Multatuli.online

Lijst van brieven op datum

30 november 1875

van

Multatuli

aan

Maria Francisca Engelman

 

deze brief in handschrift

download handschrift

Volledige Werken. Deel 18. Brieven en dokumenten uit de jaren 1875-1877 (1987)

terug naar lijst

30 november 1875

Brief van Multatuli aan Marie Engelman. Dubbel velletje postpapier, geheel beschreven. (M.M.)

Na eerst enkele dagen in een hotel te hebben verblijf gehouden, woonde Multatuli de tweede helft van februari en de hele maand maart bij de familie Engelman in de Weenastraat te Rotterdam, blijkbaar zeer tot zijn genoegen.

Wiesbaden 30 Novr 1875

Goede beste Juffrouw Marie!

U zult wel denken: ‘Nu, dát is lomp, nog niet eens antwoord op m'n vriendelyk briefje!’ Want dat briefje is al van den 23n, dus 'n volle week oud! Nu, ik verzeker U, dat dit verzuim niet voortkomt uit onverschilligheid. Juist andersom. Zie, als ik in Uw huis gewoond had op 'n gewone manier, dan ware het beantwoorden van de vraag, of ik tegen Januari de kamer weer betrekken kon, heel eenvoudig. Dan schreef ik: ja, of neen, of: ik weet het niet, en daarmee uit! maar ik ben door Uw zeer geachte familie en voornamelyk door U zoo vriendelyk en zelfs hartelyk behandeld, dat dit: ‘ik weet het nog niet’ my niet uit de pen wil.

Zeer goed begryp ik, dat het voor U noodig is, daaromtrent zekerheid te hebben, maar ik kan die zekerheid niet geven. Heel gaarne wil ik U de oorzaak van m'n weifeling meedeelen, maar die is nog al omslachtig. Dat ik in Rotterdam kom, als daar 'n stuk (dat heet: een nieuw stuk) van my wordt opgevoerd, is zeker. Maar nu weet ik nog niet wanneer ik daarmee klaar wezen zal, en dit niet alleen om 't stuk zelf, als wel [1.] wel: oorspr. stond er wel ook. omdat ik voor m'n vertrek van hier, ook nog ander werk gereed moet hebben waarop m'n Uitgevers wachten. Aan m'n uitgever te Amsterdam, heb ik dit beloofd. Hy weet namelyk dat ik in Holland nog al eens afgeleid word, en is doodsbang dat ik van hier zal gaan vóór 't beloofde werk gereed is. Hieruit volgt dus dat ik nog niet weet wanneer ik in Holland zal kunnen komen.

Maar dit is alles niet. Het is mogelyk, en zelfs waarschynlyk, dat m'n vrouw my vergezelt en dan zou ik naar ik vrees Uw kamer (of beter gezegd: één kamer) my te bekrompen wezen. Niet voor 't wonen en leven zelf (want we zyn gewoon ons te schikken) maar voor 't ontvangen van bezoeken.

Dáárom bracht my uw anders zoo aangenaam briefje in 'n verdrietigen tweestryd. Ik mág eigenlyk niet anders zeggen, dan dat ik Uw kamer niet betrek, en dit kost my waarlyk 'n overwinning op myzelf, want nergens zou ik zoo gaarne zyn als by U, daar ik van Uw vriendelyke handelwyze de aangenaamste herinnering heb.

Maar... ik moet dóórtasten, en dus U voorstellen: niet op my te rekenen. Als ik dit nu niet ronduit zeg, blyft Ge in onzekerheid en dit mag niet. Alzoo: ga Uw gang met de kamer, en zoek S.V.P. een bewoner! Ik durf 't niet op m'n rekening nemen, haar te laten leegstaan.

In-weerwil hiervan zal ik, als de tyd van m'n komst bepaald is, en wanneer ik alleen kom, U eerst nog vragen òf Ge in 't verhuren geslaagd zyt. Ik behoef U niet te zeggen met hoeveel genoegen ik weder in de Wenastraat zou afstappen, als ik alleen kwam. Zoo niet, dan weet ik nog niet wat ik doen zal. Een geschikt verblyfje voor korten tyd, is voor twee personen niet makkelyk te vinden, en de hôtels zyn vreeselyk duur. Ik zie er zeer tegen op. In allen geval zal ik U by m'n komst in Rotterdam terstond komen bezoeken, en dan ook m'n belofte afdoen.

Wees zoo goed, Uwe zeer geachte Ouders zeer van my te groeten, en ook Juffr. Toosje, die den laatsten dag nog zoo flink voor my naar de boot ging informeeren. Ook myn groet aan de beide Betje's. Ik had zoo'n aardigheid in die kinderen!

Uw papa en mama zullen 't immers wel goed vinden, dát ik maar alleen aan U schryf? 't spreekt vanzelf dat m'n berichtje ook HED aangaat. Ik schryf aan U, omdat Ge zoo heel in 't byzonder m'n vriendelyke verzorgster waart. Nooit was U éénige moeite te veel!

Dag, beste Juffrouw Marie, geloof my met de vriendschappelykste gevoelens en hoogachtend

Uw DWDienaar en Vriend

Douwes Dekker

Dat ik om al de vriendelykheid die men my te Rotterdam aandeed, naar Holland verlang, is waar. Doch aan den anderen kant zie ik wel wat op tegen drukte. Ik wordt zoo drommels saai, en ikzelf heb zoo'n hekel aan saaiheid, maar dat oud worden is zoo mal, als 't gemoed niet mee oud wordt!-

Deze was reeds gesloten toen m'n vrouw my kwam vragen of ik wel haar vriendelyke groeten gedaan had? Nu, ik herstel m'n verzuim. Zy is zeer gevoelig over de wys waarop ik altyd over U gesproken heb. Eens, 's avonds laat thuis komende stond Uw papa die reeds te bed was, op om me nog 'n kop koffi te bezorgen!