Multatuli.online

2 maart 1887

Brief van Mimi aan H.C. de Wolff en de andere Rotterdamse vrienden. Dubbel velletje postpapier, geheel beschreven. (M.M.)

Nieder-Ingelheim 2 Maart 87.

Beste Vrienden! Heden is zyn verjaardag, en voor 14 dagen was hy nog opgewekt en vol levenslust en kleine illusietjes zelfs - en nu is er reeds niets van hem over. - Of ik by de urne zit die zyn asch bevat, of zyn portret aanstaar - alles is even leeg. Leeg als ons heele huis, leeg als - alles.

Lien de Haas heeft u zeker van hem verteld, van zyn laatste dagen en uren. Nog donderdag middag dacht hy aan niets en zeide heel uitdrukkelijk. ‘Neen, dit is maar een verkoudheid, hier aan ga ik niet weg. heusch, geloof me!’ En ik geloofde hem zoo graag! Slechts 24 uur voor zyn dood heeft hy aan zulk een einde gedacht. Hy is zacht gestorven de beste de liefste, en ik preek my voor dat alles goed is, dat hy niet lang meer had moeten leven of de nare gebreken van den ouderdom zouden gekomen zyn, met afneming van krachten nr lichaam en geest, en dat zou bitter voor hem geweest zyn. Nu is hy gestorven in zyn volle geestkracht geheel aan zichzelf gelyk. - Vrydags avonds ging hy om half zeven te bed. ‘Als ik lang wakker lig, dat is niets zeide hy; als ik maar denken kan dan doe ik het graag.’

Saturdags morgens zei hy: dit is geen bui meer, het is het einde!’ O dek, vroeg ik, en je zei, het zou voorby gaan?

- Ja, dat dacht ik tot gister, maar sedert gister niet meer.

- Toe, lieveling, houd goeden moed! zei ik. En hy antwoordde met een glimlach

- Ja, kind moed heb ik wel, om te sterven.-

Nog zeer kort geleden had hy (zonder evenwel aan een zoo spoedig einde te denken) gezegd:

‘Ik hoop zoo dat ik helder van geest zal zyn als ik sterf ik zou zoo graag goed waarnemen hoe het toegaat.’

Eigenlyk kan ik nog niet verklaren hoe het kwam dat ik sinds kersmis my werkelyk ongerust maakte, zooals ik toen ook aan Lien schreef. Dek had na beweging trappen klimmen of andere aandoening asthma, ook soms, veelal 's nachts een bui, maar dat was toch zoo heel erg niet. Daarby kwam wat hy een verkoudheid noemde in keel en hoofd, maar ook dat niet zoo erg om zich over te verontrusten. Zyn longen waren niet aangetast en ook had zich daar geen slym vastgezet, volgens dr de Vries [1.] dr. de Vries: Hendrik de Vries (1839-1907), medicus te Amsterdam, sedert 1882 huisarts en -vriend van Multatuli. en Scriba [2.] Scriba: vermoedelijk een Duitse collega van De Vries. - ik weet niet wat het was, maar iets in zyn stemming hield my in spanning, zoodat ik 's nachts niet slapen kon en voortdurend naar hem moest luisteren, en nr zyn ademhaling. De beste eenige. Hy was daarby zoo goed gestemd en zacht en telkens zoo aandoenlyk tevreden omdat hy zich zoo wel voelde en helder van geest, ofschoon lichamelyk zwak. - Dat het einde zoo spoedig kwam was my geheel onverwacht.

De heer Z. heeft goed gevonden in 't Nieuws aan ‘deks vrienden’ (maar ook aan zyn vyanden en de groote massa van onverschilligen) een en ander van zyn laatste oogenblikken te vertellen. daar is wel iets waars in, wat hy hier moet gehoord hebben - maar ook onwaars en grofs en - och. Die lieve heilige engel zelfs in zyn dood tentoongesteld en zonder pieteit! - De Beer [3.] De Beer: zie 27 febr. 1887. zet Deks smart over Eduard in zyn portefeuille. NB D. schreef hem dat uit medegevoel voor hem, de Beer, toen hy zyn eenig kind verloren had door de dood. En zoo veel -

Ja, ik ben bly beste vrienden dat ge dezen zomer nog even hier waart, en hem gezien hebt in zyn huisselykheid myn eenige beste man. Ook Jet en Snelleman [4.] Jet en Snelleman: Henriëtte Dupont, schoonzuster van J.F. Snelleman, beiden behorend tot de Rotterdamse vriendenkring. - nu is dat uit. alles is voorby! - hy weg, em myn leven dus verwoest. In dat eenvoudige klare dus ligt een heerlyke troost.

Nog is zyn kamer verzegeld. - zyn testament nog gesloten. Overigens weet ik alles, iets nieuws verwacht ik niet. En zoo ik nog niet aan de toekomst denk is dat omdat ik nog niet kàn. Vóor alle dingen verlang ik naar zyn kamer.

Hartelyk dank beste Wolff voor uw goede vriendelyke woorden en uw hulp, in die moeilyke omstandigheden. Ik blyf U daarvoor zeer dankbaar en kom er later op terug. De gedachte aan Wouter houdt my natuurlyk ook bezig. hy is een kind, en het gevoel gaat dan nog niet diep, of misschien wel diep maar hy wil het van zich zetten, en dat is goed en gezond. Zyn liefde tot dek zal genoeg voedsel vinden om te groeien en wortel te schieten, hoe langer hoe meer; het tegendeel van afsterven als by zooveelen! Ook dit is een troost.

En zoo ryg ik troost aan troost! Wat niet wegneemt dat het leven heel troosteloos voor my ligt. nu ja. dat spreekt.

En nu dank voor uw warm gevoel voor hem! En myn beste groeten ook aan Mev Dupont en u allen. Vaar wel beste vrienden

uw liefhebbende

Mimi DD.