Kr├╝seman, Wilhelmina Jacoba Paulina Rudolphine (Mina)-

Velp 1839 - Boulogne sur Seine 1922, Nederlands schrijfster, toneelspeelster, zangeres en feministe. In 1871-1872 maakte zij als zangeres (onder het ps. Stella Oristorio di Frama) een tournee door Noord-Amerika. Zij hield met *Betsy Perk en later alleen, als eerste vrouw in Nederland, voordrachten over feministische onderwerpen. Daarnaast streed zij met een onafhankelijke geest voor onafhankelijkheid van kunstenaars van hun uitgevers of impresario's. Zij bepleitte de noodzakelijkheid van een auteurswet en bestreed oneerlijke kritiek in de kranten.

In 1873 publiceerde zij de roman Een huwelijk in Indië, waarvan het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw onderwerp is. Zij bewerkte de roman tot het toneelstuk Echtscheiding.

Onder haar ps. Stella Oristorio di Frama schreef zij in 1874 de satire Meester Kritiek, die zij opdroeg aan haar vijand *H. de Veer, redacteur van Het Nieuws van de Dag. Naast een felle aanval op De Veer, prijst zij in deze satire m.'s Vorstenschool, waaruit zij enkele stukken citeert.

Op 24 maart 1873 publiceert zij over m. een ingezonden stuk in Het Vaderland (vw xv, p. 694-497), waarin zij de Nederlanders vraagt: ‘Bezit gij twee Multatuli's, dat gij zoo weelderig afstand doet van éen?’.

m. reageert hier nog dezelfde dag op in een brief aan G.L. Funke:

‘Heden ontving ik (...) 't “Vaderland” van 24 Maart, waarin zekere Jufvrouw Mina Kruseman heel hartig over me spreekt. Ik wil haar bedanken, of althans m'n compliment maken over haar courage. Ze durft! Zoudt gy nu eens willen informeren hoe haar adres is? Ik zou wel kunnen schrijven aan de Uitgevery van 't Vaderland, maar dit myd ik liever. En, zoo ge iets van die Jufvr m. Kruseman weet, deel het my dan mede. Ik bedoel of ze geschreven heeft, zoo ja wat?’ (vw xv, p. 698)

Op 29 maart vraagt m. Funke haar een briefje te bezorgen (vw xv, p. 710); op 5 april bedankt Mina Krüseman hiervoor schriftelijk (vw xv, p. 713-714). In augustus 1873 bezoekt zij m. te Wiesbaden. Een jaar later maakt zij een reis naar Italië en zoekt Tine en de kinderen in Venetië op. In mei van dat jaar schrijft zij Tine: ‘Ik vind Mimi zeer lief, ze is, naar mijn idée, een trésor voor Dek, een onmisbare schat’ (vw xvi, p.551).

In 1873 publiceerde Mina Krüseman De Moderne Judith, een ‘Allerhandebundeltje’, zoals de ondertitel luidt. Het titelblad bevat tussen haakjes haar vroegere pseudoniem Stella Oristorio di Frama en de toevoeging ‘cantatrice’. In deze bundel verzamelde zij de teksten van de lezingen (met commentaar) die zij samen met Betsy Perk in dat jaar gehouden had. De kritieken varieerden van waarderend tot honend en grof beledigend. De titel van het werk ontleende zij aan een, ook door haar overgenomen, spotprent uit het satirische blad Uilenspiegel. Deze prent toont Mina ‘Als eene nieuwe Judith, met haar vreeselijk zwaard heel het mannendom bedreigende’. Het ‘vreeselijk zwaard’ is het zwaard der welsprekendheid, terwijl haar andere hand, de letterkundige Jan ter Brink, stevig bij de kuif houdt. Naast haar staat Betsy Perk met een zak gereed om de slachtoffers in op te vangen. Op de achtergrond brengt een troepje mannen zich haastig in veiligheid (Mina Krüseman, Alles bevalt mij behalve rust. Brieven, verzameld en ingeleid door Margot de Waal. Feministische Uitgeverij Sara, 1986; p. 13-14).

