Multatuli.online

4 en 6 mei 1864

Brief van Multatuli aan Mimi. Folio 1 van een afschrift door Mimi, bestaande uit 23 bladen folio, aan éen zijde beschreven. Het bevat gedeelten uit brieven van Multatuli aan Mimi van 4 mei tot en met 15 september 1864. (M.M.)

Dit afschrift is kennelijk bestemd geweest voor publikatie, waarschijnlijk voor Brieven VII, maar nooit gebruikt. Uit de tekst valt niet op te maken welke weglatingen Mimi zich veroorloofd heeft, en ook niet altijd welke gedeelten hetzij afzonderlijk hetzij gezamenlijk verstuurd zijn.

Zaalberg: over de haagse predikant Ds. J.C. Zaalberg zie men VW III, blz. 185-223.

Brussel, woensdag, 3 uur.

(na berekening: 4 Mei 1864)

... Gister en eergister heb ik je niet geschreven, en nu wou ik dat ik je niet schreef. Ik meen zoo, ik ben verdrietig, gedeprimeerd en voel me onwel. Niet ziek maar erg abattu. Ik stelde uit om naar den Haag te gaan omdat ik er tegen op zie. Maar morgen moet het, want ik kan hier niet blyven...

Misschien interesseert je inliggend briefje. Begryp jy hoe Lamartine spreken kan van ‘distingué’ na 't eerste hoofdstuk van Havelaar? Dat is mij een raadsel en ik houd het voor 'n beleefde vertaling van byzonder vreemd = gek. Ja vooral met dat ‘original’ er by...

Och, die brief van Nieuwenhuis te Parys, de vertaler van M.H. is niet de moeite waard om de port te verhoogen. Hy was er mee by La-martine geweest, en die zei ik was ‘un auteur original et distingué. Nu, na 't hooren van Chap. 1 beduidt dat niet veel. Maar had Lamartine gezegd: ‘ik serait difficile de trouver un editeur en france, à cause de l'interêt local de l'ouvrage.’ Ja, dat is waar.

Den Haag, vrydag avend.

(na berekening 6 Mei)

Ik weet niet waar ik belanden zal. Ik ben gister by Hotz gekomen. Flauwe ontvangst. Allerlei discoursen (te lang om nu te vertellen). Kortom de slotsom is dat ik niet weet waar ik heen moet. En je brieven! Hier hebben ze aan 't postkantoor gezegd myn brieven naar Brussel te sturen; dat hoor ik van avond eerst, weet je: aan 't postkantoor! Ze worden dus niet meer eerst hier aan huis bezorgd. Dus misschien is er vandaag een geweest hier geadresseerd die ze ook naar Br. hebben gezonden. En als Everdine schryft zullen ze hem ook naar Br. terugzenden. Uit een en ander - ook uit het disponeeren over myn kamer - blykt me dat de Hotzen me niet terug wachtten. Van nacht slaap ik nog hier op een bank, en morgen ga ik weg, maar ik weet nog niet waarheen. Ik hoor eerst nu, half negen, dat ik van nacht myn bed niet kan krygen, anders ware ik al van avond weggegaan. Maar waarheen, weet ik niet.

... Myn stemming is tamelyk bitter. O, dat zoeken naar een steen om 't hoofd neer te leggen!

Zaturdag morgen, half een... Ik lees in je brief ‘le ridicule touche au sublime, ja en 't treurige raakt ook aan 't gekke - ‘le triste au baroque’. Verbeel je ik schryf dit in 't Z. Holl. koffyhuis, en weet letterlyk niet, waar ik heen moet. Ik heb by H. myn goedje gepakt - een koffertje en een hoedendoos - en toen ben ik de deur uitgeloopen om te bedenken wat ik doen moet. Misschien eerst naar Amsterdam, misschien hier in een logement, misschien als ik daartoe in A. 't noodige geld kan krygen, naar Parys... ik weet waarlyk niet.

Je vraagt wat me naar huis dreef? - ik vind je vraag prettig, en begryp hoe je die doet. - Nu, dien woensdag morgen vroeg bedacht ik... neen, zóó is 't. Ik ben meermalen maanden van huis gebleven, en dat drukte my dan zoo. 't Was net of de kinderen my vreemd werden. Nu had ik al dikwyls voorgenomen om als ik naar huis kòn, al was 't dan maar voor een of twee dagen, het te doen, en niet zooals vroeger wel - altyd uit te stellen tot ik eens voor lang - of tant soit peu voor goed - kon gaan. Voor 'n dag of 14 of 20 had ik in de courant de annonce gelezen van de vertrek uren eener boot - de Telegraaf - die niet via Moerdyk, maar direct en heel goedkoop naar Antwerpen vaart. Toen ik dat las - ik kon toen niet om de kosten - dacht ik: he, als 't eens treft dat die boot op 'n goed uur vaart - 't is meestal 's nachts om 't gety - dan ga ik daarmee eens even naar huis. Nu 's morgens aan 't ontbyt bedacht ik in eens of niet dien dag die boot voer. Ja, 12 uur. In eens zei ik tegen francis: ik ga naar huis. Nu is 't in haast makkelyker alles in een koffer te gooien dan uittezoeken wat men noodig heeft. Ik pakte myn boeltje - bedenk, dat ik in verband met de vertaling van den Havelaar misschien naar Parys had willen gaan. - Die onzekerheid en de haast maakte dat ik alles inpakte. Truida kwam beneden, en ik zei: ‘ik ga naar huis’ of ‘ik ga even naar huis’ dat weet ik niet. Daarop volgde dat gesprek met Hotz, dat me vreeselyk irriteerde. Ik kreeg een briefje van francis in Brussel, bedroefd en geschreven in een toon alsof ik niet zou weerkomen. Ik weifelde over de ontvangst, àls ik weerkwam. Eindelyk ging ik, omdat ik toch in elk geval in Brussel niet blyven kon. Nu, de ontvangst was koel en styf. Ik vroeg explicatie. Die volgde. Ik geloof dat Hotz alles weer wou aanknoopen, maar ik vond allerlei afspraken over logés die my deden zien dat er op myn terugkomst niet gerekend was. 't Is mogelyk dat Hotz anders wilde, maar van Truida geloof ik dat ze bly is. Ze had niets aan my.

... Zaalberg heeft op den preekstoel 't geloof aan den bybel afgezworen. Je begrypt hoe 'n schandaal onder de vromen. Maar toch gebruikt hy bybelse teksten, woorden, termen, etc. Hy schimpt op de tale kanaans en gebruikt die zelf. Zoodra ik kan, zal ik je de twee of drie reeds gepubliceerde preeken(?) zenden. 't Is een zamenvoegsel van flinke rondheid met laffe hofmakery aan de geloovers. Neen, dat zeg ik niet goed. later 't oordeel daarover.

...Die Karel had my m'n ontslag gegeven als protecteur. Nu maant my z'n moeder om schulden die hy in Brussel heeft - dat is ìk voor hem - en waarvoor hy zyn goed heeft achtergelaten. Komiek! Wat is armoede bar!


nadere informatie

afschrift