Multatuli.online

* 21 augustus 1864

Brief van Multatuli aan Mimi. Afschrift-Mimi, folio 21. (M.M.)

Het poststempel betrof blijkblaar dinsdag 23 augustus; de brief is dus geschreven op de zondag daarvóor.

De pepermenthandel: zie Idee 365 (VW II, blz. 531-537).

Zondag-avond (23 Aug. postmerk)

Van avond hoef ik niet te werken. Er ligt klaar voor de drukkery. Over een paar dagen stuur ik je een vel of 5. Zeg dus niet, dat die 2 eerste vellen oud werk is, want ik heb 't alles moeten laten overzetten, en over corrigeeren. En bovendien de correctie van den eersten bundel 2de of eigenlyk 3de druk. Kortom ik had hindernissen. Verbeelje die 2 eerste vellen, aan Mevr. P., waren gedrukt en toen bleek er dat het papier niet goed was, toen moest ik er weer aan. Dat corrigeren zou me byna den nek gebroken hebben. Maar ik wou taai zyn. En nog andere nekbrekery. De eerste 10 vel Ideen 11 bundel schryf ik à contre coeur. Die moeten eerst doorgebeten voor ik met feu sacré schryf. Nu daar ben ik nog in (in de eerste 10 vel namelyk) nu moet ik taai blyven en elan houden tot ik op m'n terrein kom. Verwacht dus geen mooyigheden in die eerste 10 vel. 't is droog en dor. Je moet 't maar slikken te lezen, zooals ik te schryven. Alles zamen. De inhoud van die eerste 10 vel is 1o Mevr. Pruimers 2de Beschouwing van den toestand van 't Ned. Volk. 3e De geest der ned. regeering kenbaar uit de geschriften van Thorbecke (amusant voor 'n lieve meid!) 4o M'n vriend Zaalberg, de valse liberaal. Nu, als je dat alles hebt doorgebeten, kryg je eerst Wouter, je vriendje.

Wouter staat tot my, als Voûte tot Droogstoppel. Zie myn preek over modellen. Myn moeder was geen jufvrouw Pieterse. O, by ons was 't heel fatsoenlyk en niet zoo burgerlyk, maar de strekking is waar en soms meer dan de strekking. 't Is waar dat ik van die poort sprong in kathechisatie-tyd, en dat m'n toon me pyn doet als 't regenen gaat. En myn broer de dominé had iets van Stoffel. Onze huisdominé verstond grieks, o! En hy kwam by ons en bad voor m'n ziel. Als we 't zamen lezen zal ik je alles precies zeggen: dàt is waar in strekking, dàt in feit. De pepermenthandel is letterlyk waar. De jongens heetten Haverkamp, en dat ik een gulden stal is ook waar, en dat ik onnoozel was en verheven tegelyk is ook waar, en dat ik altyd in allerlei angsten zat voor god en zondighedens is ook waar. Maar Pennewip is fictie. Ik heb om latitude te houden Wouter een vyftig jaar teruggeschoven, dat is om vryheid te hebben hem te volgen tot zyn dood toe. Zie je, anders zou ik eindelyk stuiten op vandaag. Ik kan toch niet als in de boeken van Mozes, zeggen dat Mozes dood was.

Wouter is me een kader waarin ik alles zeg wat ik wil. Ik heb 't heel breed in m'n hoofd, je zult er plezier van hebben.


nadere informatie

afschrift