Multatuli.online

22 juni 1878

Brief van Multatuli aan J.M. Haspels. Dubbel en enkel velletje postpapier, waarvan blz. 1-5 beschreven. (M.M.)

Saterdag beste Haspels! Zoo even verzond ik de telegram in antwoord op de uwe. De zaak is aldus: m'n zwager moet te Keulen wezen en m'n vrouw kan van die gelegenheid gebruik maken om Coenraad te brengen. Later zal zich die gelegenheid niet zoo spoedig weer voordoen. Daar ge nu maandag niet te Keulen komen kunt (hetgeen ik by Uw drukke betrekking best begryp) zal zy hem naar Rotterdam begeleiden, en dan gauw naar Keulen teruggaan om met haar broer weer naar huis te komen. Misschien ook gaat deze wel met haar mee naar Rottm. Dat moeten zyzelf beslissen. Ze gaan morgen ochtend met de boot naar Keulen, en m'n vrouw zal U van daar telegrafeeren met welken trein ze te R. komen (namelyk: maandag)

De oorzaak dat ik met het vertrek van Coenraad haast maak is de vrees voor de verantwoordelykheid over z'n leegzitten nu 't met die school mis geloopen is. We hebben weer 'n brief van dien ‘Director’ waarin hy zegt zich te willen dekken tegen de meening dat ‘ein Ausländer auf einer Deutschen Schule kein Deutsch lernen [1.] ein Ausländer enz.: een buitenlander op een duitse school geen Duits leren (kan) (du.)’ kan. (Want dat hadden wy hem geschreven) Maar in dien brief dekt hy niemendal. Hy zit er blykbaar mee in, en is bevreesd, geloof ik, dat we 't in de Courant zullen laten zetten, tgeen ik ook misschien doen zal.

Dit wat de school betreft. Maar erger is 't dat het kind zelf zoo weinig prikkel voelt tot leeren. Hy is 'n allerliefste jongen... zoolang men hem niet aan boord komt met inspanning, en dat niet-verstaan van Duitsch is nu telkens 'n al te welkom voorwendsel, zoowel voor de meesters als voor hemzelf. Dit laatste is 't ergst. Ik kan U verzekeren dat het my zeer doet hem te laten vertrekken, en dit weet hy zelf zeer goed. Ook hem doet het leed, want hy is 'n voorbeeld van hartelykheid. Meen ook niet dat-i op 't chapitre van leeren onwillig of koppig is, o neen! Hy is 't gehoorzaamste kind van de wereld. Over karakter en gedrag is niets dan goeds te zeggen. De zaak is maar dat-i geen neiging heeft tot begrypen. Juist daarom mag er geen dag verloren gaan om hem op praktische (?) manier aan 't leeren te krygen. Zal 'n hollandsche onderwyzer daarin slagen? In allen geval is er 'n byzondere afspraak noodig. Als men van hem niet meer notitie neemt dan van 'n gewoon kind, komt er niets van te-recht. En 't gekste is dat hy niet ruw of streng mag behandeld worden. Daartoe is hy te zacht en te goed! Ik verklaar niet te weten hoe ik 't moet aanpakken, en ben benieuwd over 'n jaar te zien of 'n ander er raad op geweten heeft! Tegen onwil zyn middelen, maar hoe men die intellektueele apathie moet bestryden, weet ik niet! En in dagelyksche gesprekken is hy volstrekt niet dommer of onwetender dan 'n ander. Behalve ‘leeren’ kan men zich geen liever jongen voorstellen. [2.] Deze zin is doorgestreept. Neen, dit is niet juist. Ook in speelzaken is alle inspanning hem vreemd. Ik bedoel maar dat er niets is aantemerken op z'n gedrag of omgang. Dáárin is hy de liefste jongen van de wereld, en het kost me veel hem te zien vertrekken. Maar 't is onverantwoordelyk hem 'n dag langer dan volstrekt noodig is, te laten leegloopen. Ik stel 't grootste belang in de rapporten die we later van z'n holl. meester krygen zullen. Als ge iemand gevonden hebt die blyk geeft de zaak ter-harte te nemen (of die dat belooft tenminste!) dring dan aan op stipt leeren van beginselen. Ik zag dat redeneeren (hoe nuttig anders) hier voorloopig niet baat. Coenraad ziet niet ongaarne dat men met hem redeneert. Dan denkt hy aan wat anders. Hy moet zelf iets doen, zelf werk leveren, zelf leeren, al was 't (voorloopig) maar machinaal. Dit is geheel verzuimd. Hy kan geen werkwoord opzeggen. Er moet getracht worden hem te dwingen tot inspanning, en niet door harde toespraak of straf maar door hem aanhoudend werk te doen leveren of lessen te doen leeren, zonder permissie om te spelen voor z'n taak verricht is. Wat hiertoe noodig is, kan ik niet doen, want het vereischt aanhoudende zorg. Maar ik houd m'n hart vast by de vrees dat ook 'n ander 't niet behoorlyk doen zal! Coenraad is 'n te lief kind om de zaak niet zeer ernstig ter harte te nemen. Och, 't spyt me zoo.

M'n vrouw zal u natuurlyk komen zien, u of uw vrouw. Maar ik hoop zoo dat ze U thuis treft om U mondeling nog beter op de hoogte te helpen dan in 'n brief mogelyk is. Coenraad is niet dom, maar traag van geest, en ten-slotte zou daaruit domheid voortkomen. 't Is eigenlyk 'n verdriet te meer dat-i zoo zacht en goed is. Men mag hem niet ruw [3.] ruw: oorspr. stond er te ruw. behandelen. Maar... redeneeren baat ook niet! Hy moet schoolsch werk doen, zelf doen. Hartelyk gegroet

Dek