Multatuli.online

Lijst van brieven op datum

13 november 1860

van

Multatuli

aan

Tine Douwes Dekker-van Wijnbergen (bio)

 

Volledige Werken. Deel 10. Brieven en dokumenten uit de jaren 1858-1862 (1960)

terug naar lijst

* 13 november 1860

Brief van Multatuli aan Tine. (Brieven IV, blz. 178; Brieven WB IV, blz. 134)

Dingsdag 13 Nov.

Lief kind! Ik heb al lang eigenlijk wat de hand geligt met schrijven aan u, dat was omdat ik telkens dacht gaauw thuis te zullen komen en de geschiedenissen zijn zoo ingewikkeld dat ik eigenlijk liever praatte. Proces met v. L. Correspondentie met vertalers. Strijd tegen allerlei praatjes die uit den hoek komen van de Kerkhovens en van der Huchts. Gedurig nieuwe relatien met meer of min succes. Kortom 't is een heele ceel, en sommige dingen eischen een relaas van langen adem dat heel prettig in 't praten is, maar vervelend om te schrijven. Ik heb veel stof tot vertellingen, dat zal je zien. Sedert maanden sta ik gedurig op de schop om thuis te komen, en telkens begrijp ik dat ik nog wat blijven moet. Ik zal je nu eens wat meedeelen, dan kan je wat oordeelen. (Ik had dat eigenlijk voor mondeling bewaard.) Voor drie weken zei men mij in het Poolsche koffiehuis dat er een heer naar mij zocht. Den volgenden dag werd ik dan ook aangesproken... (och ik heb geen lust alles precies te beschrij-ven. Praten is prettiger; dus later de bijzonderheden.) Kortom de jonge van Straten (eerst reeder in Amst.) trekt zich mijner aan, en ik ben bezig hem en Veth voorop te stellen voor eene nationale inschrijving. Dat heeft voeten in de aard, maar als het lukt zijn wij geholpen.

Van Straten en zijn vrouw zijn allerliefst voor mij. Hij vraagt mij tweemaal in de week te eten etc. Schrijf een brief aan Mevrouw Starkenborg van Straten geb. Bruinier.

Lieve Mevrouw! Na al hetgeen ik van Dekker vernomen heb voel ik mij gedrongen u te schrijven. Hij heeft mij de hartelijke wijze medegedeeld waarop u en de heer v. S. zich zijner hebt aangetrokken, en ik kan niet nalaten, hoewel thans nog onbekend, u daarvoor mijnen innigen dank te betuigen.

(Schrijf voorts over mij wat uw gemoed u ingeeft, doch in den zin dat gij wat ook de opinie was van andere menschen die mij niet kennen, altijd moed en vertrouwen hebt gehouden op de toekomst, en dan bijv.: wij hebben moeijelijke dagen doorgebragt maar dat vertrouwen zal mij nooit begeven.)

Dekker schrijft mij dat gij ook twee kinderen hebt, zooals wij. Onze Edu is bijna 7 jaar en de kleine meid ruim 3.

(Wat over de kinderen, en dat je als het hoognoodige er maar is voor hen, en als zij gezond en vrolijk zijn, en niet direct lijden onder onzen tegenspoed, al het overige betrekkelijk ligt draagt.) Schrijf iets over uwe familie die ons tegenwerkt, maar dat gij u aan mij sluit en vast vertrouwt dat eindelijk alles goed zal komen. Voorts hartelijk, en hoop haar te zien. De brief kan niet te hartelijk en te intiem.

Wil je dat doen, beste?

Tracht mij op de hoogte te houden van de komst van v. Vloten. Zou je mij ook kunnen zeggen waar hij logeert? Ik wou hem niet graag misloopen.

Ik heb uw lieven brief van Zondag, 't Doet mij altijd zoo'n pleizier dat je zoo van de kinderen schrijft.

Nog iets. Schrijf een brief aan de tantes. Dat je hoopt spoedig haar te kunnen helpen (dat is zoo. Ik heb hoop!) en schrijf dan zoo over mij en mijn tobben dat er een antwoord komt dat mij dienen kan om te toonen dat ik en gij toen we maar eenigszins konden haar hebben bijgestaan.

Het was mij veel waard een brief van de tantes te hebben die van dankbaarheid getuigde voor vroegere hulp. Zie je daar kans toe? Zoo ja, spoed! Schrijf dat wij hoogstwaarschijnlijk zeer spoedig haar weer kunnen helpen, en dat ik hoop weldra in staat te zijn haar te verzorgen zoo als vroeger (dat is waar!) maar doel daar goed op om een hartelijk antwoord te provoceeren. Laat er ook in vloeijen dat die historie met hun geld een gevolg is van de mij te beurt gevallen miskenning en omdat ik als altijd mij heb opgeofferd voor anderen.

Een goede brief van de tantes is mij op dit oogenblik veel waard. Dag engel. Dank voor de briefjes van 't menschdom.