Multatuli.online

Lijst van correspondenten in alfabetische volgorde

A · B · C · D · E · F · G · H · I · J · K · L · M · N · O · P · Q · R · S · T · U · V · W · X · Y · Z

1 april 1875

van

Christiaan Willem Margadant

aan

Mina Kruseman (bio)

 

Volledige Werken. Deel 17. Brieven en dokumenten uit de jaren 1874-1875 (1986)

terug naar lijst

*1 april 1875

Brief van C.W. Margadant aan Mina Krüseman. (Leven III, blz. 63-64.)

Rotterdam, 1 April 1875.

Mejufvrouw! Voor uw antwoord, mij zoo spoedig toegezonden, zeg ik u dank. De inhoud daarvan moest mij natuurlijk verbazen, daar ik meende dat uwe verhouding tegenover den Heer Dekker van vriendschappelijken aard was, en dezen nadere opheldering verzoekende, ontvang ik een schrijven, waarvan ik inliggend copie u mededeel. In de mérites dezer quaestie voegt 't mij niet te treden. Ik nam enkel op mij enkele zaken te regelen, en zoo ook ontving ik een som gelds, door den heer Dekker aan u verschuldigd en die bij mij ten uwen behoeve disponibel ligt. Ik heb derhalve nogmaals de eer u dringend te verzoeken mij van dat geld te déchargeren en mij daartoe het volgens u juiste bedrag te willen opgeven, ten einde het u ten spoedigste te kunnen remitteren.

Dat geld kan natuurlijk niet langer in mijn bezit blijven, daar het niet mij maar u toebehoort.

Het zal mij derhalve aangenaam zijn van UE. te mogen vernemen op welke wijze UE. verlangt dat het opgegeven bedrag u worde overgemaakt.

Wil de gevoelens van bijzondere hoogachting aannemen waarmede ik de eer heb te zijn

UE. Dw. Dienaar

Margadant.

Ingesloten.

Copie.

WelEd. Gestr. Heer!

Onder terugaanbieding van het billet van Mej. Krüseman, dd. Brussel 29 Maart ll. heb ik de eer UEd. Gestr. mee te deelen dat ik blijf persisteren bij 't beleefd verzoek uwe tusschenkomst tot het bereiken van 't beoogd doel wel te willen aanwenden.

Het zij me dus vergund UEd.G. andermaal voor te stellen die dame te bewegen de gelden te accepteren die ik de vrijheid nam aan UEd.G. ter kwijting mijner schuld aan HEd. ter hand te stellen.

Na beleefde groete heb ik de eer met hoogachting te zijn

UwEDG. Dw. Dienaar

(get.) Douwes-Dekker.

Rotterdam, 1 April 1875.