Multatuli.online

19 april 1877

Brief van Multatuli aan G.L. Funke. Dubbel velletje postpapier, geheel beschreven. (M.M.)

Wiesbaden 19 April 1877

Waarde Funke! Dank voor de f100 by uw brief van 13 dezer. Dat ik eerst nu antwoord is omdat ik allerlei drukten heb. Dezer dagen byv. kregen we onverwachts bericht van M's broer die in Japan was, dat-i in Napels is aangekomen, en nu wachten wy hem hier. Zyn plan is, eerst wat in Italie heen en weer te reizen, en we maken van dat oponthoud gebruik om onze kleine woning zoo interichten dat-i hier slapen kan. Net 'n verhuisboel. We hadden weinig ruimte en dat moeten we nu door sjouwen en verzetten trachten goed te maken.-

Ik durf van A. Thym's Dochter van Roelant zeggen dat het 'n prul is, zoowel van inhoud als van bewerking, maar ik moet voorzichtig zyn omdat deze zeer welgemeende opinie allicht zou gehouden worden voor 'n uitvloeisel van rancune omdat hy Vorstenschool zoo ongunstig beoordeeld heeft. Al had de man m'n leven gered, zou ik niet anders kunnen zeggen dan dat ik verstomd sta over de brutaliteit met zoo'n vod voor den dag te komen.-

Kunt ge Marie Anderson niet naar De Veer verwyzen? Ik wist nog niet zeer lang dat ze zich tot U om plaatsing van haar vertaalde prulletjes gewend had. Dat ze my daarvan geen verantwoording schuldig was, is waar, doch ook ik wil niet verantwoordelyk wezen voor haar litterarisch geknoei. Onlangs heeft ze zekere redaktie 'n vertaling voor eigen werk in de maag gestopt, en ze weet hoe ik zulke dingen veroordeel. Ik heb U haar boodschap omtrent Bret Harte viâ Figaro (nogal gegrond, vind ik,) gedaan. Ik begryp niet hoe zy u zoo-iets durft voorstellen. My had ze 't niet gezegd, ik verneem die kuriositeit uit uw brief. Ik denk dat ze nu wel zal ophouden u lastig te vallen. 't Komt me voor, dat ze wel eens spekuleert op de meening dat ze... hoe zal ik zeggen? Dat ze iets met my uittestaan, of iets met my gemeen heeft. Dit is volstrekt het geval niet. Eens heeft ze naamlooze brieven (postmerk: Wiesbaden, natuurlyk!) aan zekeren Ketman geschreven. De man meende met my te doen te hebben, en antwoordde my. Ik ben er woedend over geweest. Als ze niet zeer arm en onbeholpen was zou ik haar de deur verbieden.-

Nu die infamie van Van der Voo. Ja, infamie! Het exploiteeren van myn naam op dat couvert is 't eenige niet, maar valt samen met 'n andere slenter [1.] slenter: streek. die nog veel gemeener is. Lees in Amstelbode van 15 April die reklame voor 't armzalig Tydschrift ‘Tolk van Vooruitgang’ dat door hem en Korteweg geredigeerd wordt. Daarin zegt zekere ‘Alexander’ (natuurlyk Van der Voo zelf!) dat ik in dat werk: [2.] werk: oorspr. gevolgd door schryf.


‘dikwyls optreedt, rechtstreeks of by-wyze van aanhaling’

Hiervan is my niets bekend. Ik heb met dat Tydschrift niets te maken. Maar, goed! Men zou kunnen zeggen: ‘och, om lezers te lokken is die leugen nu zoo héél erg niet! In den handel wordt zoo iets meer gedaan! Men moet alles niet zoo héél stipt aan zedelyken maatstaf beoordelen’ &c &c.

Ik oordeel over zoo-iets ànders. Maar, soit! Als 't dáárby bleef! Maar in 't zelfde stuk waarin die Alexander (V. d. Voo) myn naam als vlag steelt, gaat-i me om ook tegenstanders van me te behagen, op de gewone manier uitmaken voor 'n gemeene kerel!-

Gissende dat ge van huis zyt, verzoek ik den heer W. v. Elgg U die Amstelbode te zenden. Neen, hy gaat hier by. Hoe vindt ge zoo'n Jezuitenstreek?- [3.] Deze gehele alinea geschrapt. Wertmuller von Elgg is een bediende van Funke.

Ik loop al drie dagen peinzen wat ik er aan doen moet? Als ik tegen 't exploiteeren van m'n naam op die gecouverteerde bladzyden (en vooral tegen 't meewerken aan den Tolk v. V.) opkom, hebben zy hun zin, en ge krygt annonces: ‘Korrespondentie van (met) Multatuli.’ Dàt is 't zoeken. Erger nog wordt de reklame als ik dien gemeenen streek behandel waarmee hy in z'n reklame, z'n hof aan m'n vyanden maakt. Misschien is, daarom, zwygen best! Elk woord van my wordt op-nieuw geexploiteerd. Het is 'n leer voor me my minder makkelyk met iemand intelaten. Nu, deze week al heb ik Juffrouw Mohr (die hier is, en in Duitschland komt wonen) de deur gewezen. Niet nu omdat ik iets zóó gemeens van haar verwacht maar ze beviel me niet, en dat heb ik haar nu maar flink gezegd. Had ik die ellendige Mina Kruseman ook maar de deur gewezen!

Niemand weet wat die publiekerigheid me kost. Ieder schryft me of spreekt me aan, en als ik dan welwillend en vriendelyk antwoord, heb ik er later den last van.

Hartelyk gegroet van

tt

DD

Amstelbode

s.v.p. terug.