Multatuli.online

21 maart 1877

Brief van Multatuli aan G.L. Funke. Dubbel velletje postpapier, waarvan blz. 1-3 beschreven. (M.M.)

Wiesbaden 21 Maart 1877

Beste funke! Dat ik op Uw laatsten brief (7 Maart) nog niet antwoordde, was omdat ik redelyk uitvoerig schryven wou, en me geen tyd gunde. Ik heb 'n heel pak lange slierten kopie liggen, die ik u eerst zenden wou voor ik U om geld vroeg. Maar nu moet ik u wel, vóór 't zenden, vragen of ge zoo goed wilt zyn my f200. - te remitteeren.

De vertraging in 't zenden ligt aan - 'n vervelende historie. Ik was bezig aan 't betoogen dat wy Hollanders noch Duitschers noch Franschen moeten volgen, maar in onzen eigen' geest putten. Daar verscheen de Spectator van 10 dezer waarin Vosmaer de vraag opwerpt of we naar Duitsch of Fransch model moeten werken.


(in 'n stuk N.B. waarin hy te velde trekt tegen 't gebruik van vreemde woorden, zegge woorden. De ideen komen er dus minder op aan.)

Ik schreef onmiddelyk [1.] onmiddelyk: kennelijke verschrijving voor onmiddellijk. aan Vosmaer: ‘Kerel, wat doe je daar! Ik ben juist bezig met... &c en daar ga jy met Ten Brink aan 't kibbelen of we by Franschen of by Duitschers moeten klaploopen!’ Ik gaf hem in overweging of-i kans zag z'n blunder


(dit wàs en is het! Hy had de eenvoudige waarheid overzien dat de kwestie tusschen T. Brink & hem geen kwestie is, en dat we ons eigen vuur moeten slaan)

of-i kans zag z'n blunder goedtemaken. Ge begrypt dat ik Vosmaer niet graag aanval. By die gelegenheid zond ik hem de afgedrukte vellen ter inzage. Daarover geschryf en gewryf. En zie in den Spectator van 17 dezer komt ook Loffelt in 't spel, en alweer met gelyksoortige praatjes, zoodat ik m'n bitterheid over dat vervloekte wegloopen met vreemden moet inslikken! Want ook Loffelt mag ik niet toespreken zooals ik Tenbrink zou doen en de zeer velen die niets doen dan naschryven. Nu moet ik al m'n kopie veranderen en omknoeien. Dat is de reden dat ik u met deze post niets kan zenden. Wel zyn er blaadjes die gedrukt zouden kunnen worden maar ik heb moeite met de aansluiting.-

Zekere zeer barre uitdrukkingen - of liever 't heele beloop van m'n betoog moet veranderd omdat 't nu den schyn heeft alsof ik zoo [2.] zoo: oorspr. stond er te. ruw tegen Vosmaer en Loffelt te werk ga. Dit mag niet om 100 redenen.

Hartelyk gegroet

tt

DD

heeft men op 'n bonnetje van my by U 1 Bloemlezing

& 1 Bruid daarboven

afgehaald?-

Vosmaer beweert dat ik hem in de vellen 20, 21 & 22 in 'n belachelyk daglicht stel. Ik begryp er niets van, maar hy is zeer prikkelbaar.-

Ik heb Nonni nog niet geantwoord. Ik weet er geen weg mee!