Over m. schrijft zij in deze bundel onder meer: ‘Gij ziet het, Multatuli staat hoog voor mij, zeer hoog, en ik kom openlijk voor mijn opinie uit, zonder er eeuwige “excuses” over te maken. (...) Kon ik m. naschrijven, ik deed het. Maar zooveel wetenschap en algemeene kennis, gevoegd bij zoo veel poezie, verstand en grootheid gaarde ik in geen zeven levens bij elkaar!’ (a.w., p. 287).

m. oordeelde positief over Een Huwelijk in Indië, maar had ook enkele punten van kritiek. In een brief aan C. Vosmaer van omstreeks 20 juli 1874 vertelt hij dat Mina Krüseman bij hen thuis een hoestdrankje kookte: ‘Welnu, dit pakte my meer in dan de beste stukken uit haar “Huwelyk in Indië” waaronder toch zeer zeer schoone zyn!’ (vw xvi, p. 621).

Wanneer koningin Sophia de opdracht van het boek weigert te aanvaarden, schrijft m. een ‘woordje aan de Koningin’ dat helaas niet bewaard is gebleven.

‘Zoo vleiend en brutaal had ik het nooit verzonnen’, schrijft Mina Krüseman hierover (4-7 maart 1874, vw xvi, p. 455).

Het toneelstuk Echtscheiding, ‘oorspronkelijk drama in 16 Tafereelen, vrij bewerkt naar den roman Een huwelijk in Indië’, door Stella Oristorio di Frama, waarin Mina Krüseman zelf de rol van Louise vertolkte, werd voor het eerst opgevoerd op 13 november 1874 (vw xvii, p. 95). Het stuk oogstte geen succes; het publiek vond Mina Krüseman goed acteren, maar het stuk ‘deugde niet’. Haar reactie op deze kritiek verwoordt ze in een brief aan m. d.d. 15 november 1874 aldus: ‘Jullie staat te laag voor meesterstukken, daarom kom je allen voor een prul, je hebt de Vorstenschool geweigerd, nu zal je de Echtscheiding slikken!’ (vw xvii, p. 102).

m. en Mimi worden door haar bijna dagelijks op de hoogte gehouden van de gebeurtenissen rond de opvoering van Echtscheiding. Als Mina Krüseman meldt dat het succes tegenvalt, schrijft m. haar een brief waarin hij uitgebreid ingaat op de techniek van het stuk, waaraan volgens hem het één en ander hapert (vw xvii, p. 161-165). De vele taferelen gaan ten koste van de eenheid; hij biedt aan dit manco te verhelpen. Hij eindigt zijn brief met een aantal grafschriften voor haar (‘Als je boos wordt, maak ik er 1000 van die soort.’):

‘Deze jufvrouw had alle harten kunnen stelen,/streelen,/Maar ze struikelde over 't misbruik van tafreelen./(...)/De Amsterdammer is op rust gesteld,/Hy kan maar vyf tafreelen verdragen, wèlgeteld!/voor z'n geld.
Hier 'n essentiëele kunstregel:
Die echt wil scheiden, en tooneelspelen,/Moet de menschen niet met op-en-neerhalen van 't scherm vervelen.
Theologisch.
Veertien tafreelen voor 't scheidingsproces?/God schiep de heele wereld in zes!’

Mina Krüseman zet zich in om Vorstenschool op de planken te krijgen. Hierover schrijft zij op 26 juni 1874 aan m. en Mimi:

‘Ja, uw Vorstenschool zál opgevoerd worden, wacht maar; leef nog een beetje en wees niet saai! Ik heb u immers gezegd: “ik eindig altijd met triomfeeren!” (...) Toen ik een paar jaar geleden uwe “Vorstenschool” gelezen had, heb ik bij mij zelve gezegd: “Die rol is mijn, dat stuk zal ik laten opvoeren, als niemand anders er den moed toe heeft.”’ (vw xvi, p. 586-587)

Er ontstaat een hechte vriendschap tussen m. en Mina Krüseman, waarvan m.'s brief aan haar d.d. 30 augustus 1874 getuige is. Hierin schrijft hij onder meer:

‘Je portret hangt boven M's tafel, en we drinken altyd uit je kopjes’ (...) ‘geloof dat ik met eerbied voor je karakter en je gaven je oprechte vriend ben’ (vw xvi, p. 690)

Bij Tine's dood vraagt Mimi haar geld voor m.'s reis naar Italië (vw xvi, p. 715).

