Multatuli.online

13 september 1874

Brief van Multatuli aan C. Vosmaer. Enkel velletje postpapier, aan éen kant beschreven. (M.M.)

De autograaf heeft denkelijk bestaan uit twee dubbele velletjes postpapier, waarvan alleen de oneven bladzijden beschreven waren, de laatste misschien slechts ten dele. Van de autograaf is enkel de tweede helft van het eerste dubbele velletje bewaard gebleven, dus blz. 3 (beschreven) en blz. 4 (blanco). Onderaan staat als een tussenzin, of als een soort postscriptum de opmerking over de kinderen. Het eerste woord daarvan (Wat of Welk) moet hebben gestaan op de blanco blz. 2, links van de vouw, en is dan ook bij het afscheuren verdwenen.

De tekst is afgedrukt overeenkomstig Brieven IX, blz. 325-327; Brieven WB IX, blz. 225-226; het middengedeelte van was dan ook tot en met moet, en dus en de ‘tussenzin’ volgen uiteraard het handschrift.

Wiesbaden 13 Sept. '74.

Beste Vos! Ik kreeg van middag de hartverscheurende telegram dat Tine overleden is. Ik wist niet van haar ziekte. Haar laatste brief was van den vierden dezer en toen was ze nog wel.

Eduard telegrafeert: ‘Moeder dood, zend geld.’ Ik kon maar f 20 zenden, want ik had niet meer. Natuurlyk schryf ik aan Funke, maar daar ik m'n achterstand nog niet geheel heb bygewerkt, weet ik niet wat hy doen zal. En er is haast. Bedenk, die twee kinderen by 't lyk hunner moeder, en verlegen om 't noodige in die positie! God bewaar me dat ik uw lieve vriendschap wil gebruiken als melkkoe, maar in dit geval moet ik uw hulp vragen. Daar ze achterstallig waren, zal er betrekkelyk veel noodig zyn, doch m'n bedoeling is niet dat gy zoudt helpen met 'n belangryke som. Daarvoor moet ik raad schaffen, en dit zal ik wel, want ik moet m'n smart verbyten en kopie leveren. Dit was dan ook reeds sedert eenigen tyd aan den gang (al werkte ik slecht!) Welnu, ik zal voortgaan en alles bywerken.

Of ik raad schaf om naar Italie te gaan, zooals in de rede liggen zou, weet ik niet. Geld zonder my, is beter dan ik zonder geld. Zóóveel dat ik m'n reis heen-en-terug betalen kan, dáár vertoeven, den achterstand aanzuiveren, en dan Nonnie meenemen, kan ik in geen geval terstond byeenbrengen.

Hoe ik dus doen zal weet ik niet. Gelyk ik zeide, zond ik voorloopig de f20 die ik had. Myn verzoek aan u is nu, om ook 'n kleinigheid te zenden. Ik zal werken als 'n neger, en 't u spoedig terug geven. 't Is maar dat de kinderen iets in handen krygen. Ik verzocht dit ook aan Mina Kr. (d.i. Mimi schreef haar.)

(Wat) 'n nacht nu voor die kinderen!

't Spreekt van zelf dat ik Nonni halen moet, en dus te-gelykertyd dáár alles afdoen. Wat daarvoor noodig is moet ik door snel werken verdienen. Ik was aan den gang! En nu die slag! Non is 17 jaar. Ik kan haar niet daarlaten.

O, die arme Tine! En nu die Non! Eduard kan zich redden. Zyn adres is Edward D. Dekker Esq. care of Mess. S. & A. Blumenthal & Co., Bankers Venice.’

Meen niet dat ik u verzoek een groote som te zenden. Alle beetjes helpen.

Ge kunt niet weten hoe zwaar my deze slag treft. Adieu beste kerel.

Uw vriend,

D.D.

Zoodra mogelyk zal ik of M. u schryven wat ik gedaan heb. Als ik 't noodige had voor reis en uitgaaf dáár, ging ik natuurlyk zelf. Maar nu? Ik heb nog niet kunnen telegrafeeren wat ik doen zal, en zeker wachten ze op telegram! Dit is zeer pynlyk.