Multatuli.online

Lijst van brieven op datum

18 februari 1865

van

Multatuli

aan

Tine Douwes Dekker-van Wijnbergen (bio), Mimi Douwes Dekker bio

 

deze brief in handschrift

download handschrift

Volledige Werken. Deel 11. Brieven en dokumenten uit de jaren 1862-1866 (1977)

terug naar lijst

18 februari 1865

Brief van Multatuli aan Tine en aan Mimi, die in Brussel bij Tine is. Dubbel velletje postpapier, geheel beschreven. (M.M.)

De laatste alinea, blijkbaar doelend op het artikel in de Asmodée, staat langs de kantlijn.

Zaterdag 18 february lieve beste tine. In lang heb ik je niet geschreven. De twee telegrammen tellen wel voor brieven! Want je begrypt hoe ik tobde, en nu nog, nu ik weet dat je vandaag kunt betalen, ben ik niet geheel op orde van de spanning. Ik denk dat jy ook afgemat bent. Ik heb erg geleden onder dien wissel, en 't was of 't spel sprak om 't my regt moeielyk te maken.

Verbeelje dat de portretten den eersten dag of twee den besten uitslag beloofden. Op den 4 en 5 van deze maand zou ik gedacht hebben dat er op of voor 18 wel 100 zouden verkocht zyn. Ik was dus gerust en dacht niet aan andere maatregelen. Maar zie, in ééns hield het op (onverklaarbaar.) en eigenlyk zyn er heel weinig verkocht. Jacques, truida en na hun vertrek naar Engeland, Francis hebben veel gedaan by wyze van particuliere opdringery. Zy namen byv: één voor grootemoeder, één voor Albert &c. Dus eigenlyk als pretext om te helpen. Nu maar van vreemden, van lezers myner Ideën zeer weinig. t Is me een raadsel, vooral daar de Ideën juist zoo énorm gevraagd worden. De aanvragen by Meyer zyn onophoudelyk. Wie kan dit verklaren? Er moet weer iets zyn dat ik niet weet, een sourde tegenwerking.

Hoe 't zy op den 16n smorgens had ik maar 90 gl. Tyd was er niet meer. Ik moest ook rekenen op de langzame post door 't ys, en begreep dat het geld den 16n moest verzonden worden. Want als 't eerst den 19n kwam, was je afhankelyk van een Uur aan de bank, en dat is zeer afmattend. Ik had den laasten tyd veel geleden. Dat telkens vergeefs wachten op de post of er ook portretten werden aangevraagd had my afgemat. Ik vroeg niet meer,: ‘zyn er geen brieven?’ Ik was moê van 't onverschillige: neen.

Nu den 15n 'smorgens 10, 11 uur kleedde ik my aan. Maar ik voelde my onwel, want ik wist niet wat te doen. Ik zag heel goed in hoe 't wezen zou als deze wissel niet betaald werd. Dan zou alles over je heen vallen. Nu nog heb ik pyn in de lenden van myn doorgestanen angst, en verdere aandoeningen. Onder anderen was ik afgemat van woede tegen 't publiek. Als je de aanvragen leest by Meyer om myn geschryf, lykt het of ze vreeselyk met my weg loopen. Ik zelf ontvang allerlei brieven waarin men my vraagt hoe de weg is om my te ondersteunen &c En nu ik eindelyk met moeite had doorgezet om dat te doen, nu 't ieder zoo makkelyk werd gemaakt om door een klein offer te bewyzen dat men 't meende, nu bleef de hulp uit.

Ik wist dus eergister morgen niet wat ik doen moest, en ging den trap af. Sedert dagen had ik niet kunnen schryven. Ik was onwel. Ook door de kou. Want ik kon myn kamer die zeer blootgesteld is aan wind niet warm stoken. (Op 't oogenblik is 't heerlyk lenteweêr, myn venster is open).

By Meyer op 't kantoor komende, zei ik dat ik eens uit ging om te proberen iemand te vinden die mij f 300 voorschoot, want die had ik absoluut noodig.

