Multatuli.online

27 december 1868

Brief van Multatuli aan J. Houwink. Twee dubbele velletjes postpapier, geheel beschreven. (M.M.)

genootschap van arme lieden: kennelijk de vereniging De Dageraad. pretentie voor eten: Multatuli's schulden bij de restaurateur Weyer in de Kalverstraat.

Het drukt zoo op den duur: zie V.W. II, blz. 110 en 111; de tekst is blijkens enkele verschillen uit het hoofd geciteerd.

Idee zooveel: bedoeld is Idee 464; zie V.W. III, blz. 224.

den Haag 27 December 1868

Beste Houwink, Eergister middag ben ik pr harlinger boot te Amsterdam aangekomen en gister hier, waar ik voorloopig weer in den Toelast ben afgestapt, omdat ik toch ergens wezen moest. Ik hoop niet weer vast te vriezen. Nu heb ik U veel en weinig te schryven, maar ik heb over 't geheel veel te doen. Er ligt een heel zoodje werk op my te wachten, en ik moet ook daarom vooral zuinig op myn tyd wezen wyl ik ben uitgenoodigd


te Arnhem (dit weet ge al)
te Zaandam
& te Maastricht.

Dan heb ik eene gratis-lezing te Amsterdam toegezegd (in een genootschap van arme lieden) en ook ben ik uitgenoodigd (door een industriëel - de heer J.P. Sterk te Arnhem) om te Deventer en in vele andere plaatsen van Gelderland en Overyssel te spreken. Maar daarop heb ik nog niet geantwoord.

Mijn tweestryd is moeielyk. Ik heb behoefte aan een maand rust om ongestoord te werken, en dat kan niet wyl ik dan hier zoude vastvriezen. (Na in Amsterdam een en ander te hebben betaald wat haast had, ben ik met f11. in myn zak hier aangekomen. Onder de postjes die ik geheel of half afdeed, was n.B. de helft eener pretentie voor eten dat voor drie jaar aan myn vrouw en kinderen was verstrekt voor hun vertrek naar Italië! Ga nu eens na hoe my zulke dingen drukten! En er zyn nog meer dergelyke.

Indien ik dus nu op myn lauweren ga rusten ben ik over 3 maanden even belemmerd als toen ik van den zomer myn verdrietigen brief aan Bokma schreef. Daarvoor moet ik dus zorgen. Maar om er voor te zorgen ben ik verpligt byna voortdurend lezingen te houden, hetgeen me uitput. (niet de lezingen zelf, maar wat er by hoort, namelyk praten, kennismaken, reizen &c) -

Doch er is nog iets dat me op 't oogenblik hindert, en iets van zonderlingen aard. (Zonderling als hindernis, want oppervlakkig is 't een voordeel.) Ik kan op 't oogenblik, als ik wil, disponeren over f5000. maar... maar... ik geloof niet te mogen willen, en ik heb reeds zoo goed als geweigerd.

Vóór ik daarover meer schryf (want het is omslagtig om goed begrepen te worden) zal ik nog eerst een en ander afwachten. Denk niet dat ik geheimzinnighedens zoek. Integendeel die staan me tegen, maar de zaak is indedaad ingewikkeld. Kort gezegd komt het hier op neer. Het is eene dames zaak. Als nu myn vrouw terstond komen kon, zoude ik om rust te hebben tot werken, aannemen. Maar nu is 't te voorzien, dat myne vrouw eerst zou kunnen komen als 't hier wat zomert, d.i. over 5 maanden) en daarom zal ik moeten weigeren. Jammer is 't! Men had reeds gedeeltelyk meubels. Men zocht reeds naar een huis, ja - als ik gewild, had, zoude ik van Friesland terug keerende het hebben kunnen betrekken. Herinnert ge U dat ik den laatsten dag te Sneek zeide ‘ik heb tyding ontvangen die my niet bevalt.’ Nu, dat waren brieven die my deden besluiten niet aantenemen.

Meer kan ik thans over die zaak niet zeggen. t Is te uitvoerig en te fyn. Er zyn zaken die goed moeten verteld worden of in 't geheel niet. Maar helemaal zwygen tegenover U, was my toch drukkend.

