Multatuli.online

5 april 1878

Brief van Mimi aan Majoor E. Bernhold. Dubbel velletje postpapier, waarvan blz. 1-2 en 3 (½) beschreven. (M.M.: Dossier Bernhold, bijlage 17 a)

Wiesbaden 5 April 78

Verehrter Herr!

Ihr Schreiben war mir sehr willkommen. es enthielt was ich bei einer mündliche Besprechung zu erfahren hoffte und Ihre Aufklärungen genügen mir augenblicklich vollkommen. Wirklich es war mir nicht um die innere Geschichte, nur um die äussere Verhältnisse zu thun, und allein die Schwerfälligkeit mit der ich mich in Ihre Sprache ausdrücke kann Schuld daran sein dass Sie mir in dieser Hinsicht misverstanden.

Der kleine Mann ist lieb und geliebt und weiss schon nicht besser oder er gehörte hierhin. Leider hat mein Mann seine Rückkehr noch einmal aufgeschoben, sodass ich ihn nicht vor dem Ende dieses Monats zu hause erwarte. Es wird mich sehr freuen wenn Sie uns dann einmal besuchen um zu sehen wie und wo das Kind aufgehoben und [um dann] zugleich weiteres zu besprechen. Vielleicht wollen Sie die Mutter, die schon vor Wochen auf eine Entscheidung drängte, beruhigen aus meinem Namen. Was Sie wünscht hoffe auch ich, es wäre jedoch unverzeihlich sich in einer solche Sache zu übereilen. Ich bitte [Sie] sie also sehr noch ein wenig Geduld zu üben.

Aus dem Taufzeugniss das Sie Verehrter Herr, die Güte hatten zu versprechen wird vielleicht erhellen in wie weit das Kind unter väterliche Gewalt steht, was, nach den Erkundigungen die ich eingezogen, bei einer eventuellen Adoption nicht ohne Interesse wäre. - Mir ist die Sache fremd, in Holland hat der Vater nie Rechte über ein uneheliches Kind. Empfangen Sie Verehrter Herr schliesslich meinen Dank für die erhaltene Aufklärungen, und zugleich die Versicherung, dass Sie unserer Seits keine Unbescheidenheit zu fürchten haben. Mit wahrer Achtung

MDD

Vertaling:

Wiesbaden 5 april 78

Zeer geachte Heer!

Uw schrijven was mij zeer welkom. Het bevatte wat ik bij een mondelinge bespreking hoopte te vernemen en uw ophelderingen zijn mij voor het ogenblik volkomen voldoende. Het was mij werkelijk niet om de intieme geschiedenis, maar om de uiterlijke omstandigheden te doen en alleen de moeite die ik heb om mij in uw taal uit te drukken kan er schuld aan zijn dat u mij in dit opzicht verkeerd hebt begrepen.

De kleine man is lief en geliefd en weet al niet beter dan of hij hier thuishoort. Helaas heeft mijn man zijn terugkeer nog één keer uitgesteld, zodat ik hem niet voor het eind van deze maand thuis verwacht. Het zal ons zeer verheugen als u ons dan een keer bezoekt om te zien hoe het kind wordt opgevangen en tegelijkertijd de rest te bespreken. Misschien wilt u de moeder die al weken geleden op een beslissing aandrong, uit mijn naam geruststellen. Wat u wenst hoop ik ook, het zou toch onvergefelijk zijn zich in zo'n zaak te overhaasten. Ik verzoek u dan ook met nadruk haar nog een weinig geduld te laten oefenen. Uit het doopbewijs dat u, geachte Heer, de goedheid had ons te beloven, zal misschien blijken in hoeverre het kind onder het gezag van de vader staat, wat, naar de informatie die ik heb ingewonnen, bij een eventuele adoptie niet zonder belang zou zijn.

Mij is de zaak onduidelijk, in Nederland heeft de vader nooit enig recht over een natuurlijk kind. Ontvangt u bij deze, geachte Heer, tenslotte mijn dank voor de verkregen ophelderingen, en tegelijk de verzekering dat u van onze kant geen onbescheidenheid hoeft te vrezen.

Met oprechte hoogachting

MDD