Multatuli.online

Lijst van brieven op datum

15 november 1874

van

Multatuli

aan

S.E.W. Roorda van Eysinga (bio)

 

Volledige Werken. Deel 17. Brieven en dokumenten uit de jaren 1874-1875 (1986)

terug naar lijst

*15 november 1874

Brief van Multatuli aan S.E.W. Roorda van Eysinga, op 14 november begonnen. (RvE, blz. 290-294).

Deze brief is ten onrechte gedateerd 14 Maart 1874; of deze fout ook op het handschrift heeft gestaan, is een open vraag; boven het tweede gedeelte staat de datering goed.

diapazon: toonhoogte.

à mille lieues: op duizend mijl (fr.), mijlen ver.

Wiesbaden, 14 Maart 1874.

Beste Roorda, 'n paar woordjes om e.e.a. te beantwoorden uit uw laatste brieven.

Ja, die goeie beste hartelyke Mina Kruseman! Maar ik vrees zoo dat ze zich overschat heeft. Gisteravend heeft ze te Rotterdam gespeeld. Ik kreeg een telegram, waarin ‘succes’ wordt aangekondigd, maar ze moet 'n zeer groot succes hebben om niet lager te staan dan de diapazon van haar optreden!

Het doet me innig leed dat ik haar boekje over ‘Kritiek en Kunst’ niet mag pryzen. Erger nog, dat ik in zekeren zin 't beroerde Handelsblad en 't nog beroerder Nieuws v.d. D. (die 't erg herabsetzen!) gelyk moet geven. ‘Nieuws’ zegt: 't is geen ‘satire’ 't is parodie. (Heel juist!) En Handelsblad noemt het ‘beneden kritiek’. Ook... nagenoeg waar, helaas!

(Ik zal haar verzoeken 't u te zenden.)

Ik zit er mee in, haar m'n opinie te zeggen. Liegen wil ik niet, en 't smart me haar verdriet te doen. Ook ik heb, als Droogstoppel zelf, tegen haar allures, maar ze is zoo goed, zoo nobel! Och, zoo jammer! Nog heb ik haar m'n opinie over haar boekje niet gezegd, en wel omdat ze dezer dagen 't ys breken zou op 't tooneel! Ze heeft dus spanning - en wellicht verdriet! - genoeg. Ik vrees, ik vrees, en wel ondanks haar telegram, dat het succes twyfelachtig... en dus géén succes is. Ze moest furore maken om te beantwoorden aan de manier waarop ze optrad!

Wees niet boos dat Mimi niet zelf antwoordt op uwen brief van 5 Nov. Ze heeft het waarlyk druk, den heelen dag door!

Maatschappy ‘Nut Javaan’. Ik blyf er by, dat het doodeenvoudig zooals Heemskerk zeide: ‘boerenbedrog’ is. 'n Paar luidjes van de bekende soort, willen zich en évidence stellen, dat is alles!

Ik heb niet onopgemerkt gelaten dat by 't nieuwe program de fameuse Vryarbeid van de lyst geschrapt is! Waarom dan niet expressis verbis de vlag gestreken? Dit is weer de gewone oneerlykheid.

Ik gis evenwel dat gy in die heele zaak omtrent zoo'n M.t.N.v.d.J. niet met my overeenstemt. Uw schryven toch over ‘onderwys van den Javaan’ est à mille lieues van myn inzichten, wat me zeer leed doet, want welke kans op 't doen doordringen myner meeningen heb ik dan by anderen, by 't plebs? Stel dat Mevr. van der Kouwen en haar meid niet heelemaal dood waren geweest, zoudt ge dan u hebben bezig gehouden met het onderwys van die beide mishandelde personen? Naar myn inzien werken juist zulke verplaatsingen van kwestiën de beroerdelingen in de hand. Zie daarover 't slot van m'n briefje aan de Javaannutters, 'n stukje waarin m'n opinie en m'n pretenties te dier zake vry duidelyk worden te kennen gegeven. De... moordenaars van Mevr. v.d. K. willen wel zoo!

Zoolang diefstal en moord aan de orde is, bemoei ik me niet met onderwys en opvoeding van de bestolenen of vermoorden.

