Multatuli.online

1 december 1874

Brief van Multatuli aan G.L. Funke. Twee dubbele velletjes postpapier, geheel beschreven. (M.M.)

Beets: zie zijn Aan mijne landgenoten op den 18den Juni 1865. Utrecht, 1865.

Wbaden 1 Decr 1874

Waarde funke, dank voor Uw prettigen brief.

Ik schreef aan den heer M.d'E. in den geest van uwe opmerking. Ik dacht wel dat-i geen permissie noodig had.-

Ja, ook ik vind het vreemd dat ik nog niet in Duitschland vertaald ben, te - ergens in Saksen - is zekere Dr die me schryft te Leiden in Oostersche talen gestudeerd te hebben, bezig met den Havelaar. Of er ditmaal iets van komen zal, weet ik niet. Ik vernam wel al 6 maal van voorgenomen vertalingen. Ook Mimi heeft er maanden aan besteed, maar we konden er geen uitgever voor vinden. Juist op de dáártoe strekkende reis, vroren we te Mainz vast, en gedurende dien tyd wist men m'n vrouw te belezen, naar Italie te gaan!-

Uw voorstel over Bloemlezing vind ik zeer goed. Ja, dát kan! Maar we zullen dan de eventueele koopers moeten waarschuwen dat er ook een-en-ander uit de vorige in komt.-

Nu ja, ronduit gezegd, er is in den almanak wel iets dat me stuit. Ik wou dat idee maar laten rusten. Maar Bloemlezing graag. Dat is... raisonnabeler. Er is werkelyk iets liefs van te maken.-

Ik wil probeeren eerst bundel VII aftewerken. Wees zoo goed me 't overschietend stukje kopie terug te zenden. Sedert het schryven daarvan ben ik zoo heen en weer geslingerd dat ik alweer den draad kwyt ben.-

Uw voorstel omtrent Nonni is verstandig. Als ik maar zoo ver was dat ik 't kon uitvoeren. Kyk, hier trouwen is pynlyk. Onze omgeving houdt ons voor getrouwd.

Elders trouwen, byv. in Holland? Dit eischt 'n verplaatsing waartoe ik de middelen niet heb.

Hoe ik 't uitreken, ik heb, om spykers met koppen te slaan, geld noodig. Daarom wou ik eerst goed en veel werk leveren. Inplaats van dit te doen, heb ik gesukkeld. Toch blyft dit No 1. Gelukkig dat ik (op dit oogenblik althans maar 't verandert nogal eens!) wél ben. En ook ons woninkje is goed. Of ik hier plaats voor Non hebben zou, is de vraag. Of liever dit heb ik niet. Dus ook dát eischt middelen. En de reis! Hoe ik 't uitreken, eerst moet ik veel werken, en 't verdriet (of wat dan ook?) maakt dat ik niets of weinig voortbreng. Ook m'n schaken is slecht, 'n beroerd teeken! Maar ik beproef ernstig my-


te genezen, volgens Mill. Studien, begin van 't hoofdstuk Tableau. Mimi is, ook in dit opzicht 'n engel voor me. Ze doet het onmogelyke om m'n gemoed in-orde te brengen. De dood myner vrouw heeft me zeer zwaar getroffen. Maar ik erken dat ik reeds vóór dien tyd wat geknakt was. Haar vertrek naar Italie! Nu, niet seuren, dat is de weg niet!-

Ik ben nog niet zeker dat V. Vl geen ‘galante dichtluimen’ gepatrocineerd heeft. Psychologisch gesproken is hy er grof genoeg toe. En ook analogisch met ander werk van hem. Ik heb daar in 'n Levensbode van hem, 'n stuk dat waarlyk degoutant is. Hy geeft het kwasi als letterkunde, dat heet: met litterarische annotaties (die mager zyn!) maar hoe iemand zulke viezigheden kan uitgeven, begryp ik niet. Ik maak onderscheid tusschen ondeugendheidjes (die ik volstrekt niet hard val, o neen!) en vuiligheid. Wat die: ‘galante dichtluimen’ aangaat, zal ik eens onderzoek doen.-

Ik kan aan Publica niet zeggen hoe laag ik v. Vloten stel. Want men zou toeschryven aan rancune wat overtuiging is. Dit laagstellen betreft zoowel z'n:

Karakter (zie z'n zoeterige verdediging in-zake Modderman!)

auteurschap uit 'n oogpunt van denkbeelden. (Ik heb hier geen plaats voor ontwikkeling.)

auteurschap als zóódanig, de schryvery. (dezer dagen schreef hy: ‘Evenmin als geen kind zal ontkennen’ &c

z'n taalkennis, zoowel hoogere als lagere (nam. spelling!)

