Multatuli.online

*26 december 1854

Brief van E. Douwes Dekker aan P. Douwes Dekker. (afschrift MM.)

's-Hage, 26 December 1854

Waarde Piet en Mietje!

Na eene gevaarlijke crisis van vele dagen is ons lief kindje thans voorloopig buiten gevaar schoon de Doctor ons heeft gewaarschuwd dat het een zeer delicaat gesteltenis heeft en voortdurend de grootste zorg noodig heeft.

Niet geheel alleen hierdoor, maar als bijkomende omstandigheid ben ik nu besloten vooreerst niet weder naar Indië terug te gaan. Binnen een paar dagen vraag ik aan den Minister mijn eervol ontslag [1.] ontslag: voor zover bekend, nooit aangevraagd.. Ik moet dit wel doen daar ik tot nog toe nog geen einde heb kunnen maken aan de verwikkelingen die de uitbetaling in den weg staan van de belangrijke Sommen die ik te goed heb.

Intusschen heb ik geld noodig. Ik weet dat gij hebt, geef nu toch niet toe in eene kleingeestige bekommering omtrent iets wat ik U in den loop van 55, drie of viervoudig kan teruggeven. Als gij hier waart, konde ik U toonen wat ik te ontvangen heb. Het is enorm, en des te verdrietiger is het mij nu zoo telkens om sommen te moeten rondloopen die binnen weinig tijds kleinigheden voor mij zullen wezen. Zend mij zoveel gij hebt. Geloof mij, het zal Uw voordeel zijn.

Ik ben den laatsten tijd bijna voortdurend in België en Duitschland geweest, en ga binnen weinig dagen weêr op reis, maar zonder geld kan ik niets doen.

Adieu, leeft gelukkig en beklaagt U toch niet zoo altijd over mijn weinig schrijven. Denkt toch dat ik veel aan mijn hoofd heb.

Uw liefh. broeder

Ed.