Multatuli.online

11 januari 1887

Briefkaart van Mimi aan Mevr. G.C. de Haas-Hanau, met poststempels Nieder-Ingelheim 11-1-87 en Rotterdam 12 jan 87, geadresseerd aan Mevrouw G.C. de Haas geb. hanau. Schiedamse Singel Rotterdam. (M.M.)

N. Ingelheim.

Lieve Lien! Ik wist niet goed in welk stadium van aandoening ik je m'n vorigen brief schreef. Ik ben heel ongerust geweest dat is zoo, en nog is 't niet voorby; maar toch kryg ik weer meer hoop dat het een voorbygaande verkoudheid was die de zaak zooveel erger maakte. Dek zelf zegt het; en zegt telkens tot my: maak je niet ongerust ofschoon je wel begrypt dat ik hem met geen praatjes daarover lastig val. Ook nu nog na een pr uur slapen wordt hy wakker om te hoesten dat duurt dan een half uur, soms een uur, hoesten en hygen en valt dan weer in slaap. De dokter zei de eerste maal: ‘es ist ein schlimmer Zustand!’ [1.] es ist ein schlimmer Zustand: de toestand is ernstig (du.) - en toch in weerwil van weinig verandering in de hoofdzaak schynt dek nu wat beter en opgewekter, en kryg ik dus ook weer betere moed.

Haas kan zeker nog niet uitgaan by dit weer? - Denk, m'n zuster in Doesburg [2.] m'n zuster in Doesburg: Chris(tine) Merens-Hamminck Schepel. heeft de typhus. Betsy is by haar en de jongens allen uit huis voor de besmetting. Wat 'n ellende overal. Dag!