Multatuli.online

1 april 1878

Brief van Multatuli aan Mimi. Dubbel velletje postpapier, geheel beschreven. (M.M.)

Den Bosch Maandag middag lieve Mieske! Ik kryg daar je brief van Donderdag en Vrydag morgen. Hy was geadresseerd te Zierikzee. Maar ik had aan de postkantoren doen weten dat ik hier was, en dus mankeert er niets. Morgen zal ik te Rotterdam 'n volgenden brief van je vinden. Er is nu geen gaping. -

Die beschryving over Haspeltje is waarlyk treurig! Ja, we moeten 't goed overleggen, en als er blykt dat er geen eer aan te behalen is, moeten we hem niet houden. En al zes jaar school gegaan! Dat de scholen slecht zyn wist ik wel, maar 't moet dan toch ook aan zyn hersens en gestel liggen, want zóó stom zyn dan toch andere jongen van 13 jaar niet. -

En wat je van Woutertje schryft vind ik heel aardig. Ik zal er zeker pret in hebben, wees niet bang. Je hebt hem zoo aardig veroverd. Zeg, bewaar goed al de brieven van z'n vader. Ik heb hier één er van, en die moet ook by 't pakketje. Dit bewaren is volstrekt noodzakelyk. -

En knor nu niet als ik je zeg dat ik nog niet van m'n voordrachten af ben. Dat ik tegen 5 April Schoonhoven heb aangenomen, weet je al. Nu hoor ik dat er nog onderhandelingen loopen met

Kampen
Zwol
Deventer
& Meppel

Ik màg niet halt roepen zoolang de menschen my willen hebben. We hebben veel geld noodig, en reeds vóór Tandem in vollen bloei staat. Hoe dit zy, laat me nu begaan. Je begrypt dat ook ik dol naar huis verlang, maar nu afbreken is verkeerd. Ik ben en train. [1.] en train: op dreef (fr.) De voordrachten zelf kosten me niets. 't Eenige is de part. aanrakingen tusschen de leesdagen in.

(hier zit ik tot nog toe heel rustig in 'n logement.) -

Gister ben ik ½ 5 van Breda naar Tilburg gegaan en ik bracht den avend tot 10 uur toe by Iterson en digna door. Ze waren zeer lief. Toch was ik bly er niet te logeeren. Zyzelf zei dat het zoo bekrompen was en dat het kind snachts wel eens schreeuwde. Om 10 uur ging ik naar hier. Nu ben ik van morgen in 'n hotelkamer opgestaan. Veel rustiger dan dat ik nu van Tilburg nog hierheen had moeten komen.

Morgen ga ik naar Rotterdam. Misschien blyf [2.] blyf: oorspr. stond er houd. ik te Utrecht 'n trein over om V. Hall te spreken. -

Van Bé niets gehoord. Wat zal de stumpert schryven? Ze kan toch niet zeggen dat ze zoo onder de plak staat van dat mensch. 't Is erbarmelyk! -

In twee tydschriften van de heeren studenten ben ik zeer gehavend. Natuurlyk, ze zyn woedend over 't versmaden van hun fooi. Maar... dàt zeggen ze 'r niet by. Hun geschryf raakt m'n koude kleeren niet. -

't Heeft hier vreeselyk gesneeuwd. Akelig weer! -

Ik hoor dat de (R.C.) [3.] R.C.: Roomsch Catholieke. bladen zoo tegen 't bezoeken van m'n lezing hebben gewaarschuwd. Nu, dáárin hebben ze gelyk! Ik begryp dat beter dan de houding der moderne dominees die me onder toejuiching aanhoren. -

Ja, ik zend je twee zoenen, een groote voor jou en een kleine voor Woutertje. Hoe is z'n eigenlyke voornaam? -

Die De Salis! Ze is toch kompleet krankzinnig. Of ze houdt zich zoo. Het staat interessant, denkt ze misschien. -

Ik spreek van avend over ‘spotvormen op [4.] op: oorspr. stond er in de. zedelyk en maatschappelyk gebied.’ -

Ik behandelde eens voorjaren dat onderwerp te Goes [5.] te Goes: nl. op 1 mei 1875; zie V.W. XVII, blz. 695 e.v. (jou horloge lezing) maar zal 't nu beter doen, denk ik. -

dag, beste mies. -

Van Nonni een zeer hartelyk ingekleede brief. Maar ze schynt niet te beseffen dat er iets anders te doen is dan hartelyk in woorden te zyn. Ook vraagt ze my nu of ik nu maar eens heel gauw wil betalen... 1700 francs aan... Stéfanie! [6.] Stéfanie: mevr. Omboni. Je verstand staat er stil by. Ik verzeker je, als ik niet om... &c t Is dégoutant!