Multatuli.online

Lijst van brieven op datum

20 juni 1860

van

Multatuli

aan

Tine Douwes Dekker-van Wijnbergen (bio)

 

Volledige Werken. Deel 10. Brieven en dokumenten uit de jaren 1858-1862 (1960)

terug naar lijst

* 20 juni 1860

Brief van Multatuli aan Tine. (Brieven IV, blz.74; Brieven WB IV, blz. 69)

Theodoor: de zoon (geb. 1848) van Multatuli's zuster Catharina (1809-1849) en zijn zwager Cornelis Abrahamsz (1802-1879).

Amsterdam, woensdag avond,

20 Junij 1860.

Lieve beste Tine! Geen antwoord van v. L. krijgende ben ik uit Rott. gegaan, heb den nacht in Delft doorgebragt, om den jongen v. L. te bezoeken, en kwam heden hier. Welnu, nog heb ik v. L. niet gesproken, nog weet ik niet of hij mij geld naar Rott. gezonden heeft. Ik ben van daag niet bij hem gegaan omdat ik wist dat hij het drok had. Ik heb hem een briefje geschreven dat ik hem van avond in de maç. societeit hoopte te zien, of anders morgen bij hem komen zou. In de soc. was hij niet, er was trouwens niemand, en nu hoor ik van terzij dat hij morgen vroeg op reis gaat. Ik denk dat hij mij in dat geval een briefje zal achterlaten. Met de hoofdzaak ben ik geen haar verder. Schenk mij al de vertellingen, moeijelijkheden, lamheden, zwarigheden, uitstellen... ge kent dat alles! Ik hoop doortezetten, misschien door nog iets te schrijven. Maar de hulp van anderen komt zooals gewoonlijk neer op veel praatjes en geen initiatief.

Ik heb Van Prehm gesproken en ik geloof - met de redactie R.C. - dat hij de man niet is. Wel een goede kerel, maar niet veel meer. Ik heb De Bull gesproken die mij weer waarschuwde tegen de clique van de rotterdammers, zooals de rotterdammers mij waarschuwden tegen de amsterdammers.

Ik denk dat ze beide gelijk hebben als ze elkaer uitschelden.

Uw laatste brief is van maandag morgen. Die relatie met Mevrouw van Vloten doet mij veel genoegen.

Ik heb geen lust in schrijven omdat ik niets bepaalds weet. Dat niet ontmoeten van v. L. contrarieert mij zeer. Ik heb het land. Maar misschien dat ik beter gestemd ben als ik een briefje van v. Lennep ontvang. Zoodra ik hem gesproken heb hoop ik te weten wat mij te doen staat, en dan zal ik trachten snel tot een doel te komen.

Ik heb in Rott. last achter gelaten mijn brieven hier te zenden adres poolsche koffijhuis.

Ik heb van middag thee gedronken bij de Abrahamsjes. Ik vind Sietske en Theodoor heel lief. Catharina was niet te huis. Ze hebben mij gevraagd om morgen nog eens te komen. Ik zal het doen.

Die Rotterdamsche meeting in het notarishuis was wel goed af-geloopen wat mij betreft, maar helaas nu blijkt er, althans men gist - dat de persoon die zich bij v. L. heeft voorgedaan als Barbier, de ware Barbier niet is! Begrijp eens hoe verdrietig voor mij, dat doet mij een malle figuur maken. Het verdriet daarover heeft mij gedeeltelijk bewogen Rotterdam te verlaten.

Kus de lieve pierewieten. Dag lieve engel, dag beste Tine. Ik ben eigenlijk kwaad. Ieder spreekt heel mooi over Max, maar wat helpt dat? Er moet iets anders en meer geschieden. Ik wou zoo graag dat Hartsen zich aan 't hoofd stelde.