Multatuli.online

Lijst van brieven op datum

17 december 1871

van

Multatuli

aan

S.E.W. Roorda van Eysinga (bio)

 

Volledige Werken. Deel 14. Brieven en dokumenten uit de jaren 1870-1871 (1982)

terug naar lijst

*17 december 1871

Brief van Multatuli aan S.E.W. Roorda van Eysinga. (RvE, blz. 81-85). kibbelary in de javabode: zie de artikelen d.d. 13-14 februari of 2-3 maart. de wensch van Archimedes: de legendarische uitspraak van de grootste griekse wiskundige (287-212 v.C.): ‘Geef mij een vast punt en ik zal de aarde bewegen.’

impudent: onbeschaamd, bar (fr.).

Constantyn: schuilnaam van Mevrouw Van der Does-Scheltema, de schrijfster van de novelle Hilda; zie de brief van Roorda van Esyinga d.d. 16 september.

coutumier du fait: gewoonte-speler.

Wiesbaden 17 December 1871.

Beste Roorda! Grooten dank voor ‘Hilda’, waarover ik u afzonderlyk schryven zal.

Gy zult wel denken dat alles by my in een put valt. Ik heb uwen brief van 14 Nov. nog niet eens beantwoord, en in al de vorigen is nog zooveel dat antwoord of althans weerklank verdiende. Dat gaat zóó. Uw brieven zyn my zeer lief, en juist omdat ik my dan telkens voorneem u veel te antwoorden, maak ik geen gebruik van een oogenblikje. Stipt gezegd is dan myn zwygen een bewys van belangstelling. Er is zooveel waarvoor ik u nog danken moet. De toezending van die kibbelary in de javabode. En uw voor my zoo hartelyk stuk over Feringa's boek. (Uw boekje over den stryd met Sloet Droogstoppel & Co. bevalt my niet. Maar laat ons daarover niet stryden. Myn hoofdaanmerking is dat ge uwe zaak op een lager terrein brengt dan ik ze hebben wou. Ik wou 't wel supprimeren. Telkens denk ik: wat moet 'n hollandsche lezer een hoog idee van zoo'n Dorrepaal krygen! Dat nu juist hierin de kwaal ligt dat zoo'n épicier indedaad invloed had, is waar. Maar ik ben beschaamd over die waarheid. Het geeft poids aan die soort van volk. Ik ben zeker dat Dorrepaal niet ontevreden is met uwe brochure. Hy wordt er in tentoongesteld, zegt ge? Ja, als 'n man van gewicht. Dát zal hem streelen. 't Schynt dat ik meer hekel heb aan particuliere rykworders en meepraters dan gy. Meen toch in godsnaam niet dat de morele smet dien gy op hem werpt, hem benadeelt. Dit is noch 't geval in z'n eigen oog, noch in dat van den lezer. De hoofdindruk is en blyft: sakkerloot, wat is zoo'n landhuurder, zoo'n particuliere industrieel een Piet! Hy kan de menschen doen verbannen!)

Kyk, nu schryf ik er toch over.

‘Domheid en bekrompenheid niet hetzelfde?’ Precies! Nog weet ik niets van Plettenbergs Courant. Het schynt dat hy er niet gaarne voor uitkomt. Dat ge met hem sprekende geen voortgang kondet bewerken, begryp ik. Ook ik had dikwyls eenige moeite met hem. Hy schynt in voorzichtighedens te doen. Dat is eene petite qualité die vaak de grootere uitsluit. Ik heb evenwel redenen om Plet voor een eerlyk man te houden.

