Multatuli.online

22 februari 1887

Brief van J.H. de Haas aan mevr. G.C. de Haas-Hanau. Dubbel velletje postpapier waarvan blz. 1-2 en 3 (1/5) beschreven. (M.M.)

Rotterdam, 22 febr. 87.

Beste Lien, zoo even vond ik uw brief met nadere bizonderheden. Ik zal dien terstond aan Henri [1.] Henri: roepnaam van Hendrik C. de Wolff. zenden. Die heeft zich puik gedragen.

Ik zond hem gisteren den brief van Mimi; omdat ik geen kas heb groot genoeg om te helpen, en vroeg daarbij, of hij na beurs eens aankwam. Hij was terstond bereid het geld te leenen, doch zou later wel eens overleggen hoe het door verschillende menschen is te schenken.- Om Mimi niet in onzekerheid te laten telegrafeerde ik, dat ik zou afzenden. Nu zend ik de 1000 mark aan U, dan kunt gij ze geven. Ik voeg den brief van Mimi erbij, opdat ge kunt zien wat ze schreef. - Ge brengt haar schrijven mede terug. Ge zegt in ieder geval aan Mimi dat ik ze voor 't oogenblik niet had, en zij ze daarom van de Wolff krijgt.

Wolff had ook nog opgezocht een stukje over lijkverbranding, waarin over de kosten te Gotha een en ander voorkomt en dat ik haar zend tegelijk met de eerste advertentie in de N.R.C. en een stukje van H... gisteren avond geplaatst. - Van andere couranten heb ik nog geen exemplaar ontvangen.

Gisteren heeft Anna bij ons gegeten en morgen komt ze natuurlyk ook. Alles gaat goed, dus daarom behoeft ge u niet te over haasten. - Ons viertal is om het hardst verlangend geweest naar bericht en was uitgelaten over de aankomst van uw briefkaart. Allen groeten Wou evenals ik. Wat ik aan Mimi te zeggen heb, behoef ik u niet voor te schryven. Hartelyk omhelsd door uw

Man

Ik schreef dezen onder het spreekuur en ga hem nu spoedig laten aanteekenen.