Of we - indien we eenmaal zoo ver waren dat fyner kwesties mochten worden ter tafel gebracht - extensief of intensief zouden moeten te werk gaan, laat ik nu daar. Uit m'n derden bundel Ideën kunt ge weten dat ik niet zoo onvoorwaardelyk voor lichtverspreiding ben, als de mode van den dag meebrengt. Ik zoek nog! Gelukkig dat ik beweer daarover nog niet te moeten beslissen. We zyn nog aan 't grovere.

15 Nov. 74.

Ik vrees dat Mina K. een échec heeft geleden als actrice! Althans ik vernam niet dat het tegendeel plaats had, en al wat in haar geval beneden 'n grooten triumf staat, is mislukking. Het doet me leed, maar 't bevreemdt me niet!

Kinderboekjes? Wel zeker lees ik ze, als ze my in handen vallen! Maar dit doe ik om den oorsprong van dwalingen te bestudeeren. Ik beweer dat een kind niet lezen moet, voor hy uit eigen aandrift naar grootemenschenboeken grypt. En hierin kan leiding worden te pas gebracht. Het spreekt vanzelf dat ge geen gemeene boeken onder 't bereik uwer kinderen brengt, doch ik meen dat men hun de goede niet moet opdringen. Niet-lezen is geen kwaad, tenzy 't 'n gevolg is van den schoolschen dwang om wél te lezen. Onthouding is, meen ik, hoofdzaak, zoowel in onderwys als opvoeding.

Door gepaste onthouding wordt het kind vanzelf geleid tot weetgierigheid. Ik ben zeker dat Marietje je 1000 vragen doet waarop 'n tweeledig antwoord past:


1o. Korte, en altyd onvolledige, beantwoording der vraag met uitdrukkelyke vermelding van die onvolledigheid en van je eigen onkunde. Daarby 'n uiting als: hé ja, je vraagt daar zoo wat... ik weet het zelf niet precies, maar ik wil 't even nazien in dit of dat boek.
2o. Dat nazien in haar tegenwoordigheid, en zoo mogelyk haar daarin betrekkende als mede student.

By zulke gelegenheid komen geen andere boeken te pas dan byv. historische, reisbeschryvingen, geografische, botanische, geologische etc. etc.

Zie dan eens hoe spoedig zy uit haar zelf in zulke werken zal gaan snuffelen, en... alle kinderboekjes minachten, waarin ze groot gelyk zal hebben.

Door de opgegeven methode leert ge haar: studeeren, waarheid zoeken. Dit zoeken is meer waard dan de kennis zelf die er uit voortvloeit, en véél meer dan de kennis die ze opdoet zonder moeite, en niet uit eigen aandrift, of zelfs - erger nog - op bevel.

Verbeeldje dat Marietje je naar den naam van 'n plantje vraagt, en dat je 't weet en haar zegt. Dan heeft ze lang zooveel niet geprofiteerd als wanneer je antwoordt: ik weet het waarlyk niet! Gesteld dát je 't niet weet, want liegen komt nooit te-pas. Doch zéker is steeds onze onkunde groot genoeg om altyd 'n pretext aan de hand te doen tot opzoeken, tot naslaan, tot studeeren! Hiervan is niemand uitgezonderd.

Je weet het dus niet, of, je weet niet alles! Welnu, het kameraadschappelyk opzoeken van de begeerde wetenschap werkt verheffend, aanmoedigend, opwekkend om later (ook zonder hulp!) zelf aan 't zoeken te gaan. En 't leert den weg waarlangs men 't begeerde vinden zal. Men moet, geloof ik, weinig of niet onderwyzen, maar de hebbelykheid opwekken om zelf te zoeken etc. etc.

Zeg me eens uw opinie hierover, vooral wanneer ge 't zult hebben toegepast. Niet ‘leeren’ is de hoofdzaak, maar: te leeren hoe men iets leert.

Als Marietje géén vragen doet die ter zake dienen, maak je niet ongerust. Het zal komen, mits je niets opdringt. Onthouding, onthouding! Dring haar evenmin kennis op als geslachtsdrift. Het komt vroeg genoeg, allebei.

Wees met uwe Mama en Selinde zeer hartelyk van ons gegroet en geloof me

Uw vriend

D.D.