Albumversjes

1. Vlak voor zijn vertrek naar Indië in 1838 schreef dd. het versje ‘In den vriendenrol van den Heer A.C. Kruseman’. De laatste strofe hiervan luidt:

‘En gij, mijn vriend, door wien dit blaadje wordt bezeten,/Neem met dit blad, mijn hart, mijn vriendschap willig aan!/En hoe 't op aarde dan met Uwen vriend moog gaan,/Schenk me in Uw hart een plaatsje, en wil mij nooit vergeten!’ (vw viii, p. 58)

In zijn *‘Brief aan A.C. Kruseman’ uit 1851 (vw ix, p. 153-154) herinnert m. Kruseman aan dit albumversje.

2. Gedicht van dd. voor *Caroline Versteegh. Het dateert uit 1841 en is opgenomen in vw viii (p. 87).

3. Gedicht van dd. voor de 12-jarige *Cornelis (Kees) de Mooij uit Poerworedjo die voor onderwijs naar Nederland werd gestuurd. Het dateert van 27 november 1847 en bevat de regels:

‘Tracht naar kennis; volg de wetten/Van getrouwheid, deugd en eer;/En kom eens met épauletten,/Knevels en diploma's weêr.’ (vw ix, p. 38-39)

In oktober 1860 zag dd. hem terug in Amsterdam. Kees was inmiddels officier van gezondheid in Middelburg geworden (brief aan Tine d.d. 27 oktober 1860, vw x, p. 346).

4. Gedicht van Abraham des Amorie van der Hoeven jr. voor zijn jeugdvriend dd. Het gedicht begint als volgt:

‘Neem van mijn vriendenhand dees onbesmette bladen/En neem opnieuw mijn vriendenhart er bij:/Hou van der zonden smet het blad uws levens vrij/En wandel op bebloemde paden.’ (vw viii, p. 59)

dd. nam het op in zijn Millioenen-studiën en voegde eraan toe: ‘Ook hy maakte verzen, en schone, als hy wilde. Een staal? Ziehier, en proef er uit hoe de Krummacherse zekerwetery daarin voorheerst’, (vw v, p. 30; *Krummacher)

5. *De molenaar van Sans-Souci

6. *Het gebed van den onwetende