Multatuli.online

*30 maart 1868

Brief van Multatuli aan F.C. Donders. (Utrechts Universiteitsmuseum, inv. nr. Do. 02.)

den Haag 30 Maart 1868

Hooggeleerden Heer

Profr Donders

Utrecht

Hooggeleerde Heer!

Indien ik gisterenavond geweten had, dat U Hooggeleerde zich onder mijne toehoorders bevond - hetgeen ik eerst later in de Studentensocieteit te weten kwam - waarlijk, ik zoude om de eer verzocht hebben, mij aan U Hooggeleerde te mogen voorstellen. En - ik wilde dit gaarne nog doen! Ik was verdrietig, dat ik het te laat vernam. Met wat meer oplettendheid hadde ik het kunnen weten, want ik kende Uw portret zeer goed. Waarom ook zeiden die jongelui het mij niet? Zeker dachten zij dat ik het wist.

Oók daarom, wenschte ik gaarne Utrecht nog eens te bezoeken. Toen ik er over sprak, mijne voordragt van gisterenavond te herhalen voor een minder afgesloten auditorium (met dames, bijvoorbeeld) en naar de opinie vraagde van dezen en genen, gaf mijn mij den raad mij te wenden tot U Hooggeleerde, en ik ben zo vrij dat bij dezen te doen.

Zoude U denken, dat het de moeite waard is, - en hoe moet ik het aanleggen om geen échec te lijden? Indien U Hooggeleerde denkt, dat het succès hebben zoude, ben ik zeker van den uitslag. (Le faitest, dat ik het zeer noodig heb, doch dit is geen reden het te doen, indien het U overigens ongeraden voorkomt.)

Indien iemand van Uwen Naam en van Uw gezag het steunt, zoude eene lezing bij inschrijving (of ook zonder) zeker gelukken. Indien er dames komen, rond ik een paar scherpten een beetje af. Behalve nu de hoofdzaak - de noodzakelijkheid namelijk, om voor geld voordragten te houden, hetgeen treurig genoeg is, - zoude mij Uwe hulp de hoogstvereerende zekerheid geven, dat het voorgedragene U niet al te zeer misvallen heeft, hetgeen mij eene zeer aangename voldoening wezen zoude.

Ingeval mijn verzoek om Uw intermediair niet te vrijpostig is, laat ik de bepaling van den dag geheel aan U hooggeleerde over, - wat mij betreft hoe eer hoe liever.

Na zeer beleefde groete, en onder betuiging mijner bijzondere hoogachting, heb ik de eer te zijn,

Hooggeleerde Heer,

Uw hooggeleerde Dienstwillige Dienaar

Douwes Dekker

(hôtel Toelast.)