10 mei 1875
Brief van J.P. Revers aan J.W.T. Cohen Stuart. Enkel velletje postpapier, geheel beschreven. (Partikulier archief, Doetinchem; fotokopie M.M.)
Dordrecht, 10 Mei 1875
WeledelGebHeer!
Dat binnen weinige dagen een interessante bespreking van Multatuli's Werken en Leven, door Dr van Vloten zal verschijnen is U vermoedelijk niet onbekend en dàt is jammer voor de exploitatie van Uwe Kritiek. Toch, wat ik van U over M. in Vrije gedachte [1.] Vrije gedachte: Revers vergist zich. Het gaat hier om het artikel van de vader: A.B. Cohen Stuart ‘Waarheidszin?’ in De Vrije Gedachte IV, 1873, blz. 132-144. las is genoeg aansporing voor mij om Uw voorstel niet dadelijk aftewijzen maar er over natedenken en enkele vragen aan U te richten
bijv:
Welken omvang denkt Ge het werk te doen krijgen.
Wanneer denkt Ge met de kopij gereed te zijn.
Zal den omvang zóó zijn dat Uw werk kan opgenomen worden in het eigenaardig formaat als ‘Moderne Judith [2.] Moderne Judith: Mina Krüseman De moderne Judith, allerhande bundeltje Dordrecht 1873.’ enz. die bij mij 't licht zagen.
Een spoedige uitgave zal in ieder opzicht wenschelijk zijn.
‘Conditien’. Wat zijn ze? Van mijne zijde kunnen die nog moeielijk komen als totaal onbekend met omvang enz.
Inmiddels Hoogachtend
Uw dienstvaardigen
J.P. Revers