Multatuli.online

Lijst van brieven op datum

12 januari 1871

van

Multatuli

aan

H.H. Huisman (bio)

 

Volledige Werken. Deel 14. Brieven en dokumenten uit de jaren 1870-1871 (1982)

terug naar lijst

12 januari 1871

Brief van Multatuli aan H.H. Huisman. Twee enkele blaadjes postpapier, dubbel gevouwen en tot en met blz. 5 beschreven. (U.B. Leiden; fotokopie M.M.)

Het papier is aanvankelijk bedoeld geweest voor Multatuli's antwoord aan de Oud-officier, getuige op de keerzijde de woorden: Aan de Redactie der N. Rotterdamsche Courant Rotterdam.

Wiesbaden 12 Januari 1871

beste Huisman, Als 't u schikt, schryf dan (in de toekomst) een korte vraag of die Oud-officier die my in de R Courant van den 2 van onwaarheid beticht, in zyn regt is? Gy Sentot, verlangt dit te weten. Tot nog toe hebt gy opgemerkt dat ieder zich heel voorzigtig onthield my een dementi te geven, en 't zou u dus bedroeven nu te ontwaren dat ik gelogen en dus in dit geval gelasterd had? In den naam der billykheid die men ook D v. T. schuldig is sommeert gy my om op de aanklagt van dien Oud-officier te antwoorden, om Uw vertrouwen in my niet te verliezen. &c &c’-

Is dat niet royaal gesproken? Hoe meer publiciteit hoe beter!

(onder ons: ik heb de zuivere waarheid gezegd En myn antwoord aan dien Oud-off. is al onder weg.)

Ik dank U alweer voor 't toezenden van die Courant. Zonder U had ik van die beschuldiging niets geweten en ik stond daar als een leugenaar.-

Maar, als 't U schikt en als ge dan myn antwoord zult gelezen hebben, kom er dan op terug, en maak de opmerking dat ieder die my aanvalt beschaamd moet afdruipen, omdat ik toch wel beschouwd de waarheid aan myn zy schyn te hebben.

En nog iets:

Die O. off. sprak over feiten. Ik antwoord hem fatsoenlyk en zakelyk.

De rotterdammer praat over byzaken, en maakt my verdacht (verkocht aan behoud) en ik antwoord forsch.

Forsch doelt op 't gezegde: ik zal bescheiden worden als ik een Rott. Courant word.

Göthe namelyk heeft gezegd: alleen smeerlappen zyn bescheiden. (Ik zond drie afschriften van myn antwoord naar Holland. Maar die uitval over bescheidenheid staat maar in één. Ik weet niet óf en waar ze 't plaatsen)

Hartelyk gegroet

tav

Douwes Dekker

't Is geen kleinigheid voor een leugenaar uitgemaakt te worden! Wat dacht gy wel? Dat ik loog? Ja, zeg byv in de Toekomst dat velen in my een voorganger zien in den stryd tegen leugen en dat zy dus regt hebben te weten of ik nu zelf aan 't liegen ben gegaan.

Gy doet deze vraag omdat het juist nu de eerste maal is - sedert ik optrad in 't publiek - dat ik van eene onwaarheid word beschuldigd. 't Is toch zonderling dat ik nu voor't eerst zóó word aangevallen. (De reden is doodeenvoudig dat ik geen leugens zeg. Ze kunnen me niet aanvallen. De Oud-offic. is in de war.)

Over bladen-historie en Commissie later. geen tyd nu