Multatuli.online

2 juni 1863

Brief van Multatuli aan Mimi. Dubbel velletje postpapier, tot het midden van blz. 3 beschreven. (M.M.)

Datum op grond van een notitie in inkt door Mimi op de brief aangebracht. Op blz. 4 in Multatuli's hand: Mimi.

Dingsdag.

Mimi, ik kan 't niet uithouden. Wat ik na dat fatale briefje van je Papa heb geleden, ga ik voorby. Nu dat raadselachtig schryven aan Marie, met een liefdeblyk aan Truida - voor my geen woord, geen wenk, niets! Dat is wreed Mimi! Ik smeek je om één woord. Van dien vreesselyken dag af dat T dat briefje ontving schreef ik je - hopende eindelyk in staat te wezen 't je te doen toekomen. Helaas, ik dacht dat je opgesloten bewaakt mishandeld werd. Ik hoorde toen datje vry was, en dat was me een dolksteek. Maar ik zeide 't niet aan Truida, om je schynbare onhartelykheid niet te verzwaren. Zy heeft je zeer lief, maar zóó als ik is onmogelyk. Ook heb ik op 't punt gestaan je een brief te zenden (geschreven was 't al) openlyk over de post waarin stond: laat dit lezen aan je papa. Ik verzocht je tot my te komen! En nu, Mimi, nu - ik weet niet wat ik denken moet. Ik smeek je om een woord van hartelykheid van vertrouwen. Wat heb ik je misdaan Mimi? Ik heb je gloeiend, en ik meen edelmoedig lief gehad. Je briefje aan Marie is vreesselyk geheimzinnig, en 't sluit my zoo uit. Heb je een geheim, ben je aan je eer verpligt het te bewaren doe het, maar geef me een teeken van hartelykheid! Wil je niet dat iemand het weet, geef daar dan blyk van, en ik zal zwygen. Maar geef me iets ten minste, een woord.

Ik sprak daar van eer! Welnu is dat eer, my zoo'n verdriet te doen? Och, ik wou dat ik nog kon gissen datje bewaakt werd! Opgesloten! Dáá'rvoor had ik raad en hulp, maar voor een lauwheid van hart weet ik geen raad. Ik ben bitter bedroefd, Mimi. Ik vrees zoo datje boos op my bent - dat gemarkeerd verzwygen van myn naam in 't br. aan M. martelt my. Heb ik iets misdaan, zeg 't my. Ik kan niet vatten dat er iets wezen kan dat je in den waan zou brengen dat ik niet goed ben en dat ik je niet lief heb. Ik smeek je schryf één woord!

Als niemand het mag weten verander dan de hand op 't adres.

Of een bloem, één letter, je naam alleen, iets om gods wil Mimi! Martel my niet zoo. Dàt kan door niets verschoond worden - neen, neen, ik verwyt niets, neen - maar ik smeek om één woord