Multatuli.online

22 mei 1878

Brief van Majoor E. Bernhold aan Mimi. Dubbel velletje postpapier, waarvan blz. 1-2 beschreven in duitse schrijfletters. Zie voorts bij 4 juni 1878. Met envelop waarop Madame Douwes Dekker Wiesbaden fr[ei], met poststempel Germersheim 22/5.3 Nm[achmittags] (M.M.: Dossier Bernhold, bijlage 18.)

Germersheim, 22 Mai 1878.

Hochgeehrte gnädige Frau!

Bitte herzlich, nicht als Gleichgültigkeit zu betrachten, dass ich so lange nicht komme - unsere dienstlichen Verhältnisse sind der Art, dass wir erst gegen Ende des Monats Juni einigermassen Herr unserer Zeit sind und ohne Sorgen abkommen können. Inspicirungen jeder Art hielten mich hier fest und eine weitere ist noch in Aussicht - erst wenn diese vorüber, kann ich auf einige Tage abkommen.

Sollten gnädige Frau meine Ankunft früher wünschen, so werde ich trotzdem abzukommen suchen.

In der Hoffnung, dass Sie sich wohl befinden, dass Ihnen der Kleine keine Sorge macht, zeichnet sich mit der Bitte gütiger Gesinnung

Verehrten gnädigen Frau ergebenster Eduard Bernhold

Major.

Vertaling:

Hoogvereerde geachte mevrouw!

Van harte hoop ik dat U het niet als onverschilligheid moge opvatten dat ik zo lang niet bij U ben geweest - onze dienstomstandigheden zijn zodanig dat wij pas tegen het eind van de maand juni enigszins meester van onze tijd zijn en zonder zorgen kunnen vertrekken.

Allerhande inspekties hielden mij hier vast en er is er nog een op komst - als die voorbij is kan ik kort daarop vertrekken. Maar mocht U, geachte mevrouw, wensen dat ik eerder kom, dan zal ik desondanks trachten hier weg te komen. In de hoop dat het U goed gaat en dat de kleine U geen zorgen geeft, teken ik met het verzoek mij gunstig gezind te zijn

Vereerde, geachte mevrouw uw zeer toegewijde Eduard Bernhold Major.