Geheimen van my zelf heb ik eigenlyk nooit. Zie myn Havelaar, die onbescheiden is van openheid. Maar myn leven is zeer vol, en gedurig zyn er anderen in betrokken, Dit gêneert my nu en dan.-

Myn keel is veel beter. Ik wil er niets aan doen.-

Ge vraagt wat: naar Franeker en Harlingen. De heeren Guldenarm en Merckelbach waren allerliefst. Wat de publieken aangaat, och wat zal ik zeggen. Ik weet het waarachtig niet. Stilte onder 't spreken, applaudisseren daarna - myne vrouw zou zeggen: beste Dek, wat geeft het! -

In myn van Harlingen verzonden haastig briefje stond: zie inliggend billet. En dat billet zelf vergat ik in te sluiten. Nu, 't was een strooibriefje dat ik by 't vertrek van Franeker in de station vond. Net als ik na Arum vreesde: 75 centen! Ik beken dat ik verdrietig was, en gaf dat ook aan den heer Guldenarm te kennen die mij zeide dat dit Franeker styl was. Ik zeide dat ik met Franeker styl niets te maken had, en moet bekennen er aan gedacht te hebben de ontvangen f45. - weêr aan de Joodsche armen te geven. Maar ik heb berust, want indedaad ik heb 't noodig, Nu moet ge weten dat ik niet eens wist dat de heele Franeker sympathie slechts f45. - bedroeg, want ik had het my ter hand gestelde couvert niet eens geopend.-

Moeielyk zal 't my altyd blyven over zulke zaken myne mening met juistheid te formuleren. De vrees om hebzuchtig te schynen, belemmert my, vooral tegenover menschen die niet schynen te kunnen lezen. Dit bemerkte ik dan ook overal, dat men den Havelaar vlugtig - en de rest in 't geheel niet gelezen had. Er waren er die my vraagden òf ik in Indië geweest was? Wat daar myne betrekking was? Waarom ik ontslagen was? En of ik nu een goed pensioen had? Van dezulken verwondert het my dat ze nog 75 ct uitgeven! Voor hen vind ik dat één cent al te veel moest zyn.

Maar de anderen! Zy die iets meer van my konden weten! En dan die brutale welvarendheid! En dat eeuwige wyndrinken! Heb ik dan geleden wat ik leed, ten behoeve van kasteleins? Is 't niet bitter? Lees eens de kruissprook in de Minnebrieven! Daar staat het hoe men zich een pretje maakt van den kruisgang - maar zelf al klaagt men over vermoeienis omdat men een kind op den schouder heeft.

Niet dat ik nu myne lezingen (op zich zelf) met een kruisgang vergelyk. (dikwyls is 't my een waar genoegen zooals te Sneek en te Gor-redyk) maar dat myn heele leven nà Lebak op zoo'n kruisgang gelykt, is waar, en als ik dan denk aan:


‘het drukt zoo op den duur, al schynt het ligt in 't eerst’

aan: ‘hy is taai, 'k ben zeker dat hy spreken zal aan 't kruis


Dat praten dan de kind'ren spelend na
En maken vrolyk spel van wat hy zeide
Dat beurt wat op in deze slechte tyden

