdat ik weer vreesselyk geleden heb. Die ‘vrienden’ zyn bezig my te vermoorden, en gy hebt my gewaarschuwd.

In dien zelfden Zaanlander stond ook een stuk van van Gennep, de opzetter van de heele zaak. Ook hy verraadt me wel niet zoo lomp als Kern, maar juist daarom te gemeener wyl het niet in 't oog valt omdat ‘men’ niet lezen kan. De oproeping vorderde ‘dankbaarheid van Nederland’. Die Zaanlander (heel handig) vraagt of ‘Multatuli dankbaar zal zyn voor de weldadigheid?’ Dat is eene heel andere vraag. En v. Gennep en Kern beloven die dankbaarheid in myn naam. Daartoe gebruiken zy 'n woord uit myn brief waarin ik toestemming gaf tot de zaak. Ik gebruik daarby de beleefde term: ‘ik zal uwe pogingen dankbaar aannemen’.

Maar de zaak zit daarin dat van Gennep & Kern uit lafhartigheid willen terugtrekken. En daarom spreken ze in alle stukken van myn vrouw en kinderen en weinig of niet van my.

Ook van Vloten doet dat. En ik zal hen allemaal op hun plaats zetten, geloof me. Zoodra ik my eenigszins roeren kan. Maar intusschen nemen die ‘vrienden’ my 't brood uit den mond. Al dat discrediteren maakt dat ik geen uitgever kan vinden. Van van Helden moet ik weken en maanden wachten op f 20! En hy gaat niet voort! Vel 16 moet al gedrukt zyn en gy hebt slechts tot 10, niet waar? Ook op proef moet ik weken wachten.-

Ja sedert uw brief van 7 heb ik veel geleden. Ik begon met dien Zaanlander te bestellen. Dat duurde vele dagen! Eindelyk voor 4 dagen kreeg ik hem en kreeg een stuip van woede.

Ge begrypt dat ik maatregelen neem. Nu ben ik moê. Ik hebt 't voorloopige gedaan en zal toe slaan als 't tyd is.

Ziehier hoe dat zit: Ik wil eerst de andere leden (die misschien even ellendig zyn als Kern) een deurtje openen om hem af te vallen. Doen ze dát, - zeer goed! Zoo neen (ik geloof 't niet!) dan tast ik hen allen aan, zonder genade. Maar ik wil my niet vergalopperen.

En ook professor van Vloten zal op z'n plaats worden gezet. (Arnhemmer Courant, overgenomen in Handelsblad 13, 14, 15 (?) dezer of daaromtrent) Maar geduld!

t Ergste is dat ik alles moet doen zonder geld. Ik kan niet reizen (anders was ik al lang in Holland) ik weet niet alles wat er geschreven wordt, ik heb nu en dan geen geld voor frankeren &c

Maar 't zy zoo! Weren zal ik my.

Spreek geen woord over myn plan om - als 't noodig is - die commissie den bons te geven. Als ze 'r de lucht van krygen - bedanken ze my, en dan blyven zy aan de eer. Dat moet my gelaten worden. - Ja, dat gy my hier bezoekende, een en ander noodig zoudt hebben, wist ik. Ik ken 't leven. Maar juist dáárvan had ik een feest gemaakt, als ik dat geld van v. Lennep in handen had gekregen! En dat zal nu ook ‘als weldadigheid!’ in handen van die commissie komen! Venyniger streek is er niet te bedenken. En ik had er zoo op gerekend! - Het is zeer scherpzinnig van u dat ge, toch maar weinig van de zaak wetende, op den 7n schryft: ‘op die commissie heb ik 't niet begrepen.’ Als ge alles wist zou uw oordeel nog strenger zyn. Dat ze my verraden, is zeker. De vraag is alleen of ze 't van plan waren, of gaande-weg uit lafhartigheid daartoe gekomen zyn. (Net als van Lennep met den Havelaar) Dit laatste is waarschynlyk.

Maar plan of niet, weldra zal ik weten of ze 't met Kern eens zyn en dan zal ik my uiten.-

Och 't is me zoo 'n slag dat dat geld van v. Lennep door die commissie wordt of werd ingeslokt! Dát in-handen te krygen was my meer waard dan al wat die heele Commissie zou opbrengen.

Bovendien ze schynen zich voortestellen het geld (veel of weinig dan) te beheeren dat heet my aan 't lyntje te houden met 'n wekelyksche aalmoes... bedeeling...

Ze kennen my weinig.-

In het tydschrift Nederland stonden Juli, Augustus en September drie stukken van my. 't Eerste had ik gecorrigeerd. ii & iii niet. Die twee laatste zyn onleesbaar. Ik zelf begryp ze niet! Pleizierig voor 'n schryver!-

In den Dageraad spreken? Ik kan niet overkomen. Zoodra ik komen kan, zal ik 't doen.-

Ik hoop dat uwe gezondheid redelyk is.

Ik groet u hartelyk en dank u voor uw trouw die zoo goed doet by zooveel verraad!

Uw vriend Douwes Dekker

Wees zeer voorzigtig in uitlatingen. Als ze gewaarschuwd zyn, is 't te laat. De annonce die gy dezer dagen in 't Handelsblad lezen zult (ik hoop spoedig) is expres vry kleurloos. t Is zóó gesteld om de anderen de gelegenheid te laten Kern aftevallen. Over 'n dag of 10 (?) moet er een woordje inkomen van myne vrouw. ook heel bedaard. Maar zwyg.