Op 21 augustus 1874 schrijft m. haar dat hij twijfelt of zij de rol van koningin Louise aan zal kunnen.

Wellicht vereenzelvigt zij zich teveel met de rol:

‘Het is mogelyk dat je je zoo geïdentificeerd hebt met Louise, dat je bedorven bent voor de taak om haar voor te stellen, als rol. Misschien met de Louise uit Vorstenschool, idm idm. Een kunstenaar die persoonlyk aandeel neemt in z'n rol, is te vergelyken met 'n wondheeler die mede lydt met z'n patient. Dit moet niet! Een artist moet passie hebben, ja, maar... voor z'n vak, voor 't kunstmatig nabootsen der natuur, en dit: na diepe studie en met verloochening van alle persoonlyke indrukken! Hiertoe nu vrees ik dat je te entière bent, te veel je zelf, te vol eigen karakter, (schoon ik erkennen moet dat het krachtig wegdringen van die ikheid, óók karakter is.)’ (vw xvi, p. 673)

Mina Krüseman trekt zich weinig van deze kritiek aan en blijft voortgaan met pleiten voor opvoering van Vorstenschool. Op 10 januari vraagt zij de directeur van de Haagse Schouwburg, Valois, of deze Vorstenschool aandurft; op 16 januari stuurt zij m. het contract dat zij gesloten heeft met het toneelgezelschap van *Le Gras, Van Zuylen en Haspels van de Nieuwe Rotterdamse Schouwburgvereniging, een jong en nog onbekend gezelschap. Op 21 januari 1875 schrijft m. aan zijn uitgever J. Waltman Jr. dat hij dit contract voor zeer nadelig houdt: de entreeprijs is volgens hem te hoog omdat Mina ‘zwaar’ betaald moet worden. Bovendien heeft zij voor hem f25, - per voorstelling bedongen (brief van 21 januari 1875, vw xvii, p. 287). Hij kan echter niets aan het contract veranderen omdat hij haar volmacht gegeven heeft (vw xvi, p. 688-689). Begin 1875 starten de repetities en al snel uit m. zijn eerste kritiek op Mina Krüsemans acteerwerk. Tegen de tijd dat de eerste voorstelling (1 maart) gespeeld gaat worden in Utrecht, is de verhouding tussen hen dusdanig bedorven dat zij op 27 februari aan Mimi schrijft:

‘Miesje lief! Ik ben geslagen vijanden met D. Hij zal je wel 't een en ander over mij geschreven hebben, geloof hem maar, want je hoort bij hem, maar reken op mij, ik zal Multatuli niet sacrifieeren aan Douwes-Dekker; wat er ook gebeuren moge, zijn werk zal mij heilig wezen en ik zal den avond van de opvoering alle haat vergeten, voor 't meesterstuk.’ (vw xvii, p. 416)

Nog dezelfde dag schrijft ze in een brief aan een zekere mevrouw B. dat m. haar tijdens de repetities voor een ‘nul’ heeft uitgemaakt (vw xvii, p. 417). Op 2 maart noemt zij hem een ellendeling, omdat hij bij de opvoering van Vorstenschool te Rotterdam geschenken aannam van het publiek dat hij immers zo verachtte (publiek).

Haar contract wordt niet verlengd en er wordt besloten dat Nans Sandrock-ten Hagen haar rol zal overnemen. Mina Krüseman is furieus (*Sandrock-ten Hagen.

