Multatuli.online

3 januari 1868

Brief van Multatuli aan Cd. Busken Huet. Twee dubbele velletjes postpapier, tot en met blz. 6 beschreven, en als vouwbrief verzonden. (M.M.) Op blz. 8 het adres: Monsieur C. Busken Huet Bloemendaal Harlem Holland.

Op blz. 7 een aantekening in inkt van Huet: Expédié de Harlem jeudi soir billet vingt-cinq.

R.: Rochussen.

allêcheert: verleidt, verlokt; fr. allécher.

uit Maastricht: van Multatuli's vriend uit Indië J.J.A. de Chateleux.

Keulen 3 January 1868

S avends

Waarde Heer Huet, Ik schreef u oudejaarsavend, om u te verzoeken my de f 25. van ½ January voorteschieten, en bekwam geen antwoord. Er is een brief van R. met f200., verzonden 27 Dec weggeraakt. Myn toestand is daardoor vreesselyk. Ik gis dat ook de gevraagde f25. van U, weg zyn. Gy zoudt toch geantwoord hebben! In myn nood over 't uitblyven van de van R. verwachte gelden schreef ik tevens aan v. Helden. Geen antwoord!

En een heden ontv. brief uit Holland is aan den kant met een nagel opengemaakt, en bovendien gescheurd door couvert en één laag papier heen; het opgekrabte △ is blijkbaar opgeligt om er in te zien. Daarin nu was geen geld. Van R. heb ik een infamen brief over die zaak. 't Scheelt eigenlyk niet veel, of hy zegt dat &c. Dàt zegt hy natuurlyk níet, maar zyn toon is zoo. Begryp nu myn toestand. En myn arme vrouw had zoo'n hoop! En ik zelf ook.

Ik heb werk gehad 'snachts een dak te vinden. Den 1n January heb ik door die zaak ¾ van den tyd op straat moeten doorbrengen. Ik had namelyk het verwachtte geld hoognoodig. De afspraak met myn hospes en hospita was gemaakt, myn kamer opgezegd, en zooals zy zeiden: verhuurd. Per gratie ben ik er nog. Dàt zyn de gevolgen van R. 's slordigheid. Wat ik geleden heb is vreesselyk, en nog. Ik heb een kleinigheid geld weten te bekomen, om een paar dagen te rekken. Ik verwachtte dat R., inziende dat ik 't niet helpen kon - och! - Doe my in Godsnaam weten, of en wanneer ge my antwoorddet? en op welk postkantoor (Haarl. of Bloemendaal.) Ik heb die opgaven noodig, om door de coincidentie met den opengekrabden brief en 't wegblyven van v. Helden's antwoord te berekenen, of 't op één waggon, dat is door denzelfden alternerenden ambtenaar gedaan is. Die zamenloop kon licht geven.

Ik ben er kapot van! Dàt aan myne vrouw te schryven is byna moord. Ze rekende de uren uit!

Als ge myn vriend zyt, moogt ge R. niet vriendelyk toespreken of schryven, vóór hy zyn ellendigen brief van gister (later meer daarover) terugtrekt, of bekent dat hy in knorrigheid zich vergistte in toon. 't Is infaam.

Hartelyk gegroet

t.a.v.

Douwes Dekker

Is het U mogelyk, te weten te komen of een brief van Haarl. of Bloemed. behandeld wordt op een Haagschen waggon. Aan de post kan men u dat zeggen. Begryp in godsnaam 't belang dezer zaak om den toon van R.! Het zou meer dan duizenden waard zyn, op het spoor te komen; eerst verdacht ik den besteller hier, maar dat openkrabben moet binnenskamers geschied zyn, en dan ligt de verdenking na, dat het geschied is door den dief die onder myn adres op 27 Dec. f200 vond. Dat allêcheert.

Ik combineer nu:

1) den brief van R. verzonden uit den Haag 27 Dec, met f200.-
2) 't uitblyven van Uw antwoord, op myn brief van 31.
3) Im Im op myn brief aan van Helden van den 30n. Ook hem namelyk, schreef ik, my te helpen daar ik van R. niets hoorde, en verlegen zat, wyl ik er op gerekend had.
4) Dat openkrabben van een brief uit den Haag (zonder geld, en niet van R) dien ik heden ontving.
5) Het GOED ontvangen van 100 franc, die ik uit Maastricht kreeg. (dus geen Hollandsche route!.

Ik schryf zoo omslagtig, om U te bewegen tot juiste en spoedige opgave. Ik heb er 't hoogste belang by, dat die zaak ontdekt wordt. Wat ik er onder lyd, is niet te beschryven. En R!'s toon is infaam! later zal ik 't u precies vertellen. 't Is om te schreien, zooals me die zaak aantast!

Ik wist oudejaarsdag niet, waar ik den volgenden dag slapen zou, en weet niet, of ik U toen 't adres hôtel St Paul opgaf. Zonder te weten of ik daar logeren zou, heb ik dat adres aan de post gegeven, wyl ik hier 1o January smorgens vroeg uit moest. Ofschoon ik nu dank zy de 100 fr. van Maastricht, weer voor hoog geld, by den dag myn kamer terug heb, blyft nu voorloopig 't adres voor brieven: St Paul, doch een telegram moet Breitestrasse 123. geadresseerd worden.

Zoudt ge my willen telegraferen, of, waar, en op welk uur ge my geld gezonden hebt, en hoeveel? Ik vraag dit ook aan V. Helden. Door de Combinatie, zou ik misschien licht krygen, en R. op z'n plaats kunnen zetten. Myn toestand is ellendig door die gemeene historie.

Ik antwoord R. niet terstond. Hy ontvangt morgen ochtend de bewyzen van myn rechercheren by post en policie. Schryft hy daarop niet uit zich zelf anders, dan MOET ik hem ruw antwoorden. Ik wil nog hopen dat hy erkent door knorrigheid, onregtvaardig geweest te zyn. En let wel, èn de fr 100 die ik van Maastricht vroeg, èn de van van Helden gevraagde hulp, waren in 't idee dat ik ze binnen 2 dagen zou kunnen teruggeven! Ik dacht dat R, inziende dat het toch myne schuld niet was, het verlies dragen zou. Hy geeft me nagenoeg te kennen, dat hy niet meer met me te doen wil hebben. Ogod hoe vreesselyk -

En myn vrouw wachtte op hulp! Ik heb den moed niet haar te schryven -

Is 't geen fataliteit!

Antwoord me toch in sHemels naam.