Komiek, ik denk daar onwillekeurig aan d'Ablaing v. G. (Meyer) die in liberalismus doet, niet waar? Welnu, ik heb van dien liberaal een brief in handen waarin hy aan den besten goeden Nahuys (den vertaler van Havelaar) een soort van broederschap opdringt wegens gelykheid van ras. (Nahuys is baron of zoo iets). Wy, edellieden, begrypen elkaer! En die rasverwantschap moet strekken om Nahuys van my aftetrekken. Ook gaf die d'Ablaing aan velen te kennen dat hy eigenlyk de man was die de Ideën schreef, of althans in de pen gaf. Allons-donc! Maar basta, ik verval in de fout die ik u jegens dien vent van Samarang verwyt. Dit verzeker ik u, als ik wat te zeggen kreeg, hoop ik bar te kunnen wezen voor zulke êtres. Als ik keizer was, zou ik in m'n kabinet een écriteau hangen: Weet te weigeren! Dat toegeven in 't laf genoegen iemand plezier te doen, is 'n ware uitspatting. De natuur is ongevoelig, en haar moeten wy tot voorbeeld nemen. In brute wreedheid is de afwyking van 't ware minder groot dan in sensiblerie.

Als ik keizer was! Ge kent den wensch van Archimedes. Ja, ja, dat ééne punt!

Dat het ‘Vaderland’ u heeft afgewezen is... vaderlandsch. Het verwondert my niet. Niet omdat ik juist dat blad ken, maar omdat het een blad is. Abonnenten is hoofdzaak. Die heele kranten-uitgevery is eene gemeene industrie.

By 't nalezen van uwen brief 14 Nov. meen ik my nu te herinneren dat ik toch reeds op een en ander geantwoord had. Och, maar daarin zit het hem niet. Ook ik zou u gaarne eens spreken. Maar niet een uur. Neen, een paar weken.

Een voorstel! Zou uwe gezondheid het toelaten - 't is zoo koud - eens hier te komen? Maar s.v.p. niet korter dan 8 dagen. Ik kan my niet uiten in een uur, vooral niet in een bepaald uur. En nu de kosten. Heb je net precies geld genoeg voor de reis? Dat is niet veel. En hebt ge 't niet, en was dat het eenige bezwaar, dan zal ik trachten het u te zenden. Hier zult gy niets noodig hebben. Ik wacht eenig geld van Funke. Sakkerloot, dat is een goed idee. Als de kou u niet weerhoudt, doe 't dan. Ik ben zeker dat ge u uw reis niet beklagen zult. Ja, daar ben ik zeker van. Ik zal u hartelyke confidences doen.

Waarom ik niet by u kom? Wel, omdat ik in Brussel schulden heb die my vreeselyk drukken.

Nu heb ik geen lust u over iets anders te schryven. Dus antwoord zeer spoedig. 't Kon zyn dat anders het verwachte geld van Funke op was. Als ik nu maar wist of uw gezondheid het reizen toelaat. Ik ben impudent wél.

Myn vriendelyke groet aan uw gezin, en aan Constantyn dien een pedant stuk over Hilda te wachten staat. Wilt gy de quintessens van myn oordeel weten ('t werd je niet gevraagd, zult ge zeggen) nu ongevraagd dan: ‘Hilda’ is zoo schoon, dat het verdiende beter geschreven te zyn. - Precies 't omgekeerde van Lidewyde die zoo leelyk is dat het jammer is van de goeie bladzyden.

Nu, zonder paradoksen, ‘Hilda’ is een stuk van groote waarde als conceptie. Maar juist daarom is 't jammer dat sommige byzaken niet op de hoogte zyn van 't geheel. Gy deelt my de woorden mee van Vissering: gebreken in de techniek (ja!) maar de schaal sloeg over door klemmend dramatisch effect. (Dit is niet genoeg gezegd). Er is meer in dan dat. Nu dit alles bewaar ik voor 't pedante stuk. Kom maar hier. Ik zal een kamer voor je hebben, eten, drinken, sigaren, en zelfs als je voor N.-jaar komt - want dan houdt de bank op - f 3 duitsch courant om te verspelen of om prachtige Nieuwjaarsgeschenken voor je kinderen te winnen. Denk niet dat ik speel... ik deed het wel, maar coutumier du fait ben ik niet. Ook kan ik te goed rekenen om te winnen. Daartoe moet men stommer zyn dan gy en ik. Soit! Ik zal je dat alles vertellen als je hier komt. Gut, doe het! Hartelyk gegroet. Zorg dat ik van je komst onderricht ben, dan haal ik je af van de spoor. 't Zal heel nuttig zyn dat we elkaar eens spreken.

Dek.