Multatuli.online

29 en 30 mei 1863

Brief van Multatuli aan Mimi. Dubbel velletje postpapier, geheel beschreven. Op blz. 4 tevens de adressering: Mademoiselle Mimi Schepel, E/m (= En mains), en Dekkers zegel. (M.M.)

Verzonden met de brieven van 4 en 6 juni 1863, op grond waarvan de datum kan worden berekend.

Ch. de G.: Charlotte de Graaff.

Vrydag morgen

Mimi, ik lees daar een briefje van je Papa aan Truida. By-omstandigheden weet ik niet-ik weet niets dan wat dat briefje my gissen laat.

Word je gebrusqueerd, beknord, ruw behandeld - dat mag niet! Ik zit in doodelyke angst over je.

Ik heb regt op tyding van je, en datje tot my komt, als men je ruw behandelt. Ook Annette mag je niet alleen laten. Als men je dwingt weg te gaan, moet je beide naar Everdine. Ik zal je in dat geval niet zien of ontmoeten, en voor je zorgen als myn kinderen. Ik zal je laten afhalen door Ch. de G. of je laten begeleiden door Mina. Hoe 't zy, geef my berigt van je. Ik ben vreesselyk ongerust over je. Om godswil schryf me één woord. Toon my dat je op my vertrouwt als je in nood zit. Je mag je niet laten vernederen. Dat heb je niet verdiend. Je mama ziek! Ja maar 't is voor je Mama ook niet goed dat men U beleedigt en uitscheldt. Ziedaar! Bedenk dat ik niets weet, en dat myn angst my zoo schryven doet. O god, Mimi, reken op my. Als je 't huis verlaat zal ik voor je eer zorgen. k zal je niet zien.

Je mag Annette niet verlaten. Als je vertrekken moet, moet zij meê. Zij is jong en agitable. Zonder u zou zij wanhopige coups doen. Ik zal voor u beiden zorgen, - hoe, weet ik nog niet - maar eerst naar Everdine. Niet om daar te blyven maar waar gy verder wezen moet, schryf ik niet. Ik weet niet of je dit in handen krygt.

Voor Truida is 't ook heel hard. Ook dáárin is je Papa onregtvaardig. Hoe kan hy zóó doen? Je hebt hem toch zeker gezegd dat je juist omdat ik hier was, hier niet in huis kwam. Als je Papa alles goed wist had hy reden tot tevredenheid, ook over die lieve Annette. En ook ik heb my redelyk goed gehouden. O, dat onverstand! Voelt hy niet dat hy je opwekt, aanzet, voortdryft?

Laat je niet vernederen, en bedenk een middel dat ik tyding van je kryg.

Geef me een middel hoe ik je schryven kan.

Als je my niet noodig hebt dan zal ik niets doen, en my effaceren, - maar als ik iets voor je doen kan zal my niets te moeielyk vallen, niets! Ik heb er regt op dat je op my rekent.

Als je moet besluiten (en dan met A) om weg tegaan, schryf er niets van aan Tr. Zy moet buiten verantwoording blyven. Dan neem ik later alles op my. Je bent minderjarig, dus ik heb de schuld van alles.

Zaterdag

Gister ben ik uitgegaan met plan je dit briefje te doen geworden. Ik dacht aan Jufvr. Driessen en uwe naaister. Maar na lang denkens heb ik niets gedaan. Ik zou die menschen natuurlyk strenge geheimhouding moeten aanbevelen, en dat zou je compromitteren. Ook als 't mislukte en je Papa kreeg 't in handen, zou 't je toestand nog verzwaren, dus geduld, maar valt my moeielyk! Je moet opgesloten en bewaakt zyn, anders zou je tyding geven. Godweet hoe je 't hebt. 't Ergst bang ben ik dat je Papa je door een of ander compromitteert. Dat idee is vreesselyk.

Ik heb er over gedacht aan je Papa te schryven. Maar de afspraak was dat ik 't niet doen zou zonder je voorkennis. Misschien ook bederf ik wat. Maar, als je bent opgesloten, valt er niet te berderven. Erger kan het niet. Och kon ik wat van je hooren.