Multatuli.online

27 maart 1887

Brief van J.A. Roessingh van Iterson aan mevr. G.C. de Haas-Hanau. Enkel velletje postpapier, waarvan blz. 1 en 2 (⅔) beschreven. (M.M.)

Tilburg 27 Maart '87

Beste Mevrouw,

Hierbij in dank Mimi's brief terug. Ja, die stemming kende ik uit myn bezoek en haar smart is eerbiedwekkend! Wat moet men hebben liefgehad om zóó te lijden - Gelukkig dat haar hartelyke vrienden zyn gebleven die de eenige troost bieden die helpen kan, al is 't weinig - Ongetwyfeld zullen hare brieven - die van Dek en van U haar heel goed doen - Al is de ontspanning tydelyk, ze maakt het dragen mogelyk, méér kan niet verkregen worden.

In een brief van 24 Maart dus twee dagen jonger dan uw brief schryft Mimi ‘gister was het my den heelen dag onmogelyk dien zwaren wanhoopsteen van't hart te wentelen die er elken morgen opvalt, zoodra ik ontwaak. - In de eerste dagen als ik in zyn kamer kwam, keek ik altyd naar dat hoekje van zyn bankje alsof hy er nog zat. Nu weet ik dat al beter, en als ik de leegen plaats nog groet, dan is het uit herinnering.’

Roerend!

Gelukkig handelt de brief verder over zaken - brieven enz en is kalm en zakelyk. Dat geeft wat moed.

Uit Parys ontving ik copy van een briefje aan Huet - heel merkwaardig. Ik hoop er U een stukje uit voor te lezen als ik over één of twee weeken U nogmaals mag bezoeken.

Zoodra ik opnieuw bericht uit N.I. ontvang, zal ik U schryven. Met vele groeten ook van myne vrouw

Uw dw dr

J.R. v. Iterson