Multatuli.online

Waarschijnlijk 17 of 18 juli 1863

Brief van Multatuli aan Mimi. Dubbel velletje postpapier, waarvan twee bladzijden beschreven. (M.M.)

Blijkens de inhoud hangt deze brief nauw samen met die van 15 juli, vandaar de datering.

Mimi, je zegt ik heb je brief van dingsdag avend niet begrepen. Ik heb in dien brief liefde gevonden, en met liefde heb ik geantwoord. Is het billyk dat je daarover verstoord zyt? Uwe vordering dat ik U ‘aan uw lot zou overlaten’, ‘U van my afstoten’ is wreed. Ik kan niet. Ziedaar 't eenige dat ik niet doe op uw verzoek. Maar bovendien, leg de hand op 't hart en vraag of 't baten zou? Of je 't zoudt gelooven? Ik ben zeker van neen! Ik zeg dat je overtuigd bent dat ik je lief heb, en als ik nu eene frase schreef: ‘ik verlaat je, ik vergeet je, ik geef je op, ik geef niet om je’ of zoo iets, zou je my (ten regte) houden voor een komediant. Ook zou er niet de minste edelmoedigheid liggen in zoo'n klank die ik dan toch maar zou geuit hebben in de hoop, neen met de zekerheid dat je 't niet geloofde!

Elke omweg met u is me een gruwel, 't Is me een soort godsdienst, geheel open met je te wezen. Daarom schreef ik u in myn laasten hoe ik je lief had. Ik heb liever dat je boos bent of verdrietig, dan dat ik je in iets zou bedriegen. Je zoudt verkeerd doen my dat kwalyk te nemen, maar al ware 't zoo, ik kan myne liefde voor u niet besmetten met huichelary.

Neen, Mimi, u opgeven in myn hart kan ik niet. Nu heb je smart, ja, maar lieve lieve engel, kun je je voorstellen welke smart je zou voelen als ik je opgaf? Stel eens dat je 't gelooven kon, zeg, weetje zoo zeker dat dit je kalmte geven zou? O Mimi, geloof my, dan eerst zou je smart voelen.

Maar wèl kan ik elke handeling myden, - voortaan elke uiting. En dat zal ik als je 't begeert. Ik deed immers altyd alles watje wilde!

Ik zal je niet groeten, niet schryven, niet zien. Meer kan ik niet. Vaarwel Mimi, myn lief kind myn fancy!

O gister, juist gister is dat kleine plantje weggezakt in de modder - juist gister!

Vaarwel Mimi - om uwentwil alles! vaarwel, wil je - neen niets meer.

Of ik geloof dat wy goed doen onze harten zoo stelselmatig te kwetsen - neen! Wat niet uit de natuur is, is zonde. O ware de straf op 't toegeven, leed aan myn zy! Dan zou zelfs dàt leed my genot geven. Al wat van u komt is my welkom zelfs de smart Mimi.

Och, blyf je hechten aan Marie A. Zy is innig, innig goed. Ik zeg u dat er geen vlekje op haar ziel is. Zy is reine natuur, en, in hare eenvoudigheid, onbewust verheven, 't Zal my een troost wezen dat zy u en gy haar blyft aanhangen.