Multatuli.online

21 maart 1887

Brief van W. Pik aan Mimi. Dubbel velletje postpapier, waarvan blz. 1-3 en 4 (½) beschreven. (M.M.)

Groningen, 21 Maart 1887.

Geachte mevrouw,

Hierbij de bewuste brieven: ik voeg er de kattebelletjes bij, die ik te Soden [1.] Soden: badplaats aan de voet van het Taunus-gebergte in Duitsland. ontving, (voor mij zulke lieve herinneringen!) om U te overtuigen, dat er in Dekker's brieven aan mij (mag ik de titulatuur weglaten?) van Gotisch of taalkunde in 't algemeen nooit is gewaagd. Vaak echter heeft hij met mij over een en ander gesproken, toen ik het voorrecht genoot nu en dan bij U te logeeren; Zelfs heeft hij nog gestudeerd in mijn ‘Stamm's Ulfilas’ [2.] Ulfilas: (ook) Wulfila (± 311-383), bisschop en apostel der Goten; een gedeelte van zijn beroemde Gotische bijbelvertaling is bewaard gebleven. - dit speelde U waarschijnlyk door het hoofd.-

Wèl moet het een harde slag voor U zijn, de dood van den edelsten en beminnenswaardigsten der menschen. Ik, die in geen jaren hem had gezien, noch iets van hem ontving, ik schrok bij 't bericht van zijn overlijden, en voelde opnieuw hoe diep, diep ik aan hem was gehecht. Geen der afschuwelyke, zoogenaamde portretten zal het beeld uit mijn herinnering vagen van hem, die me eens zulk een lieve gastheer was! Mocht ik uit Uwen mond nog eens van hem hooren! Zoo Ge nog eens in het Noorden komt, houd ik me voor een ontmoeting zeer aanbevolen. Ook van het geadopteerde ventje, en.... van anderen, zou ik gaarne iets vernemen. - Uwen dank zal ik aan de ‘vereerders’ hier overbrengen; den Heer Ten Bokkel heb ik reeds van Uwentwege gegroet. - Ten slotte nog de verzekering, mevrouw! dat ik ten allen tijde bereid ben U van dienst te zijn, voorzoover mijn geringe krachten het toelaten.

Vriendelyk gegroet van

Uwen hartelyk toegenegen

W. Pik