Wanneer ik dat alles eenvoudig zeg, meent men dat ik pleizier heb in afkeuren. Als ik 't betoog en bewys, word ik te breed. En wat kryg ik dan? ‘Dat wisten wy al lang!’ Zoo, byv. zei hy: ‘dat men de onwaarde van Bilderdyk's Floris niet van my hoefde te vernemen.’ Welnu, tóch komt, naar me verzekerd wordt, die Floris wél voor in z'n Bloemlezing van B's werken. Jazelfs daarin zouden, zegt men my, alle treurspelen van B. opgenomen zyn. En 't eene is nog erger prul als 't andere. Dat ik den Floris aanviel was toevallig. Ik greep voor de hand weg, en neem aan 't zelfde te doen, niet alleen met z'n theaterwerk maar met elken bundel dien hy geschreven heeft. Bilderdyk kón niets goeds voortbrengen, want hy was 'n slecht mensch! Ik gis dat dit oordeel U te hard zal voorkomen, U en byna allen. Welnu, ik kan 't aantoonen, en ik vlei me gezichtspunten aantewyzen waarop niemand tot nog toe gelet heeft. Maar... wie heeft geduld zoo'n zielkundige analyse te volgen. Sommigen myner lezers hebben liever vertellingen, en de meesten zouden zeggen dat ik alleen talent had voor naar beneden halen! Dit nu is niet waar. Ik zelf houd er niet van. Het doet me zéér. Nog nooit las ik iets over Bilderdyk waarin hy krygt wat-i verdient. Ook Vosmaer in z'n recente (keurig gestyleerde!) stukken in 't Vaderland, stelt hem veel te hoog, én als verzemaker en als mensch. Nu 't menschzyn slaat Vosmaer over. Maar hy noemt hem 'n dichter! Ik zal er Vosmaer over schryven. Doch ook zonder dít, zelfs 't onnozel ambacht van verzen maken verstond hy zeer slecht. Hy had zich de idiote hebbelykheid aangewend er veel te maken. Dit gebrek zag hy, en z'n tydgenooten voor 'n verdienste aan. Ik kan 't ook, maar... ik verlies de achting voor mezelf als ik me daaraan overgeef. t Is 'n ziekelyke tic, niets meer! En dan nog verzen te maken die positief leelyk zyn! Neen, dan prys ik ten Cate en Schaepman. Ook Beets nu-en dan, maar niet altyd, o neen!

Tracht eens als curiosum t gedicht te krygen dat Beets maakte op 't jubilé van '63 of '65 (eerste restauratie óf Waterloo?) Dáárin kun je zien waarin men vervalt als men begint met harte, smarte!-

Blyspel? 't Is me geen oogenblik uit de gedachte. Ik vrees dat alles zal uitloopen in 'n verhandeling:


‘over de onmogelykheid voor 'n hollander om 'n blyspel te schryven.’

Want... we bezitten er geen enkel. Kluchten, ja! V.d. Berg, met z'n ‘neven’ wist het wel, en beproefde 't betere. Maar geslaagd is-i niet. Dit erkent hyzelf, maar ik betwyfel of i de oorzaken wist. Die zyn - nu, wacht m'n verhandeling af.-

Van Waltman vernam ik niets. Zouden Specialiteiten uitverkocht zyn? Ik wou 't graag. Zeker, als hy U te veel vraagt, zou 't verkeerd zyn daarin toetegeven! Ook ik zou 't prettig vinden als alles in een hand was. Dit zy gezegd, zonder Waltman in 't minst te declineeren. Hy heeft me zeer fatsoenlyk behandeld, en ik heb 'n aangename herinnering van de relatie.-

Als ik 't niet liet om de kosten ik bedoel nu van transport zou ik U vragen om al uw tooneelstukken. Maar dit kan niet. M'n zoeken is niet modellen, o neen! Integendeel, ik zou niet gaarne op iets (wat dan ook) gelyken. Neen, ik bestudeer in zulke stukken den geest van 't publiek, de eisch van den tyd, of wat daarvoor door schryvers gehouden werd. Maar 't best zal zyn dat ik wacht tot ik in Holland kom.-

Jufvr. K. schryft me dat ze nog altyd aandringt op 't vertoonen van Vorstenschool. Wel nu, my zou 't thans, na al die amerikaansche ten-toonstelling, niet aangenaam wezen dat stuk gemengd te zien in... enz. Ze is 'n beste goeie, flinke meid, maar haar methode van representatie bevalt me niet. Zou dit 'n restje van Hollandisme in me zyn! In-godsnaam. Over Kritiek is haar oordeel grundfalsch. Er zyn heel andere aanmerkingen te maken! Ze slaat wel ruw maar heelemaal ter-zyde van de kwestie.

Hartelyk gegroet

tt

DD