Multatuli.online

Lijst van brieven op datum

2 juni 1870

van

Multatuli

aan

Mimi Douwes Dekker (bio)

 

Volledige Werken. Deel 14. Brieven en dokumenten uit de jaren 1870-1871 (1982)

terug naar lijst

*2 juni 1870

Brief van Multatuli aan Mimi. (Brieven IX, blz. 14; Brieven WB IX, blz. 16.)

Het middengedeelte van deze brief is door Mimi weggelaten met de volgende verklaring: Hier volgt een relaas van een onaangename ontmoeting met de hotelhouder, dat niet te begrypen is zonder alle kleinigheden van den toestand te kennen. Daarom gesupprimeerd.

Mainz, 2 Juni, donderdag avend.

Lieve mies, Ik veronderstel dat je myn telegram hebt dat ik zooeven bezorgde. Ja, 't is erg! Is 't niet of er een hel tegen my samenspant? Ik schreef je gister tweemaal. Heb je die? Met die van Tine in den laatsten?

Ik had van morgen redelyk gewerkt. Redelyk zeg ik omdat ik zeer veel moeite had om dat vertrek uit m'n hoofd te zetten. 't Idee dat ze hier in Mainz waren geweest was me vreeselyk!

Met bovenmenschelyke inspanning had ik my vermand, en al ging 't niet vlug het ging toch, en ik was bly omdat ik zoo voortgaande hoopte eindelyk een heel vel per dag te schryven.

Toen ik naar beneden ging, 5 uur...

Ik dacht aan wegloopen, en dat was eerst myn plan. Maar het zou niet goed zyn, want misschien ben ik hier, in Hessen, juist veiliger voor dien man te Frankfort dan waar ik ook ga. Bovendien waar zal ik dan een plekje vinden om te werken, want als ik aan het dwalen kom is 't erg.

En de brieven die ik hier wacht? Je begrypt dat ik geen adres aan de post zou kunnen opgeven!

Kortom het best is dat ik tracht hem te betalen. Maar hoe?

Als ik kán blyven doorwerken is 't gauw in orde, en juist daarom wou ik niet gaan dwalen. Maar 't heeft veel in, in zulke omstandigheden, dat begryp je. Als ik weer aan 't zwerven kom voer ik zeker niets uit. En daar ik vandaag het vertrek van Tine en de kinderen heb overmand, en toch wat heb uitgevoerd, zal ik dan ook probeeren hier binnen myn kamertje te doen of my niets deert.

wat later.

Ik heb zoo even kopy aan Tersteeg gezonden. My dunkt dat hy nu met het vorige wel drie vel heeft.

Maar de zaak is dat ik niet weet of m'n kopy hem voor z'n tydschrift convenieert. Dat is nu zeer noodlottig. Ik zond hem wat af is en schreef: als je 't kunt gebruiken zend dan omgaande geld, zoo neen, geef dan alles aan van Helden die je je f 40 zal teruggeven.

In dit laatste geval heb ik niets te wachten.

Hoe 't zy, als ik elken dag werk, en dat zal ik probeeren, komt alles teregt.

't Is nu acht uur, ik moet absoluut wat in de lucht. Als ik gewandeld heb zal ik probeeren nog wat te werken.