&c &c &c -

Zie, dàn word ik bitter om de Franeker 75 centen.-

Hebzucht? Ik heb immers alles weg gegeven! - Och, t is een misselyk onderwerp.-

In de Toelast ben ik allerprettigst ontvangen door huisheer, familie, kellners en meiden. Ik moet zeggen zeer hartelyk. Oppervlakkig zou men kunnen zeggen dat is omdat ze (door myn betalen gedurende den laatsten tyd) geld aan my verdiend hebben, maar dit is niet zoo. 1o. Is die man zeer wel varend en geen vrek. 2o Was men altyd vriendelyk, ook toen ik maanden lang, niet betaalde. Neen de reden is nu voornamelyk deze, dat men hem gedurig tegen my trachtte op te zetten en opstookte om my op straat te zetten. Ik wist dit (en vandaar myn verdrietig schryven aan Bokma van den zomer). Bedenk dus hoe gedrukt ik was en hoe dit maanden lang myn gedachten belemmerde. De brokken stikten my in de keel aan tafel, en ik kon niet weg! Nu heeft die man tegen allen volgehouden dat hy me wel vertrouwde. (zelfs hoor ik dat er in kroegen en societeiten weddingschappen gedaan zyn! (Fyn, nietwaar? Zie alweer Schmoel in de kruissprook!) t Is nu een groote voldoening voor hem dat hy goed gezien had, en ik ben zeker dat hy er op bluft onder zyn kennissen. Het was dan ook daarom dat ik, met verwaarlozing zelfs van myne vrouw, gedurig geld naar de Toelast zond. Die put moest eerst gedempt worden, en ik heb daar nu veel satisfactie van. Ook zal ik zorgen dat het niet weer gebeurt. Maar (gelyk ik reeds schreef) dat is nu weer daarom jammer, wyl ik zeer spoedig weer op reis moet, en moeite zal hebben om kalm te studeren, om de goederen in myn magazyn weer te regt te zetten. (Zie daarover Idee zooveel, waarin over Aristoteles en kleinen max wordt gesproken). Ik ben nu nog niet zoover dat ik zelf myn schryven bezit, en kan dus 't nummer niet opgeven.

Dit doet my denken aan eene bestelling die Bokma dezer dagen uit den Haag zal ontvangen. Ik schryf daarover omdat hy denken zoude dat het voor my is. Dat is zoo niet. Iemand dien ik de Sneeker Courant lezen liet, zag de annonce. Ik sprak over het zwygen en niet voor 't venster leggen van myn werken. ‘Nu zeide hy, dan zal ik al uw werken van Sneek laten komen, dat beetje vracht komt er niet op aan.’ Dat was... myn logementhouder! (Hy leest anders nooit, moet ge weten.) Toen ik hem zeide dat Bokma dan denken zoude dat het voor my was, en dat ik een omweg koos om niet niet te betalen, zeide hy: dan zal ik 't laten komen op naam van een ander. (gryseels, geloof ik, een vriend van hem) Nu dat 's zyn zaak. Bokma kan gerust afleveren, het geld is goed.

te Harlingen was de stemming nogal goed, geloof ik, en de familie M. zeer hartelyk. Nu, dat was Guldenarm ook. (Hy is een aangenaam en geestig mensch.) Ook de dames waren zeer prettig. De opbrengst te Harlingen was f70. Eigenlyk verveelt het me die dingen te schryven, maar anders is 't of ik wat achterhoud.

Straks zal ik die koperen veer (de Engelschen noemen 't letterclip inpakken en verzenden. Als gy de goedheid hebt gehad dat ding te laten bevestigen op het glas, zend het dan SVP. niet voor ik weet waar ik beland. Het is zwaar en kost veel van heen en weer reizen. Het carton waarop 't thans bevestigd is deugt niets. Het ligt niet plat en is niet egaal genoeg. Ook is 't te ligt, en verschuift. Ik stel my van Uw glas fraaie dingen voor, en hoop er veel op te schryven, en als ik merk dat ik doodga zal ik 't U laten erven. Maar - komiek - ik geloof niet dat dit spoedig wezen zal, want ik ben zeer wel, en voel me zoo gezond als voor 30 jaar. Op de boot heb ik me nat laten regenen, om weer eens een proef te nemen, en myn keel is waarlyk veel beter. Ik durf zulke dingen niet aanraden aan een ander, maar ik weet dat ik er tegen kan. Myn akelig uitzien bedriegt alle menschen, en 't hindert me altyd dat men my voor zwak aanziet, net of ik coquetteren wil met lyden. 't Is een soort van valsheid die ik toch niet helpen kan. Ik ben alleen teêr in stemming. Dàt is een zwak punt van me, maar physiek volstrekt niet.