Nu moetje weten dat Meyer zeer dikwyls heel koel heeft aangezien dat ik geen geld in myn portemonnaie had om te eten of zulke kleinigheden. Welnu, verbeelje myn verbazing toen hy zeide:

- Die f 300. heb ik voor gezorgd. Ik wacht ze elk ogenblik. Ik wist immers dat gy ze vandaag zoudt noodig hebben.

- Kan ik daar zeker op rekenen? vroeg ik.

- Ja: zeker. Je zult ze hebben vóór morgen middag 5 uur. (De post vertrekt ½7. Dus hy wist precies dat ik 't den 16n smiddags hebben moest. Ik had in 't begin van de maand dikwyls gezegd, over de portretten sprekende, als ik maar 700 fr. vóór den 18n heb.)

Nu toen ben ik uitgegaan, en telegrafeerde niet terstond sois tranquille. Ik leed meer onder die zaak dan vroeger. Want... ik voelde terstond wat het was! Duurder geld heb ik nooit ontvangen, en ik heb nog een paar uur uitgesteld voor ik je durfde te telegraferen. Ik zal je dat uitleggen.

Sedert 2, 3 jaar heb ik met Meyer een rekening courant. Hy schoot my voor, mondjesmaat, en als afgebedeld - och ik zal 't kort maken, ik moest het eigendomsregt op de Ideen, de vry arbeid, de bruid daarboven &c verkoopen voor ¼ of ⅕! ja eigenlyk nog minder van de waarde -

Nu heb ik volgens die koop nog een beetje geld te goed. Dat zal ik weldra krygen, en dan verder zien.

Waren de portretten meê geloopen dan was ik niet zoo gedwongen geweest. Nu ben ik wat af, want ik beken dat het verkoopen van de Ideen my door 't hart sneed.

Ik heb er vreesselyk onder geleden en moet wat opknappen.

Ik ga elken avend naar een varièté. Myn hoest is veel beter. Ze zeggen dat ik alle nachten hoest maar ik slaap door. Verleden kon ik niet slapen.

lieve beste mimi, dat je in de laaste dagen niets van my kreegwas omdat ik vreesselyk leed, en zelfs door de kou ook. Ik kon niet schryven. Nu moet ik wat bekomen en 't zal wel gaan. Och neem alles voor lief.

Zeg, ik hoop dat jelui morgen Zondag of vandaag al een klein pleiziertje neemt.

Als ik eens gewend ben aan 't denkbeeld dat de Ideën nu van een ander hooren, dan ben ik overigens welgemoed. t Is misschien kinderachtig dat ik 't my zoo aantrek. Een beetje voorspoed met de portretten, en ik had juist andersom Meyers aandeel willen koopen om ze voor my zelf te hebben.

Als ik dat later wil (en kan) doen zal hy zeker 1000 vragen voor wat hem f 100 kost. Want het is een goudmyn.

Ik moet nu weêr druk aan 't werk maar vandaag kan ik nog niet. Ik denk maar al aan dien man van de bank, en hoe je 'm nu af wacht met 'n soort pleizier omdat je 't geld hebt. En dat voel ik ook zoo. De verdrietige indruk van 't andere zal wel slyten.

Eduard doet mij veel plezier als hy me een briefje schryft. Het laaste (over soldaatjes en Lafontaine, is heel aardig.) Laat hem niet merken wàt ik er zoo aardig in vind, nam: die gekke wysheid en dat puëriele naast elkaar.

Ik ga een wandeling maken.

Gister middag wilde een oude burgervrouw my bekeeren. Ik had er schik in zoo opregt dat mens yverde voor haar koninkryk der hemelen. Ze zeide dat het haar zoo spyten zou, dat ik er niet in kwam. Ik zal 't later vertellen.

Begryp goed dat ik opgeruimd ben als ik eerst die wond heb genezen om myn Ideen. De rest zal marcheren. Ik verlang naar huis, maar ik moet eerst nog 5 vel leveren. bedenk dat ik een slaaf ben ik doe wat ik kan.

Ik zal je eens een krantje sturen als een staaltje van de liefelykheid die ik onderga maar zulke dingen zyn 't ergste niet. De lauwheid van de vrienden is erger.

dag lieve non en edu.