Multatuli.online

18 april 1878

Brief van D.R. Mansholt aan H. de Raaf. Twee dubbele velletjes postpapier, geheel beschreven. (M.M.)

Het begin en het slot van de brief, die niet over Multatuli handelen, zijn weggelaten.

Meeden, 18 April 78.

Beste Vriend!

(....)

Uw brief over de ontmoeting met Dekker en diens redevoering heeft me zeer geïnteresseerd. Ik kan me voorstellen, dat ge geheel en al beteuterd waart, na de onheusche bejegening en ontstemd ook, doch ik kan die handelwijze van D. volstrekt niet goedkeuren, hoeveel ik anders van hem houd, zoo als ge weet.

Hij kan dat alles wel aan zijne zenuwachtigheid en aan zijne waarheidsliefde wijten, maar zoolang men met beleefdheid even ver komt en geen te kort doet aan de waarheid, zie ik niet in waartoe zoo'n onheusche bejegening moet dienen.

Het verwondert mij nu zeer, dat ik ook geen veeg heb gekregen, toen ik hem - ook vóór de redevoering - sprak bij Versluis; hij was toen wel zeer zenuwachtig, maar tevens zeer beleefd, hartelijk zelfs. Na de redevoering was hij recht op zijn gemak en praatte over velerlei zaken. Ik herinner mij nog twee punten, in mijn vorigen brief niet genoemd, waarover hij zelf met zich niet eens was en Versluis en mij verzocht, daarover eens na te denken. Het eerste was over de tegenwoordige methode van onderwijzen aan kleine kinderen (op de school n.l.) en betwijfelde hij of die wel goed was, n.l. de redeneermethode (ik weet er geen beter woord voor). Immers, zeide hij, bij het kind is het geheugen oneindig sterker ontwikkeld dan het verstand of het redeneervermogen, en zou dit een wenk van de natuur kunnen zijn, om niet te vroeg met redeneeren te beginnen, maar met feiten in het geheugen te prenten. Begon men te vroeg te redeneeren met dat kind, dan liep men gevaar, zoo ongeveer drukte hij zich uit - om door vroegtijdige slijting het verstand voor latere ontwikkeling onbruikbaar te maken. Hij helderde zijne meening met enkele voorbeelden op; b.v. de tegenwoordige methode in het rekenen was, om bij de vraag, hoeveel 8 × 8 is niet dadelijk te zeggen 64, maar de getallen te ontleden en door andere samenvoeging tot het resultaat te komen. Dit achtte hij, zoo niet verkeerd, dan toch een punt dat de aandacht der onderwijzers ten volle waard was. Ik geloof het met hem.

Het andere punt was... verduiveld, hoe ik ook op mijn pen kaauw, het wil mij niet weer te binnen vallen, en ik moet het maar aan 't toeval overlaten, of het mij nog onder het schrijven van dezen brief wil gelukken.

Volgens de Veendammer Cour. heeft D. voor eenige dagen ook te Meppel gesproken en - volgens een berichtgever - met zeer veel succes. Reeds bij zijn binnentreden was hij met daverend applaus begroet, en werd zijne rede met klimmende geestdrift aangehoord. De berichtgever zei er ook nog iets bij, dat ik tot dusver nog niet had gehoord, n.l. dat hij (D.) voor eenigen tijd les had gegeven in het latijn - om verder door de wereld te komen.

In Groningen moeten de Droogstoppels en Slijmeringen, die er nog al frequent zijn, zeer den neus hebben opgetrokken voor D. en diens redevoering, en aanleiding hebben gevonden tot allerlei kritiek, en vreemdsoortige, dat kunt ge begrijpen! Dat acht dagen later de studeerende jongelingschap den Stot-Tai [2.] Stot-tai: de (gefingeerd aziatische) naam van een destijds beroemde krachtpatser en cirkus-akrobaat. van de piano (Rubinstein) met eerewachten en soortgelijke uitvindingen van verknoeide hersens van het station heeft gehaald en hem door diezelfde jongelingschap nà afloop van het concert een vóóraf klaargemaakten lauwerkrans present gaf, god betert, is een teeken des tijds, dat veel te denken geeft. De bewondering van Rubinstein was meer dan algemeen (vergelijk eens de beide berichten in de Provinciale over 't concert en de redevoering van D.) en loopt de ophemelarij zóódanig in 't zotte, dat men met het allerdeftigste gelaat van Rubinst. vertelt, als of dit zoo'n vreeselijk groote verdienste was, dat hij elke zes weken een splinternieuwe vleugel afhamert! Daar is waarachtig geen zotternij zoo gek, of sommige beschaafde menschen weten er nog 'n climax op uit te vinden! Maar blijkt hieruit niet duidelijk, dat onze tegenwoordige beschaving op den verkeerden weg is en door het zotte vooropstellen van nietigheden, de hoofdzaken worden over 't hoofd gezien en terzijde geschoven? Kunst? Welzeker kunst, maar geen kunstenmakerij, zooals die vertoond wordt door Rubinstein, Stot-Tai, Winiawski [3.] Henri Wieniawski: pools vioolvirtuoos. en anderen!

De redevoering te 's Bosch had ik ook graag willen hooren, mij dunkt, er viel veel uit te leeren, in elk geval veel om er over na te denken. 'k Moet den man telkens bewonderen, wanneer ik er aan denk, hoe het mogelijk is zulk een rijkdom van gedachten te improviseeren!

Wat moet er niet zijn omgegaan in zulk een hoofd! Zonder twijfel zal met een eeuw of wat een andere prof. Hecker [1.] Willem A. Hecker (1817-1909), nederlands letterkundige en historicus, hoogleraar geschiedenis te Groningen van 1855 tot 1887. Multatuli uit de vergetelheid te voorschijn halen en hem boven Spinoza stellen, die thans ook als een aartsgenie wordt uitgekreten en bij zijn eigen leven moest brillen slijpen en honger lijden. -

Ik heb hier vijf van de bewijzen van lidmaatschap van het Genootschap Tandem aan den man gebracht (de beide Veemans en de overigen bij de familie op 't Hoogeland) die allen, met uitzondering van één, voor f 2.50 per 1/4 jaar geteekend hebben. (....)

Uw vriend D.R.M.