Ofschoon deze brief, al pratende, langer is geworden dan ik dacht, is 't toch maar een praatbrief, hoor! en niet over zaken. Dat breng ik in verband o.a. met de stukken van de heeren Joustra & ten Cate, met myn terugkomen in Friesland, met het organiseren van eene groote verandering.

Ik overyl me nooit, en wil den goeden geest die in 't Noorden heerscht niet misbruiken voor een onbekookt plan. Wat ik voorstel moet op pooten staan en een punt van uitgang zyn tot flinke dingen. Doch nu iets anders. Voorloopig reeds beschouw ik Sneek als myn hoofdkwartier d.h. niet om te wonen (O neen! liever Marken of Urk) maar als 't centraal punt in geestelyken zin (‘beginnende van Jerusalem af’). Zeg me nu eens of ik regt heb te rekenen op de H.H.

Bokma
Fennema
Joustra
ten Cate
Troost
Kingma
en wien nog meer?

Als proefsteen verzoek ik U my precies optegeven wien gy dezen brief laat lezen. Lees hem met het oog dáárop nog eens na, Er is vertrouwelykheid in, niet waar? Welnu, ik wil weten wien gy ten uwent geschikt oordeelt die vertrouwelykheid te ontvangen. Dan weet ik genoeg.

Indien ik nu zeg dat ik alsdan op hen die gy uitkiest reken, bedoel ik daarmede natuurlyk niet een indelicaat gebruik maken van beurs &c. Neen! Eene zaak die - in zekeren zin - algemeene offers eischt, deugt niet. Martelary kàn noodig zyn, maar moet uitzondering blyven. Indien ieder zich liet kruisigen kwam er hout te kort. Dat Schaffelaar van den toren sprong, was goed. Maar als hy gevorderd had dat allen 't doen zouden, stond het gelyk met overgeven.

Nu, van zoo iets is geen kwestie. Indien er financiele dingen by komen, zal 't altyd zeer secondair zyn, en ik hoop het geheel te vermyden, althans wanneer 't zou neerkomen op geven. Het is al zeer veel dat ik hoogstwaarschynlyk, door Friesland in staat zal gesteld worden om practisch myzelf te helpen, en meer hoeft ook niet.

Myn vraag op wien ik rekenen kan, betreft dus den zedelyken kant der zaak.

Zeg eens, wat was het ook weer, waaraan ik denken zoude? U iets te zenden, geloof ik. Of was dat de letterclip?

Ik zeide nog: dàt zal ik niet vergeten, en toch weet ik nu niet wat het was.

Zyt gy zoo goed geweest aan Bokma die f4. - (en eenige stuivers vracht) te betalen, voor den Havelaar naar Gorredyk? Bokma zou er misschien niet om vragen. Schiet het maar voor; uit de kas van 't Sneeker commite der opterigten derde party, - een kas die tegen alle economische regelen met een deficit opent. Nu, dàt komt in orde.

Zal Bokma toch goed zorgen altyd alles van my in voorraad te hebben? Ik wou zoo graag dat hy in groote partyen bestelde (als zyn crediet het toelaat) om buitengewone premien te bedingen. Ik wil doorloopend aansprakelyk zyn voor alle ‘winkeldochters’ tot f1000. toe. Dit is serieus. Laat hem er zeer meê aan den weg timmeren, om 't doodzwygen tegentegaan. Zie eens, die eene advertentie gaf nu hier in den Haag al aanleiding om alles te bestellen. Dat zal meer gebeuren. Ik verzeker het hem. Want ook hier strooit men uit, dat er niets van my te krygen is. Ja, ik wou dat hy 't in het Handelsblad zette! ‘Ontwarende dat men rondstrooit &c...’ Dan waren anderen genoodzaakt het ook te hebben

Heel hartelyk gegroet, en Uw beste lieve vrouw niet minder. Zoodra ik weerkom verzoek ik gehakt. Maar dat is een zaak die erg nauw luistert. De verhouding is, als ik my wel herinner:

763 deelen ossenvleesch
217 deelen varkensvleesch
20 deelen spek
_____
1000

Maar - als 't anders is, neem ik 't ook in dank aan. Dag lieve beste menschen.

myn adres is voorloopig Toelast.