Multatuli.online

23 september 1874

Brief van G.L. Funke aan Multatuli. Dubbel velletje postpapier met gedrukt kopje, tot het midden van blz. 4 beschreven. (M.M.)

Amsterdam, 23 Sept 1874

Waarde Dekker! Ik kan me eenigszins voorstellen hoe Ge te moede zijt bij zooveel miskenning Uwer goede bedoelingen. Het eene verdriet verdringt het andere; het is een opeenstapeling van misverstand, waarbij Gij wel 't ergst, maar niet véél minder Mimi en Nonni, ja in zekere mate ook Eduard de lijdende partijen zijn en enkel de ‘vrienden’ op hun manier genieten.

Toch verstout ik mij U aan te raden, rustig, althans lijdelijk, de ontknooping af te wachten. Met geweld haalt Ge U nog meer onjuiste beoordeelingen op den hals en zult Ge wantrouwen binnen Uwe eigen muren brengen, al mede het ondragelijkste wat een mensch te verduren krijgt! Kunt Ge U zelf bedwingen, dan zullen Uwe kinderen zonder twijfel ten slotte vrijwillig en beschaamd tot U komen en dán eerst kunt Ge Uwe Nonni als van ouds aan 't hart drukken. Thans, misleid als zij blijkbaar is, zoudt Ge van haar bijzijn niets dan droefheid ondervinden.

Het verheugde mij dat Ge Uwe advertentie hebt ingetrokken. Uwe kleingeestige vijanden zouden er van gesmuld hebben als ze gepubliceerd ware geworden, en dat misgun ik ze hartelijk.

Hoe meer ik er over denk, hoe minder gewenscht het mij toeschijnt dat Ge in deze omstandigheden Eduard onder oogen krijgt. Het zou bovennatuurlijke kracht vereischen om kalm te blijven na zooveel teleurstelling. En dat zou de klove ondempbaar maken. Laat dus wat tijd verloopen. Men zal zich zéker bezinnen en voelen dat men dwaalde. Wacht dus in godsnaam, Gij die zoo dikwijls hebt getoond te kúnnen wachten en laat het Uw lijden eenigermate verzachten dat Ge weet hoe eenige weinige welmeenende vrienden in deze iets van Uw leed meêgevoelen.

Lang kan 't in geen geval meer duren voor Eduard iets van zich zal laten hooren. Zijn heen en weer trekken en wie weet welke andere oorzaken kunnen hem belet hebben U uitvoerig te schrijven, wat zijn plicht was. Ik acht dat, als hij weêr in Venetie is en hij al Uwe brieven en telegrammen vindt, hij zich wel onmiddellijk er toe zetten zal U althans opheldering te geven. Dat niet te doen, ware wreed en is dus in hem ondenkbaar. Nogmaals dus: wacht nog eenige dagen; de zaken zullen zich zeker schikken.

Ik heb er lang over gedacht om Eduard een brief te zenden; maar durf niet zonder Uw toestemming, omdat ik zoo'n angst heb dat hij 1e misschien ziek van droefheid over den dood zijner moeder en 2e misleid door in zijn oog hartelijk welmeenende vrienden, allicht ook de bedoeling van mijn schrijven zou miskennen en boos worden. Menschen in zijn toestand zijn zoo prikkelbaar. Toch durf ik, als Gij 't mij toestaat, een aanval op zijn hart te wagen en ik beloof U in dat geval zeér omzichtig te zullen zijn. Mag ik 't doen, schrijf me dan dadelijk.

Inmiddels hartelijk met Mimi gegroet

tt

G L f

Blad 12 waarvoor ik 't correctielijstje ontving ontving ik nog niet. Krijg ik 't blad niet met de volgende post, dan laat ik een nieuwe proef trekken, omdat ze dan waarschijnlijk verloren ging.