Multatuli.online

Lijst van brieven op datum

september 1860

van

Multatuli

aan

Anna Abrahamsz (bio)

 

Volledige Werken. Deel 10. Brieven en dokumenten uit de jaren 1858-1862 (1960)

terug naar lijst

Waarschijnlijk midden september 1860

Ongedateerde brief van Multatuli aan zijn nicht Anna Ahrahamsz. Voor vindplaats en commentaar, zie vorige brief. Met de ‘meiskes’ zijn Dekkers andere nichtjes Ahrahamsz bedoeld. Over het oude vrouwtje in Brussel schreef Multatuli uitvoerig in zijn brief van 3-6 september 1859.

lieve Anna! Ik hoop dat gij 't niet kwalijk neemt dat ik U zoo familiair bij den naam noem. Ik doe 't gemakshalve.

Ik zend U hierbij iets ter lekture, iets wat dateert van den tijd, toen ik kalkoenen stal... 't is dus zeer lang geleden. Waarom ik U dat ding zend? Kijk, ik vind dat ik zoo mal ben afgekomen van de tentoonstelling der Schoolmeesterij; ik herinner mij dat gij (uit principe, en dat vind ik perfekt) liever niet medegaat naar 't park, naar de komedie, of zoo iets. Nu heb ik lang zitten bedenken wat ik zou kunnen doen, om U eenige verstrooijing te verschaffen, en dat brengt mij op 't idée U dat ding te zenden dat ik eerst aan de meiskes had willen voorlezen, maar waarvan tot nog toe niets gekomen is.

Als het lezen daarvan U eenige uitspanning verschaft, is die uitspanning zeker onschuldig, zelfs voor de gemoederen die in de beoordeeling van zoo iets, naauwgezet zijn; - eene naauwgezetheid die ik overigens zeer apprécieer. Ik kan alle gevoelens lijden die konsequent zijn. Wie A denkt, moet A doen. Ik veracht hen die A denken en met B meêgaan.

- Nu over het stuk zelf:

1e. Bedenk S.V.P. dat het een produkt is van mijne jeugd.
2e. Zoek er geen strekking in. Het leert niets, het betoogt niets, het bewijst niets. Het is een bloote uitspanningslektuur. Vorder er dus niet te veel van, en zoek geen diepte, waar het mijne bedoeling niet was iets dieps te leveren. 't Is geschre-ven tot tijdverdrijf. - lees het tot tijdverdrijf - meer niet, - en geef het niet uit uwe handen.
3e 't heeft geen strekking, zeide ik. Ik bedoel hiermede volstrekt niet dat er in 't geheel niets uit te leeren valt. Uit alles kan men leeren, en niet het minst uit gebrekkige voortbrengsels, mits men die maar indedaad aanmerke als gebrekkig, en als zoodanig ze gebruikt ter waarschuwing, niet ter navolging.

Welnu, die Holm (de held van 't stuk) is een gebrekkig produkt van ziekelijke overdrevenheid. Neem hem als zóódanig, en niet als model van menschenwaarde. Deze waarschuwing is te meer noodig, omdat hij indedaad iets meêslepends heeft, en men dus tegen dat meêslepen op zijne hoede moet wezen. En weet gij waarom Holm meêsleept? Hij had geleden! Lijden is letterlijk: passie, en passie geeft compassie, sympathie.

Caroline staat oneindig hooger. Zij doet haar pligt zonder phrases, zonder omhaal, zonder martelaarsair.

Daarom ook heet het stuk naar haar: ‘de hemelbruid’, en niet naar Holm: ‘de Eerlooze’, zooals ik het primitief noemde.

Laat U de ae niet hinderen; - dat is, zooals ge weet, de Vlaamsche spelwijze. Ik had deze copij eigenlijk gemaakt om door eene arme oude vrouw die in Brussel bedelde met haar achterkleinkind te worden aangeboden aan de Hertogin van Brabant die zoo als men zegt de Vlaamsche letterkunde beschermt. Maar toen ik die kopij klaar had, kon ik mijn oud vrouwtje niet weêr vinden. - Ik groet U hartelijk, en wensch u goeden avond.

Uw liefh: Douwes Dekker

Dingsdag avond.

Geef geen acht op de potlood doorhalingen. Dat was ter bekorting, omdat ze te lui zijn om groote rollen te leeren. Peters vooral.