In 1877 publiceert zij de brievenuitgave Mijn Leven, waarin m. het ontgelden moet. Bijvoorbeeld in haar brief van 8 oktober 1876 aan Elize Baart en B.P. Korteweg, waarin zij schrijft:

‘Leest toch eens “Les Lettres d'Abeilard et d'Héloïse”, die Abeilard is precies Mul! Ik heb in mijn eentje zitten lachen over de overeenkomst! Die innige zielloosheid en die geslepen frazenwijsheid, dat egoïstisch klagen en dat gevoelloos overheerschen, die veeleischende koudheid, die bestudeerde hoogheid, die gemaakte nederigheid, die valsche oprechtheid, die gemaniereerde eenvoud, die schijnheilige goedhartigheid, die onridderlijke ruwheid, die doordachte menschlievendheid, die alles vertrappende zelfaanbidding, Mul! Mul!
Mul! op en top Mul! tot in 't mishandelen van zijn innig geliefde Héloïse toe! Hij sloeg haar, maar hij deed 't uit liefde!’ (a.w., dl. 3, p. 236; fragment opgenomen in vw xviii, p. 470)

Ook m. spuit zijn gal, bijv. in brief aan J.N. van Hall d.d. 27 december 1875:

‘Om Zenobia te spelen, heeft M.K. even goed als de geringste achterbuurtjodin, 'n regisseur noodig, die haar zegt: “Je moet nu denken dat je 'n heel baasie bent, en je borst wat vooruitzetten -. Och dàt zou M.K. doen al speelde ze voor keukenmeid! Die borst is juist de hoofdschotel op 't menu van haar talentenbanket. Bah! - (...) Toen ik nu te Rotterdam op de eerste repetitie bemerkte (...) dat ze niets van de Louise rol begreep - ik spreek niet van uitvoering, neen, niets begreep - werd me op-eenmaal haar taktiek duidelyk: één humbug-campagne!’ (vw xviii, p. 151)

Op 14 september 1877 schrijft hij G.L. Funke over Mijn Leven:

‘Natuurlijk draagt ge kennis van 't boek dat juffrouw Kruseman in de wereld bracht. (Een kuriositeit! De canaille heeft verzuimd den brief te laten drukken, waarin ik haar zei dat ik nièt behoorde onder haar tallooze aanbidders. Ook heeft ze telkens m'n kritiek van haar schrijverij (Kunst en Kritiek byv!) overgeslagen. (...) Ik hoop dat ieder, die M.K.'s boek in handen neemt, het geheel lezen zal. Doe gy dit ook S.V.P. Zy levert overal de bouwstoffen om haar te leeren kennen. Zie byv. de streken en slenters waarmee ze trachtte in Amerika de luî te foppen. En de leugens! Zy, een dikke zware tante, wist zich zóó voortedoen, dat 'n Amerikaansche concertman die haar persoonlijk kende, haar voor 'n “Gretchen” aanzag! Juist die vertelling heeft ze hier ook gedebiteerd, en ik zei aan Mimi: “ik geloof dat ze liegt!” (...) 't Is 'n onbeschaamd schepsel.’ (vw xviii, p. 726-727)

In de zomer van 1877 vertrok Mina Krüseman naar Indië. In 1883 trouwde zij met F. Hofman in Singapore, met wie ze naar Parijs vertrok. Tijdens de eerste Wereldoorlog schreef zij Appel à toutes les femmes du monde entier, waarin ze de oorlogsvoorbereiding en oorlogsmethoden fel bestrijdt.

(Lit. Mina Krüseman 1839-1922; portret van een militante feministe. Samengesteld door Margot de Waal. Verschenen in de reek De Engelbewaarder, nr. 12, 1978; in 1986 verscheen bij uitgeverij Sara een bloemlezing uit Mijn Leven onder de titel Mina Krüseman Brieven; alles bevalt mij behalve rust. Samengesteld en van een inleiding voorzien door M. de Waal. Amsterdam)